Totalitaire verleiding

Politicoloog

Hoe geavanceerder een maatschappij, des te meer moeten de leiders inzien dat ze feilbaar en kwetsbaar is.

Een liberale democratie bestaat zolang een meerderheid van de burgers zich ermee identificeert, doordrongen is van specifieke morele axioma’s (zoals vrijheid, gelijkheid en solidariteit), en daar in haar stemgedrag ook gevolg aan geeft. De zaak Jurgen Conings - en de spontane massale steun waar hij op kon rekenen - doorprikt de illusie dat die meerderheid onaantastbaar is.

Ondanks de versnelde erosie van het vertrouwen in de politiek bleef het morele midden lang overeind. De coronapandemie blijkt echter één grote stresstest voor onze democratie. We moesten onze handel en wandel sterk inperken om oversterfte te minimaliseren. Talrijke deelnemers aan allerlei manifestaties, zoals La Boum, klaagden de beknotting van de vrijheid aan vanuit een misbegrepen eigenbelang. In een gezonde democratie gaan vrijheid en verantwoordelijkheid echter hand in hand. Je kan het ene niet opeisen zonder het andere aan de dag te leggen. Wie dat wel doet, neemt een glibberig pad en geeft toe aan een totalitaire verleiding.

Uit de jongste peiling klinkt de roep om politieke vernieuwing loeihard. Een vernieuwing die het vertrouwen in de democratie wil versterken, moet stevig ingebed zijn in de historische ervaring.

In ‘Geografie van goed en kwaad’ legt de Leidse rechtsfilosoof Andreas Kinneging uit wat gebeurt als vrijheid tot het uiterste wordt opgerekt. Verabsolutering leidt finaal tot anarchie, waar dan de roep om de sterke man uit voortspruit. Wie totale vrijheid nastreeft, kan gezag niet meer accepteren en niet langer de gehoorzaamheid betonen waarop maatschappelijke orde berust. De neiging om vrijheid ten koste van gemeenschap te verabsoluteren is eigen aan de mens. Het erodeert de maatschappelijke orde, de basis voor de rechtszekerheid zonder dewelke vrede, welvaart en beschaving in het gedrang komen.

Wanneer onderbuikgevoelens of instincten het winnen van morele normen, dan faalt de politiek en komt het open karakter van de samenleving in het gedrang. Hier ligt het gevaar van de demagogie. De demagoog teert op het gevoel van onbehagen en wakkert dat verder aan uit eigenbelang. Hoe groter het onbehagen, hoe groter zijn greep op de samenleving en hoe ernstiger de schade voor de democratie. Van de gemeenschap blijft enkel een chaotisch gezelschap over van gelijkaardige maar ongelijke individuen die zich rusteloos tegen zichzelf keren. Voor het individu bestaat de gemeenschap alleen nog uit de eigen inner circle, waar een getribaliseerde waarheid wordt gekoesterd.

Zuiveren

Demagogen promoten en koesteren uit politieke noodzaak een denkbeeldig, statisch vijandbeeld en gebruiken daarvoor een gewapende retoriek. Divide et impera is hun adagium. Het krijgt vorm in een vertoog dat uitgaat van een imminent gevaar door de aanwezigheid van voorspelbare zondebokken op basis van afkomst of ideologie. De demagoog zet de kiezer aan om met anderen de confrontatie aan te gaan, zonder zelf expliciet op te roepen tot geweld. Niet om als vrije en gelijke burgers samen te werken maar om de publieke ruimte te ‘zuiveren’, te onderwerpen en te beheersen. De aangeprate angst, vermomd in oprecht klinkende bezorgdheid over een verondersteld onzekere en bedreigde toekomst, kweekt bij een misnoegd electoraat de behoefte om het hele systeem op de schop te nemen.

De demagoog zet de kiezer aan om met anderen de confrontatie aan te gaan, zonder zelf expliciet op te roepen tot geweld.

Het gevaar van de erosie van de morele basis in een democratie is een oud en gekend probleem. In zijn 'Hellenica' illustreert de Griekse wijsgeer Xenophon hoe die morele basis de duimen moest leggen voor de tirannieke heerschappij van een waanzinnige meerderheid. Tegen het einde van de Peloponnesische oorlog werd tijdens een volksvergadering in Athene een illegaal voorstel gelanceerd. Toen enkelen wezen op die illegaliteit, reageerde een woeste massa dat het verwerpelijk is het volk te verhinderen te doen wat het ook maar wil.

Uit de jongste peiling klinkt de roep om politieke vernieuwing loeihard. Een vernieuwing die het vertrouwen in de democratie wil versterken, moet stevig ingebed zijn in de historische ervaring. Ze moet de homo equalis koesteren en versterken en de neiging tot chaos eigen aan democratie temperen. De zaak-Conings moet ons leren dat beschaving barbaarsheid hoogstens kan onderdrukken, maar nooit uitwissen. Hoe geavanceerder een maatschappij, des te meer moeten de leiders inzien dat ze feilbaar en kwetsbaar is.

Fouad Gandoul

Politicoloog

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud