Schoon volk

©Dieter Telemans

‘Dag Helga, oewist?’, schelt het door de supermarkt. Niet door de luidsprekers maar door een hoorbaar afgetrainde vrouwenkeel. Natuurlijk weer in mijn rij.

Grootwarenhuizen, node begeef ik me ernaartoe. Voorraden opslaan, lijstje volgen, een verstand-op-nul soort bezigheid die echt niet opgeleukt moet worden door een snoeihard telefonerende pretmadam. Ik vervloek mijn dwaze zelf: waarom maak ik geen gebruik van de online supermarktservice?

‘Ga je zaterdag naar het feest van Patrick?’, dreint ze terwijl ze de inhoud van haar kar overlaadt op de band. Ik hoor een dodelijke zucht. Ook voor de twee jonge vrouwen achter mij wordt het te veel. Ze waren eerder vrolijk aan het keuvelen over het kleintje dat met een mystieke rust in zijn zitje wacht op wat komen gaat.

‘En ga je dat groen rokske dragen dat we in Knokke hebben gekocht? ‘

Een superjong uitziend meisje - ‘zou ze de vereiste leeftijd hebben?, denk ik beroepsmisvormd - schuift in aan de kassa naast ons en van helemaal achteraan uit de rij spurt een koppel veertigers ernaartoe. De jonge vrouwen met kindje sissen. Iemand uit de rij zegt welluidend en hard genoeg opdat het koppel het zou horen: ‘Egoïsten heb je toch overal.’ De mannelijke helft van het koppel draait zich dreigend om, pompt zijn brede borst op en roept: ‘Waddist, vengt?’ De eigenaar van de mooie bariton antwoordt rustig: ‘Waarom denk je dat ik het over jullie heb?’ Daar heeft Bredeborstmens niet van terug. Hij draait zich, in een poging zijn gezicht te redden, traag om terwijl het superjonge meisje iets zachts tegen hem zegt. Het koppel kijkt elkaar aan en overlegt. Het jonge meisje vult verder de sigarettenkast aan en verdwijnt tussen de rekken. Het koppel schiet naar de verste rij. Gegniffel in onze rij.

‘Ja, dan moet ik wel een broek dragen, als het daar zo koud kan worden ’s avonds.’ De telefoonvrouw schuift voorbij de kassa en staat klaar om haar boodschappen in te laden. Het kassameisje groet haar maar daar heeft telefoonvrouw oog noch tijd voor. ‘En welk cadeau ga je kopen?’ Ze laat melodramatisch haar sixpack in de kar vallen. ‘Ja, die hebben al alles, hè. Ik denk dat ik een envelopke ga geven.’

‘Is dit een vliegtuigananas of een gewone’, vraagt het kassameisje. De telefoonvrouw kijkt haar verstoord aan en schudt met opgetrokken liphoeken het hoofd. ‘Hopelijk rekent ze een vliegtuigananas aan’, zegt de moeder van het kindje, het een koekje toestoppend. De oudere man voor mij stapelt zijn aankopen op de band.

‘Ik hoop dat Hans er niet zal zijn’, zegt telefoonvrouw en begint heftig te gesticuleren naar de sigarettenrekken. Het kassameisje wijst met vragende blik naar de voorraad Camels. Ongeduldig wuift telefoonvrouw naar rechts en blijft wuiven tot het gewenste pakje bereikt wordt.

‘145 euro, mevrouw.’

‘Ja, ik ga die ooit nog wel een keer tegenkomen, natuurlijk’, verzucht telefoonvrouw terwijl ze haar bankkaart in het toestel stopt. Als dat piept, grist ze haar kaart weg en scheurt naar de lift. ‘Dankuwel, mevrouw’, zegt het kassameisje mechanisch. Ze blijft nog even kijken naar de rug van telefoonvrouw, die ons net voor ze de lift instapt nog even ‘Die klootzak’ toevertrouwt, en knikt dan teneergeslagen goedendag tegen de oudere man voor mij. ‘Dag, Tania!’, je hoort dat de lach al jaren zijn nesten in zijn stembanden heeft opgeslagen, ‘Oewistermee?’

‘En nog ne goejen dag, hè!’, zegt hij zijn kleingeld oprapend. Hij zwaait nog eens. Het kassameisje kijkt me met een warme glimlach aan.

Frank Van Massenhove is voorzitter van FOD Sociale Zekerheid. Hij schrijft de column in eigen naam.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud