Tijd voor afscheid

Kleine belegger

Dag lezer, Mijn eerste Tijd-column, op 6 mei 2006, begon zo: ‘Dag lezer, Ik heet Zanna. Ik ben 30 jaar. Ik studeerde psychologie en ik heb een zwak voor de beurs.’

8 jaar, 8 maanden en honderden columns later begint mijn laatste Tijd-column zo: ‘Dag lezer, Mijn eerste Tijd-column, op 6 mei 2006, begon zo.’

...

Onze wekelijkse afspraak eindigt hier en nu. Het is welletjes geweest. De Column van kleine belegger Zanna Massaert is al lang de langst lopende in de 46-jarige geschiedenis van De Tijd. Ik wil Kaaiman enige hoop laten ooit nog, ergens in 2020, mijn record van de tabellen te pennen.

Stoppen was nochtans geen evidente keuze. Het was ook geen keuze van mij alleen. Mijn partner, u weet wel, de Primus-drinker die me jaren geleden inspireerde om Co.Br.Ha-aandelen te kopen, wees er me zachtjes op dat ik te veel hooi op mijn vork aan het nemen was: mijn job in het familiebedrijf, mijn vaste portefeuillebesprekingen in een beursmagazine, mijn rubriek op deze pagina. ‘Laat een van de drie vallen’, gebood hij. Ik gehoorzaamde. Het werd De Tijd.

Ik neem afscheid van De Tijd omdat ik meer tijd wil. Ik heb minder kwaliteitstijd dan toen ik 30 was. Is het omdat ik snelsnel al die mails moet beantwoorden, continu sms’jes moet versturen, de nieuwe aanbiedingen op mijn shopsites in het oog moet houden, voortdurend verscheurende keuzes moet maken in de keuken, in mijn garderobe, in de winkels?

Wat maken we het ons toch moeilijk, terwijl we hier nochtans in een letterlijk luilekkerland leven. We kunnen lekker lui zijn: we werken tientallen uren minder dan onze grootouders. Zelfs wij vrouwen werken minder. We kloppen meer uren voor een loon, dat is waar, maar we kloppen dubbel zoveel uren minder voor het huishouden. Met dank aan de vaatmachine en mijn vriend, die allicht net iets meer doet in de keuken dan mijn opa 60 jaar geleden.

Toch voel ik me minder lekker lui dan ooit. Het zit tussen mijn oren. Ik heb een onuitstaanbare en onuitwisbare drang om ‘geen tijd te verliezen’. Zelfs mijn vrije tijd moet zo nuttig mogelijk worden benut. Snel, een boek of een artikel lezen. Snel shoppen. Snel stappen als ik van het ene item op mijn to do-lijst naar het andere raas. Jammer. Ik zou namelijk eens een uurtje willen uittrekken om zomaar op een bank te zitten, zonder lectuur maar met een ijsje, en een Clive Owen-type naast me die zijn tijd neemt om contact te zoeken. Geen tijd daarvoor.

Volgens een recente studie knoeien vooral de hoger opgeleiden met hun tijd. Zij die sowieso al een drukke job hebben zorgen er zelf voor dat ze de klok rond online zijn, dat ze honderden contacten continu onderhouden en dat ze zelfs een etentje met een oude schoolvriendin afhaspelen terwijl ze hun mailbox geen minuut uit het oog verliezen. Volgens een recente Amerikaanse studie hadden unief-alumni in 2005 wekelijks 6 uur minder vrije tijd dan in 1985. Mensen die hun humaniora niet afmaakten, genoten in die twintig jaar van 8 uur meer vrije tijd. Dat is, in de kering, 14 uur verschil per week. Volgens een andere studie hebben hoogopgeleide vrouwen per week 11 uur minder vrije tijd dan vrouwen zonder diploma. Wie zijn hier de slimsten?

Typisch Amerika, zou je kunnen denken. In de VS worden de mensen geacht zelf hun boontjes te doppen op het vlak van gezondheid, educatie en pensioenen. Die boontjes zijn duur. Logisch dat de rattenwedloop daar volk trekt. Edoch, wij Vlamingen hollen als stresskonijnen mee.

Het is des mensen die het goed hebben. Bij de oude Romeinen was dat kennelijk ook al zo. Seneca schreef er 2.000 jaar geleden een boek over: ‘Over de kortheid van het leven.’ Verbazend eigentijds, zo blijkt uit deze passage: ‘Ja, zo is het. Het leven dat we krijgen is niet kort, wij maken het kort. We hebben er niet te weinig van, we gooien het met bakken overboord. Neem de vergoddelijkte Augustus, de keizer die van de goden meer heeft gekregen dan wie ook. Onophoudelijk bad hij om rust, om een bestaan na de politiek. Hij hunkerde naar een lege agenda. Dat was de troost voor al zijn gezwoeg: de aangename illusie dat hij ooit zou leven voor zichzelf.’

Tijd is geld, zegt men. Tijd is leven, zou men moeten zeggen. Seneca, andermaal: ‘Mensen geven niet zomaar geld weg, niemand wil dat. Iedereen waakt over zijn vermogen, over het behoud van zijn erfdeel. Tegelijk vergooit iedereen zijn tijd. Terwijl op dat vlak krenterigheid volkomen eerbaar zou zijn. (...) Wat denken jullie eigenlijk? Jullie leven maar op, alsof het leven eeuwig is. Jullie verspillen tijd alsof de voorraad tijd onuitputtelijk is. Zonder er ooit aan te denken hoe kwetsbaar jullie zijn en hoeveel van jullie tijd al verstreken is. (...) We leven maar een klein deel van ons leven. En de rest? Dat is geen leven, maar tijd.’

Stop! Gedaan ermee. Ik stap hier af, opdat ik vanaf 2015 trager kan stappen. Trager stappen is trager leven is beter leven. Zoals in: trager beleggen is beter beleggen. Ik stelde het keer op keer bij mezelf vast: hoe meer ik me liet opjagen, hoe meer (verkeerde) transacties ik deed en hoe meer mijn rendement er onder leed. Het overkwam me dit jaar nog, mede omdat ik mijn portefeuille voor een Vlaams beursmagazine voortaan open en bloot beheer. Ik werd een keer of twee al te overijverig van die nieuwe situatie. Intussen ben ik gelukkig bedaard.

Mijn startportefeuille voor 2015 ziet er super uit. Een evenwichtig gevarieerde groep van dertien, met Ageas en Arcelor, Co.Br.Ha en Deceuninck, Euronav en GDF Suez, Gimv en Recticel, Sofina en Solvay, Umicore, Zenitel en Zetes. En met als mijn geluksnummer 14: ruim voldoende cash om nog enkele beloftevolle aankopen te doen. U ziet, ik ben klaar voor een traag beursjaar.

Dat wens ik u ook toe, beste lezer. En veel plezier en een goede gezondheid. En nu en dan een lege agenda.

Rest me nog afscheid te nemen zoals op 6 mei 2006, bij het afsluiten van mijn eerste column:

Groetjes,

Zanna.

Lees verder

Gesponsorde inhoud