Afgelopen maandag aan de Arteveldehogeschool. Een stakingspiket staat voor de parkeergarage. Vuurtje, vlaggen. Een werkwillige wil binnenrijden. Hij neemt rustig het pamflet aan, dankt en wuift. Als hij wil doorrijden, komt een mannelijk roodhesje voor zijn auto staan. Na een paar minuten gaat hij weg. Auto rijdt een metertje door. Er komt een vrouwelijk groenhesje voor zijn auto staan. Vier paar koude ogen staren minutenlang naar elkaar. Dan gaat groenhesje tergend traag uit de weg. De chauffeur is nu zonder twijfel overtuigd van het nut van de stakingsactie.

©Dieter Telemans

Even later in de Fabiolalaan. Voor de foeilelijke nieuwe NMBS-gebouwen staat een vrolijk piket. Tentje, vuurtje, vlaggen. Een gepimpte auto komt met volle snelheid aangereden om abrupt tot stilstaand te komen. Twee jonge mannen springen uit de auto. Ze gaan een beetje door de knieën, de kop stierlijk naar voren. Middenvingers. ‘Luie linkse luizen.’ Daar is over nagedacht. Als een paar pikethouders - zij het aarzelend - een stap vooruit doen, stapt het duo vliegensvlug weer in de auto. Gierende banden, gierend gelach door de openstaande vensters. De mensen aan het piket zien nu ongetwijfeld de zinloosheid van hun actie in.

Afgaande op dat soort ervaringen dreig je al snel te denken dat België is opgedeeld in links en rechts. Dat berichten ook nogal wat binnen- en buitenlandse media. België lijkt, afgaande op wat in sommige commentaren wordt beweerd, wel een soort miniatuur van de Divided States of America, zoals voormalig Amerikaans ambassadeur Howard Gutman zijn land tijdens een afscheidsspeech omschreef. Dat de Verenigde Staten zijn opgedeeld in rode (Republikeinse, jawel) en blauwe (Democratische) staten lijkt vanzelfsprekend en al eeuwenoud. Toch is die term pas in 2000 geïntroduceerd door de beroemde NBC-journalist Tim Russert, die stelde dat er in de VS geen Middle Ground meer was. Verkiezingen gingen volgens hem tussen twee blokken die, wilden ze winnen, alles op alles moesten zetten om hun electorale basis naar de stemlokalen te krijgen. Mark Penn interpreteerde alle mogelijke polls daarover en kwam tot de conclusie dat die theorie nergens op slaat. ‘Swing is still king’, stelt hij. De pragmatische kiezer bepaalt wie het Witte Huis bewoont en het Congres bevolkt.

Wie verkiezingen wint, roept beter niet te snel dat de kiezer achter de ideologische lijn van zijn partij staat.

Wie verkiezingen wint, roept beter niet te snel dat de kiezer achter de ideologische lijn van zijn partij staat. Dat blijkt ook uit het iVox-onderzoek dat het weekblad Knack vorige week publiceerde. Rechts won de verkiezingen van 2014 en eiste de Vlaamse grondstroom voor zijn ideeën op. Maar meer dan 80 procent van de bevolking vindt dat de regering maatregelen moet nemen om de inkomenskloof te dichten en meent dat vermogens boven 1 miljoen euro moeten worden belast. Rechts vond dat er geen belastingen meer bij kunnen, maar 74 procent van de Vlamingen vindt een hogere btw op ongezonde producten wenselijk. De linkse partijen, die onverminderd achter de stakingen staan en er een duidelijke steun van de bevolking in lezen, kunnen toch beter eens nadenken over de bijna 57 procent die vindt dat stakingen het alleen maar erger maken. Die ideologische paradoxen versterken Penns stelling dat een grote meerderheid een pragmatisch, onafhankelijk denken aanhangen en zich ver houden van de traditionele links-rechtsideologieën.

Het pragmatisme heeft de wind in de zeilen. Jongeren hebben lak aan ideologie en aan wie ze belijdt. Ze kijken naar politici die elkaar termen als ‘gewapende arm’ en ‘cadeaus aan het patronaat’ toeslingeren zoals Japanse shungatekenaars naar Schotse boomwerpers. Dat stelde ook Mark Elchardus vast toen hij naging hoe jongvolwassenen over hun toekomst denken. Slechts 16 procent van de Belgen tussen 25 en 35 jaar gelooft dat politici hen kunnen helpen om de levenskwaliteit van hun ouders te evenaren, om een ideale levensloop uit te bouwen en om hen te beschermen tegen sociaal-economische bedreigingen. Jongvolwassenen rekenen vooral op zichzelf, hun partner, de familie en… een portie geluk.

Jongeren hebben geen greintje vertrouwen in mensen die polariseren, die het altijd beter weten, die hun tegenstanders vernederen. En mag dat nu juist het gedrag zijn dat ze elke dag mediagewijs waarnemen bij politici, voor wie de plicht altijd verdoemd, de verantwoordelijk altijd verpletterend en het gaan altijd tot op het bot moet zijn.

Ze hebben vier keer meer vertrouwen in nuchtere wetenschappers dan in immer emotionele politici. Zolang er geen partij is die de 19de-eeuwe ‘Ik ben beter dan jij’-ideologieën achter zich laat en echt die evidence based politics gaat, zullen deze jonge mensen met grote weerzin hun stem blijven uitbrengen op de minst slechte partij. Zolang ook zal hun stem politiek gerecupereerd worden. Hopelijk kunnen de scènes aan de Arteveldehogeschool en de Fabiolalaan over enkele decennia worden gebruikt in een ‘Daens’-remake, niet als docudrama maar als voorbeeld van de maatschappelijke achterhoedegevechten die zo typisch waren voor het begin van de 21ste eeuw.

En o ja, bijna vergeten: vrede aan alle mensen van goede wil!

Frank Van Massenhove. Voorzitter van de federale overheidsdienst Sociale Zekerheid. Hij schrijft deze column in eigen naam.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud