Rector Vrije Universiteit Brussel

Door Caroline Pauwels, rector van de Vrije Universiteit Brussel

In de laatste maand van het jaar viel me twee keer een bijzondere eer te beurt. Ik werd uitgeroepen tot Brusseles van ’t joêr 2017 en enkele dagen later - samen met rector Yvon Englert van onze zusteruniversiteit ULB - tot Brussels Leader of The Year. Die prijzen kregen we omdat we een positief beeld van Brussel uitdragen, de studenten dichter bij de stad brengen en de samenwerking met Brusselse instellingen proberen te stimuleren.

Brussel is een stad waar het geregeld koekenbak is, meestal in positieve, maar - helaas - soms ook in negatieve zin.

Het zal de criticasters van Brussel verwonderen, wellicht ergeren, maar ik ben oprecht blij met die titels. Ondanks het mogelijke verwijt van naïviteit, idealisme of struisvogelattitude zie ik beide onderscheidingen als het resultaat van een duidelijke keuze die ik als rector gemaakt heb. Een keuze die in mijn universiteit - en ook bij de ULB - een breed draagvlak heeft. Ik heb het over de onvoorwaardelijke keuze voor Brussel, ondanks zijn gebreken, maar met een duidelijke focus op zijn, zelfs al gerealiseerde, potentieel.

Het moment kon niet slechter gekozen zijn, hoor ik sommigen denken. Net nu Brussel een annus horribilis achter de rug heeft, met de novemberrellen, het fiasco van het Eurostadion en het weerzinwekkende schandaal van SamuSocial. 2016 was al even erg, met de terreuraanslagen waardoor Molenbeek wereldwijd een begrip werd.

Al vele jaren lang en met de nodige systematiek kaarten mensen als Marion Van San, Luckas Vander Taelen, Eric Corijn en anderen de mankementen van Brussel aan. Hun kritiek echoot door in de scherpe analyses van jonge ondernemers als Hassan al Hilou, de jongste serieondernemer van dit land, en in initiatieven als Gradufair, dat hoogopgeleide jongeren met een migratieachtergrond aan een job wil helpen en dat mee opgericht werd door studenten met migratieachtergrond van de VUB. Ik vind die kritiek noodzakelijk en moedig ze aan.

Place to be

Maar Brussel is geen hellegat. Waarom zien zo weinig mensen het hoofdstedelijk gewest als wat het wel is? Volgens de green city index staat het al jaren in de top tien van de groenste steden van Europa, met zijn vele parken, moestuinen en uiteraard het Zoniënwoud. Als internationaal centrum is de hoofdstad van Europa voor politieke leiders en ambitieuze ondernemers, jong en oud, nog altijd de place to be.

Hun kritiek echoot door in de scherpe analyses van jonge ondernemers als Hassan al Hilou, de jongste serieondernemer van dit land

Marc Coecke lijkt dat alvast begrepen te hebben. Brussel is inderdaad een stad waar het geregeld ‘koekenbak’ is, meestal in positieve, maar - helaas - soms ook in negatieve zin. Maar is dat in Antwerpen - met half zoveel inwoners als Brussel - dan zo anders? Brussel is een kosmopolitische stad, waar meertaligheid en superdiversiteit een feit zijn en onze studenten voorbereiden op een 21ste-eeuws burgerschap.

Ze wordt genoemd (nog niet geroemd) door The New York Times als het nieuwe Berlijn, is een ankerplaats van mooie en tegendraadse culturele instellingen en events, en wordt scherp bezongen door een nieuwe generatie rappers, slammers en stadspoëten. Een stad waar de beste leerkracht van Brussel 2017 Souhaïla Jnah heet en wiskunde en fysica geeft, STEM-richtingen dus, op het Martha Somerslyceum in Laken.

Een stad waar ondernemers als de Molenbekenaar Ouassari Ibrahim MolenGeek mee oprichtte, een programmeerschool, een bedrijvencentrum en een incubator voor start-ups met kansen voor jonge talenten.

De framing van Brussel als failed city die in het noorden maar ook in het zuiden van het land steeds meer gebetonneerd lijkt, is volstrekt contraproductief en ongenuanceerd

De eenzijdige focus op alles wat fout loopt, de framing van Brussel als failed city die in het noorden maar ook in het zuiden van het land steeds meer gebetonneerd lijkt, is volstrekt contraproductief en ongenuanceerd. Niemand wordt daar beter van. Alle Belgen en zeker ook de Vlamingen hebben alle belang bij een hechte, vruchtbare en constructieve relatie met hun hoofdstad.

Niemand zei het beter dan Jean-Claude Juncker, de voorzitter van de Europese Commissie. Na de rellen in november zei hij in Het Laatste Nieuws: ‘Ik keur ze niet goed, maar overdrijven we niet een beetje in onze dramatiek? Brussel is een open stad, gericht op de wereld, niet op zijn eigen navel. Daar mag u fier op zijn.’

Laten we met zijn allen wat trotser worden op onze open, meertalige en veelkleurige hoofdstad. Is dat geen mooi voornemen voor 2018?

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud