Van Durbuy tot BXL

Freelancejournalist en regisseur

We reizen om te leren en hoeven daarvoor zelfs niet ver te gaan. Tijdens de kerstvakantie was ik in de omgeving van Durbuy. Behoorlijk toeristisch en overlopend van Vlamingen en Hollanders.

Door Luckas Vander Taelen, freelancejournalist en regisseur

Een interessant collateraal effect daarvan is dat er geen restaurant of café in de wijde omgeving is zonder Nederlandstalige bediening of minstens een tweetalig menu. Een beetje zoals aan de kust, waar Franstaligen ook in hun eigen taal ontvangen worden.

Dit lijkt de nauwelijks verholen strategie van het Brusselse stadsbestuur: Vlamingen naar de Heizel lokken, omdat die toch niet meer naar het centrum komen.

Ik vroeg me af waarom dat niet in Brussel kan. Ik woon er al zolang dat ik niet meer verbaasd opkijk van eentalige spijskaarten of een Nederlandsonkundige serveur. Dat heeft natuurlijk veel te maken met het internationale karakter van de stad. In het superdiverse Brussel gaat het er al lang niet meer over of iemand Frans of Nederlands spreekt. Het aantal nationaliteiten en talen in de stad is zo groot geworden dat het Frans en in mindere mate het Engels gebruikt worden als een soort lingua franca, die je nodig hebt om te communiceren.

Mythe

Het vervelende is dat sommige politici de mythe in stand blijven houden dat Brussel een Franstalige stad is. Quod non: in Brussel wordt in zowat 60 procent van de gezinnen geen Frans of Nederlands gesproken.

Durbuy mag dan misschien een artificiële enclave zijn in Wallonië, het stadje zou een inspirerend voorbeeld kunnen zijn voor Brussel om een eind te maken aan een van de meest zorgwekkende evoluties van de jongste jaren: het dalende aantal Vlamingen dat naar de hoofdstad afzakt om er te shoppen of een avondje uit te gaan.

Marion Lemesre, Brusselse schepen van Handel (MR) ©DOC

Onlangs gaf de Brusselse schepen van Handel Marion Lemesre (MR) toe dat haar stad die groep steeds minder kon aantrekken. Daarom is zij een groot pleitbezorger van het megalomane winkelcentrum Mall Of Europe, een deel van het Neo-project aan de Heizel. Dat zou vooral mikken op een publiek uit het noorden boven Brussel, Vlamingen dus.

Mentaliteit

Dit lijkt dus de nauwelijks verholen strategie van het Brusselse stadsbestuur: Vlamingen naar de Heizel lokken omdat die toch niet meer naar het centrum komen. Het is ontstellend dat een schepen die verantwoordelijk is voor het economische welzijn van de handel in Brussel zich daar zomaar bij neerlegt. Te vrezen valt dat een onuitgesproken franskiljonse mentaliteit daarvoor verantwoordelijk is.

Ik vrees dat de strategie van schepen Lemesre vooral ingegeven is door een beleid dat niet veel geeft om tweetaligheid, waarbij Vlaamse bezoekers zich welkom zouden voelen

Ik vrees dat de strategie van schepen Lemesre vooral ingegeven is door een beleid dat niet veel geeft om tweetaligheid, waarbij Vlaamse bezoekers zich welkom zouden voelen. Storende vertaalfouten blijven in Brussel een genante constante, van spijskaarten tot overheidspublicaties. Maar de Brusselse burgemeester Yvan Mayeur (PS) liet al een paar keer blijken dat hij niet erg inzit met hoe zijn stad in Vlaanderen bekeken wordt. Hij behoort tot een partij die een ‘splendid isolation’ cultiveert en, zeker door het succes van de N-VA, Vlamingen ziet als perfide tegenstanders van Brussel met een verborgen agenda.

Mayeur

Toen na de aanslagen hooligans Brussel onveilig maakten, waren dat ‘Vlamingen’ voor Mayeur. Hij moest daarvoor zijn excuses aanbieden. Een kritisch N-VA-gemeenteraadslid kreeg van Mayeur te horen dat hij ‘geen echte Brusselaar was’. Daarvóór had hij de stad een zeer Franstalig ‘BXL’-logo opgedrongen, dat enkel aan ‘Bruxelles’ refereert, niet naar ‘Brussel’ of ‘Brussels’.

Dan is de nieuwe naam van de Nederlandstalige Brusselse media ‘Bruzz’ veel creatiever. Maar van dat soort openheid is in Brussel aan Franstalige kant nog altijd niet veel te zien. En de Vlaamse schepenen in Brussel laten bijzonder weinig van zich horen.

Niet mikken op een immense groep potentiële bezoekers met een grote koopkracht die vlak bij Brussel woont: het blijft een gemiste kans

Niet mikken op een immense groep potentiële bezoekers met een grote koopkracht die vlak bij Brussel woont: het blijft een gemiste kans. De Brusselse gewestregering geeft 4 miljoen euro uit aan een internationale campagne om het imago van de stad te verbeteren en minister-president Rudi Vervoort (PS) kreeg 100.000 euro voor een Europese promotiereis. Goede initiatieven, die na het rampjaar 2016 meer dan verantwoord zijn.

Maar misschien had Vervoort zich eerst moeten afvragen of het niet even belangrijk is om Brussel aantrekkelijker te maken voor Vlamingen. Hij kan misschien samen met burgemeester Mayeur en schepen Lemesre een studiereis naar Durbuy maken.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud