Universeel basiskapitaal

Hoogleraar economie UGent

Het idee iedereen een universeel basisinkomen te geven hebben de meeste beleidsmakers stilletjes aan de kant geschoven. Politiek is het lastig het systeem van meer gerichte uitkeringen te ontmantelen. De meeste Europese begrotingen zitten diep in het rood. De paar landen die wel nog een overschot boeken, zijn geen voorstander van een basisinkomen. De kosten van de vergrijzing beginnen te hoog op te lopen. En de paar experimenten waren geen doorslaand succes.

©rv

Daarnaast verdween de vrees dat een groot deel van de bevolking zijn werk zou verliezen door een golf van disruptieve automatisering en digitalisering, en daarmee ook de zin om te experimenteren met het universeel basisinkomen als een mogelijke oplossing. Digitalisering kost wel banen, zoals in de banksector, maar er komen meer nieuwe banen bij. De apocalyptische voorspellingen over de impact van artificiële intelligentie op werkgelegenheid bleken fout, en dus is het basisinkomen minder noodzakelijk geworden.

Bovendien zal het aantal beschikbare werknemers dalen door de vergrijzing. Het voornaamste probleem is nu al geschikte werknemers te vinden en dat probleem zal alleen maar groter worden. In een dergelijke context lijkt een universeel basisinkomen een doodgeboren kind. Het zal de arbeidsparticipatie laten dalen, terwijl we net meer arbeidsparticipatie nodig hebben om alles voor elkaar te krijgen. De toekomst brengt een oorlog om talent in plaats van de gevreesde universele werkloosheid.

Een bescheiden universeel basiskapitaal leidt tot heel wat meer inkomensmobiliteit, een betere allocatie van menselijk kapitaal, en uiteindelijk economische welvaart

Ondertussen komt het idee van een universeel basiskapitaal om de hoek kijken. In 1797 stelde Thomas Paine het voor in de Verenigde Staten. Hij zag het als een compensatie voor het invoeren van eigendomsrechten op land. Het idee bleef sudderen in het Verenigd Koninkrijk. In 2003 werd zelfs een Child Fund Trust opgericht om elk kind bij het bereiken van de volwassenheid een kapitaal uit te keren. Dat fonds sneuvelde in 2010 in de dwangmatige bezuinigingen na de bankencrisis.

Er zijn vele redenen waarom een universeel basiskapitaal een goed idee is. Als de groei van inkomens in het verleden hoger lag dan in de toekomst, dan herstelt een universeel basiskapitaal de gelijkheid tussen de generaties. Bovendien blijkt uit Belgisch onderzoek dat mensen met een hoger kapitaal aan het begin van hun carrière sneller stijgen op de inkomensladder. Dat ligt niet zozeer aan aangeboren verschillen in competenties of toegang tot sociale netwerken, maar vooral aan het kapitaal zelf.

Snel toehappen

Als je echt geen euro hebt, moet je bij het begin van je carrière snel toehappen bij het zoeken naar een eerste baan, want het alternatief is een lange wachttijd zonder vervangingsinkomen. Maar als je over een klein kapitaaltje kan beschikken, is er iets minder druk om de eerste de beste baan aan te nemen. Daardoor kies je een baan die gemiddeld iets beter bij je competenties past en uitzicht biedt op een vlotte carrière. Je ziet het verschil in inkomensgroei al een paar jaar na je eerste baan.

Wie met wat kapitaal aan de start staat, ziet zijn loon sneller stijgen, los van verschillen in aangeboren competenties en toegang tot sociale netwerken. Op die manier reproduceert vermogensongelijkheid zichzelf als inkomensongelijkheid in de volgende generatie, en dus versterkte vermogensongelijkheid in de toekomst. Daardoor bereikt een deel van het menselijk kapitaal trager of nooit zijn volledige potentie. Dat gaat uiteindelijk ten koste van maatschappelijke welvaart.

5.000 euro kan al volstaan. Dat is zowat vijfmaal minder dan we tot dan toe aan de ouders betaald hebben in de vorm van kindergeld. Het kapitalisme hoeven we daarvoor dus niet af te schaffen

De econoom Thomas Piketty stelde onlangs voor elke 25-jarige een universeel basiskapitaal van 125.000 euro te geven. Dat zou gefinancierd worden met een progressieve jaarlijkse vermogensbelasting van 0,1 procent voor vermogens lager dan 100.000 euro, tot 90 procent vanaf 2 miljard euro. Hoewel de nadelen van de overmatige vermogensconcentratie duidelijk zijn, verliest Piketty misschien uit het oog dat net het nalaten van vermogen de sterkste motivator is om vermogen en dus kapitaal op te bouwen. Neem die incentive volledig weg en dan daalt ook de vermogensopbouw, en dus de kapitaalvoorraad en de economische groei.

Maar laat Piketty het kind niet met het badwater weggooien. Een bescheiden kapitaal dat je toelaat met iets meer gemoedsrust op zoek te gaan naar de baan die het best bij je past, leidt tot heel wat meer inkomensmobiliteit, betere allocatie van menselijk kapitaal, en uiteindelijk economische welvaart. Daarom is een universeel basiskapitaal maatschappelijk nuttig en economisch haalbaar. 5.000 euro kan al volstaan. Dat is zowat vijfmaal minder dan we tot dan toe aan de ouders betaald hebben in de vorm van kindergeld. Het kapitalisme hoeven we daarvoor dus niet af te schaffen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud