Onderzoeksjournaliste

De Britse Labour-partij is na een verpletterende verkiezingsnederlaag toe aan een nieuwe leider. Die strijd legt een diepe verdeeldheid bloot. Een van de opvallendste interne oorlogjes domineert de sociale media als #ExpelMe.

De kwestie gaat over een charter dat aan de vier kandidaat-leiders werd voorgelegd door Labour Campaign for Trans Rights, een groep activisten die strijd tegen transfobie. Daar is niets mis mee, ware het niet dat de angel in één passage zit. Daarin wordt Woman's Place UK, een andere organisatie in de sociaal-democratische partij, een 'haatgroep' genoemd.

Als tegenreactie op verwerpelijke zaken als racisme, discriminatie en onderdrukking gaan progressieven vaak te ver mee in de eisen van een of andere minderheid.

De aanleiding is een debat tussen transgenders en cisvrouwen over wie toegang heeft tot ruimtes zoals vrouwentoiletten en -kleedkamers, maar ook vrouwengevangenissen en -vluchthuizen.

Cisvrouwen zijn vrouwen wiens  genderidentiteit overeenkomt met hun geboortegeslacht. Eenvoudig gesteld: cisvrouwen zijn gewone vrouwen.

Het debat staat echter stil bij de definitie van vrouw. Is een vrouw iemand die beschikt over twee X-chromosomen, of breder: al wie zich identificeert als vrouw? Of nog iets anders?

Cisvrouwen zien de aanwezigheid van mensen met min of meer mannelijke kenmerken als 'potentieel bedreigend'. Transgenders voelen zich aangetast in het recht op zelfidentificatie.

Het illustreert de bijna onmogelijke spreidstand die veel progressieven - en niet alleen politici - moeten uitvoeren. Al dan niet onderdrukte minderheden hebben de neiging enkel voor eigen rekening te rijden. Elke minderheid heeft haar gevoeligheden, aandachtspunten en eisen. Niet zelden gaan die rechtstreeks tegen elkaar in.

Eilandjes

In een superdiverse maatschappij die steeds meer lijkt op een archipel van identitaire eilandjes verhoogt dat de kans op botsingen. Feministen versus de hoofddoek. Vrijheid van meningsuiting versus religieuze gevoeligheden. Lage emissiezones versus kwetsbare groepen. Salafisten versus homo's.

Zulke sterk uiteenlopende standpunten verzoenen, vergt een spreidstand waar Kim Clijsters zich in haar hoogdagen niet aan zou wagen.

Toch ligt daar de kern van de problematiek van progressieven. Vanuit een bijna onbedwingbare missioneringsdrang omarmen ze elke minderheid die zich aandient als een onderdrukte groep. Als een soort natuurlijke tegenreactie op verwerpelijke zaken als racisme, discriminatie, onderdrukking, spot en afwijzing gaan progressieven vaak te ver mee in de eisen van een of andere minderheid. Dat daar soms zaken instaan die ingaan tegen de eigen waarden of zelfs de wet wordt met de mantel der naastenliefde bedekt. Onder de vlag van de eigen ruimdenkendheid wordt meegegaan in de intolerantie.

Al dan niet onderdrukte minderheden hebben de neiging enkel voor eigen rekening te rijden.

Een andere gedachtekronkel die progressieven daarbij hanteren is dat ze wat beweegt Twitter en Facebook achternalopen. De luidste, meest onverzoenlijke en vaak meest radicale activisten worden daardoor vlugger en vaker gehoord. Die roeptoeterpolitiek versterkt enkel de polarisering.

Progressief moet opnieuw 'progressief' worden. Dat betekent: met zorg en aandacht voor wie het nodig heeft. Zich sterk maken om een ruimte af te bakenen waarin minderheden zichzelf kunnen zijn, zonder een opgelegde of verregaande assimilatie aan 'de norm'. Dat speelveld moet dan wel duidelijk afgebakend worden door een wettelijk kader.

Om samen te leven moeten enkele onwrikbare fundamenten worden vastgelegd. Verbinding kan best een dosis verwarring aan, maar er moet een gemeenschappelijke bodem zijn, voor iedereen. Of dat nu gaat over onverdoofd slachten of over wie binnen mag in de vrouwentoiletten.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud