Het 'Vlaams canon' blijft heftige reacties uitlokken.

De N-VA legde haar coalitiepartners een startnota voor waarin ze pleit voor een ‘Vlaams canon’, een lijst van hoogtepunten uit de Vlaamse cultuur en geschiedenis die alle leerlingen en nieuwkomers moeten kennen.

Meteen steeg een zomerse storm op tegen wat gezien werd als een poging tot instrumentalisering van de geschiedenis. Pikant was dat een van de virulentste tegenstanders van het idee de historicus Bruno De Wever is, de broer van de voorzitter van de N-VA. Die zei er meteen bij dat hij niet gelooft dat het idee van Bart De Wever komt, die ook geschiedkundige is. Het zouden ‘de identitairen’ van de partij zijn die het geschiedenisonderwijs tot ‘dienstmeid’ van een politiek project willen maken.

Grote woorden worden in dit debat niet geschuwd. Historicus Karel Van Nieuwenhuyse (KUL) ziet in een opgelegd canon een uiting van ‘superioriteitsdenken’. Hij vreest met anderen vooral dat Vlaanderen zijn eigen geschiedenis op een romantische manier tot in een ver verleden wil herschrijven. Zoals het jonge België dat deed, toen Henri Pirenne het ontstaan van zijn land vond in de prehistorie. Zijn monumentale zevendelige ‘Histoire de la Belgique’ was een canon op zich, dat in de beginjaren van de vorige eeuw door de bourgeoisie werd gelezen en genereus werd uitgedeeld aan scholieren. Van het laatste deel werden in een paar dagen zoveel exemplaren verkocht dat sprake was van een bestseller. In de jaren zestig verscheen een gevulgariseerde beeldversie, ‘’s Lands Glorie’. Ik weet nog hoe ik gefascineerd was door het eerste prentje, ‘De Spelonken’, met holbewoners als oer-Belgen.

Zulk geschiedkundig werk werd later gediscrediteerd als een propagandamiddel voor een jonge staat die voor zichzelf een verleden verzon. Je moet je natuurlijk altijd hoeden voor anachronismen, artificiële historische parallellen met het heden. De mythe van de Guldensporenslag als onderdeel van de Vlaamse ontvoogding is daar een voorbeeld van.

Maar het grote succes van ‘De Bourgondiërs’ van Bart Van Loo bewijst dat bij de bevolking wel degelijk een behoefte aan kennis van het verleden bestaat. Die is tot een ondermaats niveau gedaald. Ik constateer dat elk jaar bij mijn studenten: essentiële momenten uit de Belgische politieke geschiedenis van de jongste eeuw zijn hen onbekend. Naar wat ze weten over grote historische gebeurtenissen durf ik zelfs niet meer te peilen. Ze zijn opgegroeid in de langste periode van vrede en welvaart en kunnen zich geen andere wereld voorstellen. Ik denk dat het geen kwaad zou doen om hen enige kennis van het verleden van het land waar ze leven bij te brengen.

Geschiedenisonderricht moet niet terug naar het aanleren van data en koninklijke stambomen. Bruno De Wever wil dat scholieren de geschiedenis leren gebruiken om het heden te begrijpen. Maar dan moeten ze wel iets afweten van het verleden

Een weldoordacht canon, wars van elk romantisme, kan daarbij helpen. Op één essentiële voorwaarde: dat politici bij het opstellen ervan ver uit de buurt worden gehouden en de taak overlaten aan historici. Net zoals dat in Nederland en Denemarken gebeurd is.

In plaats van zich op te sluiten in een principiële strijd tegen een canon zouden historici beter een creatief tegenoffensief inzetten.

Waarom niet een paar vergeten of vermeden onderwerpen uit onze geschiedenis voorstellen, zoals de 19de-eeuwse emigratie, toen Vlamingen van pure miserie naar Wallonië vluchtten en de verhoudingen in dit land de omgekeerde waren van vandaag. Het kan het begrip voor hedendaagse vluchtelingen alleen maar groter maken. Of zoals de donkere dagen van de collaboratie en de medeplichtigheid van sommige Vlamingen bij de Jodenvervolging, nog altijd een gevoelig onderwerp in bepaalde kringen. Dat kan toch helpen in de strijd tegen extremisme? En waarom maken we van de kolonisatie en Belgisch-Congo geen verplicht onderdeel van de canon? Of van de geschiedenis van de Marokkaanse immigratie?

In plaats van zich op te sluiten in een principiële strijd tegen een canon zouden historici beter een creatief tegenoffensief inzetten en op een assertieve manier de agenda naar hun hand zetten. Het kan best dat geen enkele politicus dan ooit nog over dit idee spreekt.

Lees verder

Tijd Connect