Up in the air

©Dries Luyten

Ik vlieg veel. Eigenlijk te veel naar mijn goesting. Het klinkt vrij glamoureus om elke week te jetsetten naar leuke locaties, maar na een tijdje is de lol er wel af. Wachten om in te checken, wachten bij de douane, wachten aan de security, wachten aan de gate, en wachten aan de bagage. Zeker in Zaventem.

Maar soms, heel soms, is het zicht spectaculair. Als je in Newark opstijgt en een schitterend beeld van Manhattan aan je voorbij ziet trekken, met de Empire State Building en de Chrysler Building die schittert in de zon. Of als je moet wachten om op Heathrow te landen en de piloot een rondje boven London vliegt en je Tower Bridge, Big Ben en het parlement kan zien liggen. Schitterend.

Maar ik geniet ook enorm als ik na een lange vlucht van de VS wakker word boven Oostende en bijna thuis ben. En vooral als het een prachtige stralende ochtend is, geen wolkje aan de lucht, en je het prachtige Vlaamse landschap onder je ziet stralen. Dat gebeurde me onlangs. Dan besef je pas hoe ongelooflijk klein ons landje wel is. Je hebt dan uren gevlogen over de Rocky Mountains, over de Midwest, en duizenden kilometers afgelegd, waarbij het kleine vliegtuigje tergend langzaam vooruit kruipt over de kaart van Amerika. Maar als je Oostende ziet passeren krijg je het bericht om de riemen toe te gespen, want ‘we’re starting our descent into Brussels’.

Je ziet ook geen verkiezingsborden vanop die hoogte. Gelukkig maar. God, wat haat ik deze periode waar je niet naast die verschrikkelijk schreeuwerige lelijke koppen kan kijken. Ik weet niet meer welke hautaine vip in de Ronde Van Vlaanderen achteraf, nadat hij de hele Ronde had afgelegd in een volgwagen, vond dat hij nog nooit zo’n eindeloze rij Lelijke Koppen van supporters had gezien. Wel, dat gevoel heb ik hele dagen als ik nu langs Vlaamse wegen rijd en ik de reclameborden op me af zie komen.

Maar terug naar de vlucht. Duizenden kilometers over een uitgestrekt land dat maar twee politieke partijen heeft. En dan kom je in een landje van een voorschoot groot, waar een resem partijen elkaar bekogelen met politieke modder, terwijl ze inzake hun standpunten eigenlijk vaak niet zo heel ver uit elkaar liggen.

Maar het spectaculaire van de vlucht is dat je ziet hoe klein alles is. Je ziet Zeebrugge, en Gent, en Antwerpen. Liggen op een boogscheut van elkaar en gunnen elkaar het licht in de ogen niet, terwijl ze misschien veel beter zouden samenwerken. De haven van Rotterdam lacht in haar vuistje om die Vlamingen die elkaar het leven zuur maken. Je ziet het prachtige Gent liggen, met zijn universiteit die uit zijn voegen barst. Knipper met je ogen en je passeert Leuven, vlak voor je in Zaventem neerstrijkt. Op werpafstand van elkaar vind je twee topuniversiteiten die met moeite samenwerken, en eerder elkaar beconcurreren dan de handen in elkaar te slaan.

Wat je helemaal niet vanuit de lucht ziet, is de taalgrens. Goed, het is misschien een beetje groener in het zuiden, maar dat is nauwelijks merkbaar. En toch, op de grond is er een ijzige strijd waar de stellingen in het Zuiden en het Noorden worden ingenomen. In het buitenland is het hallucinant grappig. In Californië was ik de Vlaamse FIT tegengekomen, de Flanders Investment and Trade. We betalen mensen in Los Angeles om als expat de Vlaamse belangen te verdedigen. Grappig, want ik was er ook de Awex tegengekomen: l'Agence wallonne à l’Exportation et aux Investissements étrangers. Die doet juist hetzelfde, maar voor die mensen die in dat ‘iets groenere gebied in het Zuiden’ wonen.

Maar het leukste was dat ik in San Francisco uitgenodigd was door de Honorary Consul of Belgium for North California, een uiterst charmante dame, die in een van de duurste wijken van San Francisco woont met een schitterend zicht op de Golden Gate Bridge. Hallucinant hoe wij in dit land geld weggooien met ons kleinburgerlijke kerktorendenken. De buitenwereld lacht er zich krom om, en verstaat het gewoon niet.

Onze politici zouden beter wat meer vliegen. Je krijgt een heel ander beeld als je daarboven naar ons piepkleine landje kijkt. En je krijgt er inspiratie dat we in ons superkleine voorschootje van een land misschien toch wat beter zouden moeten samenwerken in plaats van elkaar het leven zuur te maken. En je ziet die verdomd lelijke verkiezingsborden niet.

Peter Hinssen is partner in Across Group en voorzitter van Across Technology

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud