Therapie voor de Duitse elite

Het zijn Mario Draghi’s laatste dagen als baas van de Europese Centrale Bank. De kranten schrijven economiekaternen vol met analyses over zijn nalatenschap en ‘whatever it takes’. De emoties nemen daarbij de overhand. In Duitsland zien maar weinigen hem als de Super Mario die met groot analytisch inzicht de eurozone meesterlijk van de ondergang heeft gered. In plaats daarvan zien de meesten in hem meer de monetaire duivel en kunnen ze niet wachten tot hij de hielen licht. Beter dan ach en wee roepen, zou economisch Duitsland constructief vooruit moeten kijken. Er is namelijk een unieke kans voor meer invloed in en op de ECB.

©Sofie Van Hoof

ECB-kastijding lijkt inmiddels volkssport te zijn in Duitsland, met elke dag een andere min of meer bekende expert op de kansel. Op deze plek gaan we nu niet in op het inmiddels bekende discours voor en tegen het beleid van de ECB van de afgelopen jaren. Wel is dit de plek om zich te verwonderen over de zin van de vele interviews die slechts uit zijn op het uiten van frustratie en het beschadigen van de erfenis van Draghi. Want een alternatief voor wat de ECB anders had kunnen doen, behalve nietsdoen, hoor je in Duitsland niet.

Mijn analyse over de Draghi-jaren: ja, Draghi laat een ruziënde ECB achter, waardoor de taak voor zijn opvolger Christine Lagarde niet makkelijker wordt. Ze zal wat teambuildinguitjes moeten organiseren aan wat Italiaanse of Franse kusten om de teamspirit te herstellen. Vooral de noordelijke leden van de ECB hebben dan wat extra aandacht en knuffels nodig. En in hun gevolg trekt dan de in zelfmedelijden zwelgende economische en financiële elite van Duitsland nummertjes voor een cursus ontspanning en woedemanagement. Terwijl er voor hun een veel betere therapie is.

Een alternatief voor wat de Europese Centrale Bank anders had kunnen doen, behalve nietsdoen, hoor je in Duitsland niet.

Het lot heeft het goed voor met Duitsland. Door het onverwachte opstappen van het Duitse ECB-bestuurslid Sabine Lautenschläger heeft Duitsland plots een unieke kans. Niet alleen zal Christine Lagarde minder dwingend sturen dan Mario Draghi, door de verschillende wijzigingen in het bestuur is er ook een economisch en monetair vacuüm ontstaan.

Na het vertrek van Draghi leidt alleen nog Philip Lane, de Ierse opvolger van Peter Praet, het inhoudelijke debat over het monetair beleid. Uiteraard moet je niet per se een briljant econoom zijn om een centrale bank te leiden, maar handig is het wel. Lagarde zal het in het bestuur inhoudelijk vooral moeten hebben van de analyses van Lane. Dit maakt de rol van Lane belangrijker, maar opent ook de deur voor meer Lagarde-fluisteraars.

Als Duitsland nu eens een kandidaat zou sturen die het intellectueel en inhoudelijk kan opnemen tegen Lane, verstand heeft van monetair beleid en niet al te vaak ‘nein’ in de mond neemt? Dan zou de Germaanse invloed op het ECB-beleid vele malen groter zijn dan nu. Veranderingen van binnenuit. Duitsland was in de geschiedenis nooit erg goed in het ‘als je ze niet kunt verslaan, werk dan liever samen’. Het is tijd voor verandering.

Lees verder

Tijd Connect