Advertentie
Advertentie

Van overlegcomité tot superregering

Zonder voortdurende samenspraak tussen de federale premier en de minister-presidenten van de deelregeringen dreigt de uitvoering van de zesde staatshervorming vast te lopen. Het Overlegcomité, dat bevoegdheidsconflicten moet beslechten en belangenconflicten gladstrijken, wordt een superregering boven de federale regering.

Door Rik Van Cauwelaert, columnist

Open VLD-voorzitster Gwendolyn Rutten was heel stellig: ‘De eerstvolgende vijf jaar komt er geen nieuwe staatshervorming. De nieuwe regering moet de volledige aandacht toespitsen op de economische dossiers.’ Ruttens verklaring werd prompt geëchood door de andere voorzitters van de regeringspartijen om de zondagse debattafel.

Premier Elio Di Rupo legde er in zijn beleidsverklaring voor de Kamer eveneens de nadruk op dat minstens vijf jaar nodig zijn om de zesde staatshervorming ordentelijk door te voeren. In het beste geval kan, althans volgens CD&V-voorzitter Wouter Beke, een volgende hervorming in de nieuwe senaat worden voorbereid.

Al torent de partij nog altijd ver boven de andere Vlaamse partijen uit, kennelijk werkt de neerwaartse trend die de N-VA in de peilingen te zien geeft hartversterkend voor de Vlaamse meerderheidspartijen. Maar de boude bewering dat er na de verkiezingen van mei 2014 geen onderhandelingen komen over een nieuwe staatshervorming, lijkt wat overhaast.

Vlaams minister-president Kris Peeters (CD&V) liet immers al verstaan dat een zevende staatshervorming niet lang op zich kan laten wachten. Zelfs gewezen premier Jean-Luc Dehaene, niet meteen een communautaire scherpslijper, gaf te kennen dat de zesde staatshervorming lang niet de copernicaanse omwenteling is die Peeters eist en dat er onvermijdelijk een volgende fase komt. Bovendien bevat de staatshervorming die de volgende regering moet doorvoeren tal van onduidelijkheden en bijgevolg nogal wat conflictstof.

Er hebben al wel vaker regeringen aangekondigd dat ze de communautaire confrontaties achterwege zullen laten. Die van Paul Van den Boeynants was er zo een. Ze strandde op Leuven Vlaams.

Guy Verhofstadt (Open VLD) kondigde heel kordaat aan werk te willen maken van de economische dossiers en de communautaire kwesties in de koelkast te zullen houden. Enkele jaren later zat zijn paarse ploeg te sleutelen aan de kieskringen, met het probleem van Brussel-Halle-Vilvoorde als gevolg, en moest de bijzondere financieringswet worden hervormd om het Franstalige onderwijs van vers geld te voorzien. Het resultaat van Verhofstadts kunstgrepen moeten deze en volgende regeringen constitutioneel en budgettair rechttrekken.

Waalse cijfers

De zesde staatshervorming schept zeker geen klaarheid in de afbakening van de federale beleidsdomeinen, die overigens allemaal communautair ondermijnd zijn. Bijgevolg geraken Vlamingen en Franstaligen bij het minste interpretatieverschil op ramkoers.

Bovendien komt het financiële beleid van de volgende federale regering, net als dat van de deelregeringen en de lokale besturen, onder strenge Europese controle. Het saneringspad van de volgende coalitie is feitelijk al uitgestippeld. En nu al is duidelijk dat de sociale zekerheid, waarvan de splitsing door de zesde staatshervorming is ingezet, verder onder druk komt.

Met de herverkaveling van bevoegdheden, de nieuwste versie van de bijzondere financieringswet en de strenge Europese begrotingsverplichtingen worden ook de deelgebieden, maar vooral Wallonië en Brussel, voor het blok gezet.

In Nederland werd de klassieke verzorgingsstaat al geruild voor de zogenaamde participatiesamenleving, waarbij wie kan verantwoordelijkheid moet nemen voor zijn of haar leven en omgeving. Dat het in België dezelfde kant uitgaat, lijdt weinig twijfel.

Het is maar de vraag of Wallonië die oefening aankan. Wat tot onderhuidse spanningen leidt in de PS. Want bijzonder pijnlijk voor de partij van Elio Di Rupo die al decennia Wallonië regeert, zijn de armoedecijfers van het Waalse bureau voor statistiek IWEPS. Volgens het IWEPS leeft in Wallonië een kind op vier in armoede, kan 10 procent van de Waalse gezinnen de verwarmingsfactuur niet meer betalen en is 38 procent van die gezinnen niet opgewassen tegen een onvoorziene uitgave van 1.000 euro.

Met die armoedecijfers zakt Wallonië naar het niveau van Polen en Portugal. De inkomenskloof tussen Wallonië en Vlaanderen, dat aansluit bij het rijkere Noord-Europa, is allerminst kleiner geworden.

Wie dacht dat de jongste staatshervorming de komende vijf jaar communautaire rust zal brengen, kan maar beter kennis nemen van ‘La 6e réforme du fédéralisme belge et ses conséquences budgétaires’, een groepswerk van de Waalse professoren Robert Deschamps en Marcus Dejardin van de universiteit van Namen en enkele van hun Franstalige collega’s.

Op bijna elke bladzijde wijzen de auteurs op de noodzaak van een intense samenwerking tussen de federale en de regionale regeringen om het nieuwe federale bouwsel overeind te houden. Want de regio’s en de gemeenschappen krijgen meer dan ooit de mogelijkheid om een eigen, verschillende politiek te voeren op de terreinen die jammer genoeg niet altijd even duidelijk werden afgebakend. Dat biedt nieuwe mogelijkheden, maar het schept vooral nieuwe risico’s’, zegt Robert Deschamps. Elke deelregering kan voortaan de eigen problemen aanpakken. Het is dan ook de bedoeling dat die eigen aanpak betere performanties oplevert dan die van de federale regering tot nog toe.

Nieuwe conflictstof

‘Maar als het beleid van elke entiteit niet wordt gecoördineerd en te veel verschilt, en de resultaten inzake economische groei en tewerkstelling al te ver uiteenlopen, komt die zesde staatshervorming onvermijdelijk op de helling’, luidt de conclusie van Deschamps, die met zijn collega’s alle mogelijke conflictpunten heeft opgelijst.

De aanslepende discussie over het concurrentiepact waar Vlaams minister-president Peeters nu al maanden op aandringt, leert dat de werkzaamheden van het Overlegcomité, waar de federale regering en vertegenwoordigers van de deelgebieden elkaar moeten vinden, op zijn zachtst gezegd stroef verlopen.

In zijn beleidsverklaring had premier Elio Di Rupo het over een interfederaal relanceplan dat samen met de deelregeringen moet worden uitgewerkt. Dat de premier daar nu pas achter lijkt te komen, is verwonderlijk. De cijfers zijn al langer bekend.

De activiteitsgraad onder de bevolking op arbeidsleeftijd blijft met 67,2 procent erg laag. In Duitsland kunnen ze bogen op 76,7 procent, in Nederland zelfs op 77,2 procent. Van de 4,7 miljoen Belgen op arbeidsleeftijd tussen 20 en 64 jaar zijn er ruim 3,8 miljoen loontrekkenden. Meer dan de helft van die loontrekkenden, waarvan een fors deel aan de slag met dienstencheques, heeft een inkomen dat op een of andere manier door de staat wordt gefinancierd.

Al die pijnlijke cijfers alleen al hebben tot gevolg dat de Vlaamse regeringspartijen onmogelijk naar de stembus kunnen met de aankondiging dat ze de huidige coalitie willen voortzetten.

Het zal overigens een fors interfederaal relanceplan moeten zijn, met bovendien een verschillende aanzet in Vlaanderen en in Wallonië, om die slabakkende activiteitsgraad en tegelijk de concurrentiekracht op te krikken.

Om de zesde staatshervorming door te voeren en in één adem ook de relance vorm te geven, krijgt het Overlegcomité, dat bevoegdheidsproblemen en belangenconflicten beslecht, onvermijdelijk een nieuwe rol. Het wordt een superregering waar de toon zal worden gezet door de vertegenwoordigers van de deelregeringen, die er hun eigen problemen bespreken, hun prioriteiten vastleggen en de te treffen schikkingen met Europa voorbereiden. De federale regering zal noodgedwongen optreden als notaris.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud