Samen op de tolerante bus

Peter De Keyzer

Afgelopen week was er veel heisa over het voorstel van een radicale moslimpartij in Brussel. Die is voor gescheiden busvervoer voor mannen en vrouwen. De politieke reactie op dit voorstel was zowel uitzonderlijk heftig als uitzonderlijk eensgezind. Er zijn wel veel meer mensen die radicale voorstellen of opinies lanceren. Toch kunnen die op veel minder politieke aandacht rekenen. Verdient een dergelijk marginaal fenomeen wel zoveel aandacht?

Ik vind van wel. Een minderheid is heel goed in staat om haar visie op te leggen aan de rest van de maatschappij. Dat wordt heel treffend beschreven in ‘Skin in the Game’, het meest recente boek van de Libanees-Amerikaanse auteur Nassim Taleb. Daarin gaat hij onder meer op zoek naar verborgen asymmetrieën in het dagelijkse leven.

Zoals die van de ‘koppige minderheid’. In tegenstelling tot wat je zou verwachten, worden beslissingen in een samenleving vaak niet genomen op basis van de meerderheidsregel. In de praktijk is het vaak de koppigste en minst tolerante minderheid die haar eisen, normen, waarden of levensvisie kan opleggen aan de rest van de samenleving. Zeker als die samenleving zelf heel flexibel en tolerant is.

Vaak kan de koppigste en minst tolerante minderheid haar eisen, waarden of levensvisie opleggen aan de rest van de samenleving. Zeker als die samenleving zelf heel flexibel en tolerant is.

Neem nu een vergadering tussen een aantal Nederlandstalige collega’s - die verloopt in het Nederlands. Tot er een Franstalige of Duitstalige collega - iemand die geen Nederlands kan of wil spreken - binnenkomt. In de meeste gevallen schakelt het hele gezelschap over op het Frans of Engels. Flexibele meerderheid, koppige minderheid.

Radicaal en koppig

Of neem een gezin waar de dochter radicaal vegetarisch is. De rest van het gezin - broer, vader en moeder - staat grotendeels onverschillig tegenover al dan niet vlees eten. Precies omdat ze tolerant en flexibel zijn - en de dochter radicaal en koppig -, eet het hele gezin voortaan vegetarisch. Omdat dat makkelijker is. Wanneer dat gezin wordt uitgenodigd op een barbecue van naburige families, is de kans reëel dat ook daar geen (of weinig) vlees wordt geserveerd. Omdat dat makkelijker is en omdat de overige gezinnen flexibel en tolerant zijn. Op die manier slaagt een kleine minderheid erin om haar waarden en gebruiken door te geven aan een grotere maatschappij.

Heel wat vlees, ontbijtgranen of andere voedingsproducten in de supermarkt of scholen zijn vandaag halal of koosjer. Voor een minderheid van de bevolking zijn religieuze regels heel belangrijk terwijl de grote tolerante meerderheid er onverschillig tegenover staat. Voor een jood is het verboden om niet-koosjer te eten. Voor een niet-jood is het niet verboden om koosjer te eten. Het gevolg is dat koosjer of halal voeding een groter aandeel uitmaakt van het voedingsaanbod dan het aandeel strikt religieuzen in de bevolking. In het Verenigd Koninkrijk is zowat 4 procent van de bevolking praktiserend moslim. Toch is zowat 70 procent van het uit Nieuw-Zeeland geïmporteerde lamsvlees halal. Een minderheid is dus in de praktijk in staat om haar eetvoorschriften op te leggen aan de meerderheid. Twee voorwaarden zijn vereist: een koppige minderheid tegenover een tolerante en flexibele meerderheid.

Het hele idee van koppige minderheden hoeft niet noodzakelijk negatief te zijn.

Het hele idee van koppige minderheden hoeft dan ook niet noodzakelijk negatief te zijn. De burgerrechten in de VS waren er niet gekomen zonder de bijzondere koppigheid van Rosa Parks in Montgomery, Alabama. Zij weigerde haar zitplaats op de bus af te staan aan een blanke die moest rechtstaan. Dat was de officiële start van de burgerrechtenbeweging in de VS. Onze hele westerse samenleving met haar normen en waarden, stemrecht voor vrouwen, sociale zekerheid, gelijkheid van mannen en vrouwen, vrijheid van meningsuiting, homohuwelijk, abortuswetgeving... hebben we te danken aan koppige minderheden.

Paradox

Daar komen we meteen bij de paradox van de tolerantie. Een samenleving kan zo verdraagzaam zijn dat ze uiteindelijk door onverdraagzamen wordt vernietigd. De gemiddelde Vlaming, Belg of Europeaan is bijzonder tolerant en flexibel. Het overgrote deel van de bevolking heeft geen uitgesproken radicale meningen over samenlevingsvormen, religieuze voedingsvoorschriften, kledingvoorschriften, vrijheid van meningsuiting of homorechten. Dat betekent tegelijk dat we bijzonder kwetsbaar zijn voor koppige minderheden. Het vergt alleen een radicale minderheid die wél op haar regels staat en niet bereid is daarvan af te wijken.

Gescheiden zwemuren voor religieuze minderheden: de meerderheid is flexibel en tolerant terwijl de minderheid ze heel graag wil. Halal voeding in schoolkantines: de meerderheid is flexibel en tolerant terwijl een minderheid staat op religieuze voeding. Een verbod op kwetsende uitspraken: de meerderheid maalt niet om vrijheid van meningsuiting terwijl een minderheid die graag ingeperkt wil zien.

Het voortbestaan van een tolerante maatschappij is belangrijker dan tolerantie voor intolerante meningen.

Alles wat we vandaag als verworven beschouwen, is dat allesbehalve. Homohuwelijk. Abortuswetgeving. Vrijheid van meningsuiting. Gelijkheid van man en vrouw. Het is niet omdat die rechten er vandaag zijn, dat ze altijd zullen blijven. Onze verdraagzaamheid is een van de grote verworvenheden van de afgelopen eeuw. Tegelijk maakt uitgerekend die tolerantie ons bijzonder kwetsbaar voor koppige minderheden die de maatschappij willen veranderen.

Paradoxaal genoeg moet een tolerante maatschappij daarom zelf radicaal intolerant zijn voor intolerante meningen. Dat lijkt een paradox maar is het niet. Het voortbestaan van een tolerante maatschappij is belangrijker dan tolerantie voor intolerante meningen. En wie waarde hecht aan zijn verworvenheden, moet zelf ook koppig genoeg zijn om die te verdedigen. Te beginnen bij een bus waar mannen en vrouwen samen op mogen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content