Soirée

©Emy Elleboog

Samen met Soirée zat ik deze week in een vrachtwagen. Hij hielp me verhuizen. Naast mij lag een krant. ‘50 jaar gastarbeid in België’ stond op de voorpagina. ‘Voel je je aangesproken?’, vroeg ik. Soirée lachte verlegen. ‘Ik was geen gast. Ik was verstekeling in een vrachtschip. Mijn vader had me in het ruim gesmokkeld.’ ‘En zo ben je in Antwerpen gearriveerd?’, vroeg ik. ‘Het was lang varen. Dat is het enige wat ik nog weet. Ik was nog een kind.’ Hij lachte. ‘Mijn vrienden vragen mij om te lachen als het donker is. Dan zien ze mij.’ Zijn tanden lichtten op in de stuurcabine.

Pikzwart is Soirée, die geboren werd in Mauritanië. We stonden in de file en reden in schokjes vooruit terwijl hij vertelde over zijn geboortedorp. ‘Het lag aan zee. Het was er warm en de wind waaide vaak. Elke dag aten we vis. Er was geen elektriciteit en alleen water uit de rivier. Ik mocht niet in zee van mijn moeder. Als ik thuis kwam, likte ze aan mijn arm. Als die zout smaakte, was ze heel kwaad.’

Hij keek naar buiten. Soirée heeft zijn moeder nooit teruggezien. Hij heeft het moeilijk gehad als kind hier in België. Dat weet ik van Bert, zijn voogd die hem heeft opgevangen. Zijn eerste maanden hier durfde hij niemand aan te kijken. Hij zei geen woord. Nu is Soirée 27 en helemaal opengebloeid.

‘In een ander land moet je alles opnieuw leren. De taal. De gewoonten.’ Auto’s claxonneerden op het kruispunt. ‘Dat was de grootste aanpassing. De mensen hier zijn zo nerveus. Wij hadden niets, maar ook geen stress.’

Soirée doet uitzendarbeid. Nooit weigert hij een job. ‘Vorige zomer heb ik in koelruimtes gewerkt. Twee maanden vlees op stokjes gestoken voor de bbq. Maar mijn specialiteit is zwaar werk. Als op de werkvloer veel zwarte mensen staan, dan weet ik: dit is een zware job in moeilijke omstandigheden. Wij zwarten doen de vuilste klussen. En er een blanke bij is, dan weet ik: daar scheelt iets aan.’

Ik vroeg hem waarom hij niet probeerde beter werk te vinden. ‘Je spreekt Frans, Engels en Nederlands. Je bent tot zo veel meer in staat.’ Soirée schudde zijn hoofd. ‘Als je zwart bent, maak je nergens kans.’ Ik zei dat hij niet in zijn lot mocht berusten. ‘Misschien moet je ondernemer worden?’ Weer schudde Soirée nee. ‘Ik ben al tevreden als ik werk heb. Geef me geen hoop.’

We stopten bij de frituur in mijn dorp. ‘Stap jij eerst uit?’, vroeg hij verlegen. Ik begreep snel waarom. Toen we binnenkwamen, keek iedereen hem aan. Wat later laadde Soirée de vrachtwagen uit. Meubelen leken pluimpjes. ‘Ik doe ook nachtwerk in de autofabriek. Wielen op de lopende band zetten. Gratis powertraining!’

Ik zette Soirée ’s avonds thuis af. Hij wou geen geld. Want ‘vrienden betaal je niet’. Op weg naar huis spookte het door mijn hoofd: hoe lang duurt het nog voor we leren dat we allemaal mens onder de mensen zijn ?

Gisteravond laat haalde ik mijn wagen op in een parking in Brussel. Ik stopte mijn betaalkaart in het apparaat. In de weerspiegeling van het glas zag ik achter mij een zwarte man staan. Ik hapte naar adem. Ik trilde. Ik tikte een foute code in. Mijn kaart floepte eruit. ‘Kan ik u helpen?’ vroeg de man. Verdomme, ik kon mezelf voor de kop slaan!

 

Hans Bourlon is CEO van Studio 100

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud