‘Er is een verschil tussen economische en politieke rationaliteit’, leerde emeritus professor en Wetstraatveteraan Theo Peeters ooit van CVP-politicus Jos Chabert. Ook de federale en de regionale regeringen ondervinden dat het verschil tussen beide onthutsend groot kan zijn.

Paleis der Natie is de wekelijkse opiniebijdrage door Rik Van Cauwelaert voor De Tijd.

De klacht over de hoge Belgische loonkosten en de tanende concurrentiekracht gaat al decennia mee. Herinnert u zich de Maribel-oefening? Theo Peeters, emeritus professor internationale economie van de KU Leuven, doet het verhaal in zijn pas verschenen boek ‘Eigenzinnig in economie’.

Peeters was adviseur van premier Mark Eyskens toen die in 1981 het Model for Analysis and Rapid Investigation of Belgian Economic Aggregates, kortweg Maribel, aangereikt kreeg door het Planbureau. Maribel was een simulatiemodel voor een vermindering van werkgeversbijdragen om de concurrentiekracht van de bedrijven bij te spijkeren. Devaluatie was in die dagen nog een vies woord.

Om het juiste effect te hebben moest de bijdragenvermindering zoals voorzien in het Maribel-model worden gecompenseerd door de verhoging van een aantal btw-tarieven. Een taxshift, zeg maar, waarbij ook de index moest worden ‘uitgezuiverd’. Zo niet zou de btw-verhoging tot hogere consumptieprijzen leiden, en bijgevolg via de index tot hogere lonen, loonlasten en uitkeringen.

De Maribel-oefening werd uiteindelijk door de rooms-rode coalitie van Eyskens aan flarden onderhandeld, tot het effect op de index amper 0,9 procent bedroeg. Een ontgoochelde Theo Peeters vroeg CVP-vicepremier Jos Chabert: ‘Jos, hoe is dat in godsnaam mogelijk?’ Waarop Chabert, flegmatiek als altijd, repliceerde: ‘Theo, dat zult gij nooit begrijpen. Dat is nu het verschil tussen economische en politieke rationaliteit’.

De academicus geeft toe het verschil nog altijd niet te begrijpen. En hij citeert Herman Van Rompuy, die ooit schreef: ‘Het drama van ons land is telkens opnieuw dat men zaken zo lang uit de hand laat lopen dat een aantal poorten naar oplossingen nog amper op een kier staan’.

Weinige maanden na de geboorte van de Maribel-dromedaris volgde de pijnlijke devaluatie die men zo angstvallig had proberen te vermijden. De economische werkelijkheid had de politieke rationaliteit ingehaald.

Goed drie decennia later staat het federale koninkrijk opnieuw bij af. Een andere Peeters, vicepremier en minister van Economische Zaken Kris Peeters (CD&V), moet nu in opdracht van de centrumrechtse regering van premier Charles Michel (MR) de economische en de politieke rationaliteit op elkaar afstemmen, samen met weinig toeschietelijke sociale partners. Hij moet dat doen in een nieuwe constitutionele omgeving en onder het oog van strenge Europese toezichthouders, die wijzen op de oplopende Belgische schuld en dreigen met een procedure wegens buitensporig overheidstekort.

Na de goedkeuring door zijn regering van recent gesloten akkoordjes tussen werkgevers en werknemers beweerde premier Michel de sociale vrede onder de kerstboom te hebben gelegd. Hij werd prompt tegengesproken door Marc Leemans. De voorzitter van de christelijke vakbond ACV geniet zichtbaar van het imago van menner van het syndicale verzet, hem aangemeten door de socialistische oppositie.

Volgens Leemans ligt er helemaal niks onder de kerstboom. Al hoedt hij er zich voor nu al de voortzetting van de syndicale actie aan te kondigen. Leemans kent de economische en de budgettaire werkelijkheid. Als regent van de Nationale Bank van België krijgt hij die geregeld voorgeschoteld. Hij beseft ook dat deze regering niet om een taxshift heen kan. Europa en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) dringen er te sterk op aan. Daarom is het niet uitgesloten dat het in de eerste maanden van 2015 tot een federaal sociaal vergelijk komt.

Al is de centrumrechtse meerderheid daarmee nog lang niet uit de problemen. Een fors deel van de saneringsopdracht die deze regering op zich nam, wordt gedragen door de deelregeringen. Dat is het gevolg van de zesde staatshervorming en de bijbehorende bijzondere financieringswet die aan uitvoering toe is.

Gemeenten

Enkele dagen voor Kerstmis voorspelde Vlaams Parlementslid Ingrid Pira (Groen), gewezen burgemeester van Mortsel, dat er de komende maanden bij de Vlaamse gemeenten 1.500 banen verdwijnen. Het gaat om gesubsidieerde contractuelen, gesco’s in het jargon, waarvoor de gemeenten, die nu al in stilte saneren, voortaan een pak minder subsidies krijgen van de Vlaamse regering. Pira vreest dat daarbovenop nog eens 2.000 gesco’s uit de kinderopvang en de jeugdwerking in de werkloosheidstabellen stranden.

Die nakende ontslagen bij de gemeenten zijn een rechtstreeks gevolg van de dood van suikertante Dexia, maar ook van de bevoegdheidsoverdracht die met de zesde staats hervorming gepaard gaat.
Rik Van Cauwelaert

3.500 ontslagen, dat komt neer op de sluiting van een groot assemblagebedrijf. Toch werd het bericht amper opgepikt. De nakende ontslagen bij de gemeenten zijn een rechtstreeks gevolg van de dood van suikertante Dexia, maar ook van de bevoegdheidsoverdracht die met de zesde staatshervorming gepaard gaat. Daarbij draagt de federale overheid nagenoeg 20 miljard euro uitgaven over aan de deelgebieden, maar ze geeft amper 85 procent van de bijbehorende middelen mee. Dat betekent dat de deelregeringen geen andere keuze hebben dan op hun beurt te saneren of extra inkomsten te zoeken. Dat laatste is perfect mogelijk via de opcentiemen op de personenbelasting. Maar dat willen de Vlaamse coalitiepartijen, die ook in de federale regering zitten, nu net vermijden. Daarom wordt een deel van de besparingen alvast doorgeschoven naar de gemeenten.

Peeters wijst in ‘Eigenzinnig in economie’ op de verschillende samenstelling van de uitgavenbevoegdheden van de federale overheid en die van de deelgebieden. De federale overheid wordt door de jongste staatshervorming bevoegd voor de consumptieve bestedingen. Dat zijn de lasten van de overheidsschuld, de essentiële overheidstaken als justitie, defensie en sociale zekerheid, en de overdrachten aan de Europese Unie. De deelgebieden laten zich in met de investeringsuitgaven, infrastructuur, arbeidsmarktbeleid, onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en innovatie. Die stimuleren de groei en de tewerkstelling en houden het federale sociale model betaalbaar.

De academicus geeft die verdeling van de uitgavenbevoegdheden als ‘een zoveelste voorbeeld van kortetermijnhandelen’. Terecht, want de deelgebieden gaan zoals nu al in Vlaanderen, in het spoor van de federale overheid, niet investeren maar saneren, om de consumptieve uitgaven buiten schot te houden. Omdat de partijen die de Vlaamse regering vormen ook deel uitmaken van de federale regering, is nauwe samenspraak mogelijk om de saneringsoefening min of meer te stroomlijnen. Dat is momenteel niet het geval. Langs Franstalige kant ligt dat een pak moeilijker. De enige Franstalige partij in de federale regering, MR, werd geweerd uit de Waalse en de Brusselse regering en uit de Franse Gemeenschapsregering. Die kunnen zich evenmin onttrekken aan de Europese begrotingsoekazes en worden bijgevolg ook tot ingrijpende saneringen gedwongen.

Het ergste wat ze zich bij de PS voor 2015 kunnen dromen, is een sociaal akkoord op federaal niveau, waarna de acties van de door de extreemlinkse PTB genoyauteerde FGTB zich tegen de Waalse regering en de Franse Gemeenschapsregering keren.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud