Kleine belegger

Zie ginds kwam hij aan op onze piepkleine redactie naast het Hallerbos. Niet de Sint, want hij had geen baard of mijter of lang rood kleed of staf of piet of andere attributen om zich achter of in te verbergen. Zelfs geen das droeg hij. Hij kwam zoals hij is, wysiwyg, Kurt Vansteeland.

Kurt is de anti-Sint. Terwijl de Grote Kindervriend elf maanden lang niets van zich laat weten en dan plots op alle hoeken van de straat staat te zwaaien (de goede man was vorige zaterdag present tijdens zes voetbalmatchen, in tien shoppingcentra, zesentwintig winkelstraten en honderdveertig parochiezalen tegelijk), laat Kurt twaalf maanden lang nagenoeg dagelijks van zich horen en zie je hem nooit ergens zwaaien. Het is toch niet te geloven dat een wijs man van zijn kaliber, die de goedheid heeft voortdurend op www.tijd.be en in de krant zijn inzichten te delen, in zijn 18-jarige carrière door geen enkele krant of tijdschrift werd geïnterviewd? Nu ja, ik evenmin in mijn negenjarige carrière. Ook niet te geloven.

Die omissie, die van Kurt dan toch, is ondertussen opgelost. Onze baas bij Mister Market Magazine nodigde hem uit voor een officieel gesprek dat intussen ook gepubliceerd is. Blij als een kind stond hij te wachten op de blijde komst van Kurt. Zonder suikertje of mandarijn, maar het mocht blijkbaar wel champagne zijn. ‘Voor ne keer dat we hier bezoek hebben. Bovendien, Kurt en ik, we go way back...’, verdietste hij. Waarop ik voor de tiende keer verhalen mocht aanhoren over ‘Waldorf en Statler’, pokermiddagen en opwaaiende zomerjurken. Gelukkig kreeg ik ook een glas.

En het dient gezegd: het interview zelf was razend interessant. Onder meer de discussie over hoe de beurs nieuw leven inblazen, met als conclusie: de boom in met democratie. Iedereen gelijk? 1 aandeel = 1 stem? Weg ermee! Roland Van der Elst, ons aller éminence grise, had ons lang geleden verwittigd: ‘De beurs is er niet voor u!’ Dat een wijs man als Kurt Vansteeland de beurs nog minder voor u wil maken in een poging de beurs opnieuw dichter bij u te brengen, leek me een vreemde gedachtekronkel. Toch heeft hij gelijk.

De beurs van Brussel is al lang niet meer de plek waar beleggers en bedrijven elkaar volgaarne tegenkomen. Bedrijven vertrouwen beleggers niet meer. Deels terecht: vroeger, lang geleden, toen ik ermee begon, ik word oud dedju, zorgden grote gezapige beleggers à la Royale Belge voor een stabiele vriendelijke aandeelhouderskern. Die brave mammoets zijn grotendeels verdwenen, verjaagd door even kortzichtige als overijverige regelgevers. In de plaats kwamen even overijverige als kortzichtige beleggers die niet bepaald een relatie zoeken met de bedrijven waar ze gedurende een flits eigenaar van zijn.

Dat familiebedrijven die ‘losse handjes’ (dixit Kurt) liever niet aan hun kapitaal zien potelen is te begrijpen. Dat zo’n onvoorspelbare sujetten ook nog eens met een hoop stemrechten gaan lopen, is voor veel bedrijven de brug te ver. Vandaar het voorstel van Kurt: geef de ‘echte’ eigenaars meer stemrechten.

Dat kan op verschillende manieren, maar waar ik niet van wil horen is dat de spelregels tijdens het spel worden aangepast. De mannen van Google deden dat wel, toen ze begin dit jaar met hun stemloze C-aandelen kwamen aandraven. Mij lijkt het het best om voor de beursgang voor eens en altijd het verschil te maken. ‘Oprichtersaandelen’ met 10 of 20 stemrechten voor de oprichters/de familie, en ‘beleggersaandelen’ met 1 stemrecht voor het publiek. Als dat ondernemingen als Katoen Natie, Cartamundi, Soudal, Studio 100, Reynaers, Ghelamco en tientallen andere naar de beurs kan lokken, dan geloof ik voortaan levenslang in de Sint. Sinterkurt. Hoewel. In hem geloofde ik al langer.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud