Gewezen topambtenaar

Bij de overheid woedt een obesitasepidemie.

‘Grote organisaties die falen, moeten ordentelijk worden ontmanteld. Geen enkele organisatie zou too big to fail mogen zijn. Als dat toch het geval is, zou de overheid die onderneming bij een faillissement moeten nationaliseren.’ Dit stukje proza verwacht je in het verkiezingsprogramma van de PvdA, niet in een boek van Geert Noels. Toch is het een van de tien aanbevelingen van de econoom in zijn recent verschenen boek ‘Gigantisme’. Hij stelt vast dat bedrijven en organisaties steeds groter en machtiger worden, en zo de gezonde concurrentie doden, een duurzame groei verijdelen en de mens naar burn-outs drijven. Op de achterflap wordt de analyse gedurfd genoemd en dat is voor een keer niet gelogen.

Het boek gaat over de privésector. Men moge hopen dat er een opvolger komt over de overheid. Ook daar woedt de obesitasepidemie. Een gelukkig uitstervende soort overheidsmanagers denkt nog altijd dat ze belangrijker worden als ze meer mensen en directies onder hun leiding krijgen. Niet toevallig hebben die ‘obesisten’ een partijkaart die hen toegang verleent tot de kabinetten van gelijkgezinde ministers.

Jammer genoeg vinden die obesitasverslaafde overheidsmanagers gemakkelijk het oor van politici. Verhalen van groter, en dus beter, gaan er bij hen al decennia in als koek. Aankomende politici denken niet aan schapen bij het inslapen, maar aan fusies van overheidsdiensten. Ze rekenen zich rijk aan de schaalvoordelen, die samen met terugverdieneffecten evenveel voorkomen in de Wetstraat als eenhoorns in de toendra.

Bij het aantreden van de regering-Michel kon de N-VA de andere regeringspartijen overhalen tot het ontmantelen van de POD’s. De kans dat u ooit van POD’s hoorde, is klein. Officieel zijn die overheidsdiensten tijdelijk en werken ze rond thema’s die verscheidene federale overheidsdiensten (FOD’s) doorkruisen. In werkelijkheid zijn ze er gekomen omdat de politiek een aantal ‘mindere’ ministers en staatssecretarissen een eigen administratietje wilde geven. Na iedere eropvolgende legislatuur zouden ze verdwijnen. Haal het zout boven: de POD’s zijn opgericht in 2003 en bestaan nog.

Aan die anomalie zou de regering-Michel een einde maken. De POD’s moesten fusioneren met de FOD’s. Terug naar 2002 dus, alleen negeerden Michel en co. Einstein - ‘We kunnen een probleem niet oplossen met de denkwijze die het heeft veroorzaakt’ - en Fons van Dyck, die in zijn nieuwe boek ‘De onsterfelijke onderneming’ aantoont dat ‘de identiteit, de cultuur en de waarden helemaal bovenaan in de pikorde staan in een onderneming die op de langere termijn wil overleven. Veel overnames en fusies mislukken door onoverbrugbare culturele verschillen, die diep geworteld zitten in het DNA’.

Na 17 jaar hadden de POD’s een DNA dat sterk verschilde van dat van de FOD waar ze oorspronkelijk bij hoorden. Dat hebben we pijnlijk kunnen vaststellen toen de mensen van de POD Maatschappelijke Integratie gingen samenzitten met onze mensen van de FOD Sociale Zekerheid. Onze ministers hadden de fusie beslist, maar niemand zag er het voordeel van in. En de culturen stonden haaks op elkaar. Toen de POD op zoek moest naar nieuwe kantoren bood de FOD Sociale Zekerheid aan om bij haar in te trekken. Met alle thuiswerk was er toch plaats genoeg. Het samenleven van twee onafhankelijke diensten bleek moeilijk en de juridische beslissing om te fusioneren bleef maar uit omdat een andere vorm van gigantisme de kop opstak: ministers die hun portefeuille wilden vergroten.

Minister Denis Ducarme (MR), minister van Zelfstandigen en veel andere dingen waaronder Maatschappelijke Integratie, claimde de voogdij over de nieuw te vormen FOD. Maggie De Block (Open VLD), voogdijminister van de FOD Sociale Zekerheid, verzette zich. Terecht, want twee voogdijen over een FOD is vragen om blokkeringen. Ze geraakten er niet uit. De regering viel. Voor een fusiebeslissing is het wachten op een volgende regering.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud