Onderzoeksjournaliste en auteur

Naast risicomatchen heb je nu ook risicodebatten. Dat over de make-over van de Antwerpse Boerentoren bijvoorbeeld. Een beetje naast de kwestie.

Het fenomeen risicomatch kennen we maar al te goed. Het zijn voetbalwedstrijden met een grote kans op hooliganisme in en rond het stadion. Supporters van rivaliserende clubs staan elkaar dan naar het leven. Zondag laatstleden maakten we kennis met Marokkaanse jongeren in Brussel, Antwerpen, Den Haag en andere steden die aan het rellen sloegen.

De discussie gaat niet om de skyline van Antwerpen, maar om wat zich afspeelt onder die skyline. In zowat alle steden.

In het publieke debat kunnen we voortaan spreken over risicodebatten. Daar is geen tuig te bespeuren, maar een zelfverklaarde intellectuele elite. Risicodebatten zagen we onlangs over het Antwerpse stadsdichterschap en de hoofddoek voor de klas. Typerend voor die onderwerpen is hun steekvlamkarakter. Plots spreekt iedereen erover, om na twee dagen mediastorm in de vergeethoek te belanden. Als een snel geblust straatbrandje bij rellen. In zulke debatten lijken protagonisten elkaar ook naar het leven te staan.   

Een heel recent risicodebatje ging over de Boerentoren, het bekende art-decobouwwerk, of dan toch de verandaconstructie die Fernand Huts er op wil plaatsen. In de ellenlange discussies tussen voor- en tegenstanders dreigde een heuse cultuurstrijd los te barsten over de Antwerpse skyline. Zo veel denkprocessen en eloquente bewoordingen verspild, want de ware discussie gaat niet over de skyline, maar om wat zich eronder afspeelt. In zowat alle steden.

Gentrificatie bijvoorbeeld. Wonen in steden is al enige tijd weer hip. Kapitaalkrachtige en hoogopgeleide jonge mensen strijken neer in verloederde wijken, waarna ze die ‘opknappen’. Er ontstaat een lokale subeconomie rond die groep, met de koffiebar als meest in het oog springend cliché. Door een combinatie van stijgende huurprijzen en minder beschikbare woonruimte worden de oorspronkelijke bewoners verdrongen.

Imagoverslechtend

Veel stadsbesturen beschouwen de oorspronkelijke bewoners van die wijken en het weefsel van buurtwinkels, theehuizen en wasserettes rond hen als imagoverslechterend. Bovendien brengen de nieuwe bewoners geld in de noodlijdende stadskassen. Daarom doen ze maar wat graag inspanningen om het hen zo veel mogelijk naar hun zin te maken. Met mobiliteitsplannen bijvoorbeeld.

Hele woontorens of voormalige kankerplekken, relicten van het oude industriële verleden, worden omgevormd tot verhipte stadsdelen waar alleen plaats is voor wie een stevig banksaldo kan voorleggen.

Of er worden combines opgezet met grote vastgoedbedrijven om het proces nog te versnellen. De ‘opwaardering’ gebeurt op die manier niet langer huis per huis, in een menselijk tempo dat omwonenden de kans geeft om te wennen aan hun nieuwe wereld.

In de plannen van vandaag worden hele woontorens of voormalige kankerplekken, relicten van het oude industriële verleden, omgevormd tot verhipte stadsdelen waar alleen plaats is voor wie een stevig banksaldo kan voorleggen. Vaak gebeurt dat in steden die al een ellenlange wachtlijst voor sociale woningen meeslepen.

Supergentrificatie, noemt de Canadese docent geografie en milieu Leslie Kern het proces in haar recente boek 'Gentrification is inevitable, and other lies'. ‘Iedere stadsbewoner wil veiligheid op straat. En wonen in een aangename wijk met veel groen, openbare ruimtes en toegang tot alle belangrijke voorzieningen, zoals scholen, sportcomplexen en openbaar vervoer. Maar is de enige manier om dat te bereiken door gemarginaliseerde groepen te verplaatsen?’, vraagt ze zich af.

Naar waar leidt die verdringing? Meestal naar andere delen van de stad, met een verlies aan sociaal weefsel. Meestal naar plekken waar het onaangenamer en ongezonder is om te leven. Een aanslag op de lichamelijke en psychische gezondheid. Daardoor krijgen groepen die zich al ongewenst voelen nog minder beweegruimte. Sommigen komen op straat, al dan niet op rellen belust.

Dat brengt ons terug bij risicomatchen waarbij de politie en clubs gepaste maatregelen kunnen nemen om hooligans in te tomen. Maar wat met risicodebatten? Wie trekt daar de krijtlijnen?

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud