Verpamperen/verpauperen

Op alle mediafronten woedde een discussie na de noodbrief van radiopresentator Sofie, als jonge werkende moeder, aan minister van Werk Monica De Coninck.

Door Christ'l Joris, voorzitter van Etap, Agoria, Flanders Investment & Trade en het Rode Kruis Vlaanderen.

Sofie beschreef haar angsten over de (on)haalbaarheid van de werk-gezinbalans, ambitie. De reacties balanceerden tussen mededogen, zelfs ontroering bij sommige politici en politicologen die daarin het dilemma voor de jongere generatie zagen, en irritatie bij collega-moeders met de boodschap: ‘Count your blessings. Maak keuzes en weet dat kiezen ook verliezen betekent.’ De jonge vrouw verdronk bijna in de storm die ze had uitgelokt.

Bij jong zijn hoort dromen over de toekomst. Je omgeving en wat je meekrijgt zijn daarbij uitermate belangrijk. Een hoog scholings- en welvaartsniveau, met grote bescherming, in een zeer gesolidariseerde samenleving als de onze schept kennelijk ook onzekerheid en angst. Een onzekere samenleving en toekomst creëren een andere mindset. Ik weet dat het anekdotes zijn, maar ik geef er twee.

Yehyia is een Malinees. Hij gidste mij door Djenné. Hij studeerde, verdient hier en daar een schnabbel, en netwerkt. Hij heeft een uitgesproken kijk op en idee over de toekomst van zijn land. ‘Toekomstig eerste minister?’ vraag ik lachend. ‘Wie weet?’ is het ernstige antwoord.

In Pondicherry (India) zit ik samen met een 15-tal jonge mensen, allen dalit (kastelozen) en kansarm, met bovendien een zware ‘fysieke beperking’. Ze volgen een gesponsorde cursus IT- en communicatievaardigheden. Hun dromen voor de toekomst zijn groot, net als hun motivatie en enthousiasme om met de opleiding aan de slag te gaan. Ze delen een ‘basic’ internaat en dito leslokalen, een pc, maar ook hun leerkrachten én motivatie. Ze voelen zich daarom en desondanks toch een heel klein beetje ‘la jeunesse dorée’. Zij nemen hun leven in eigen handen. Eigenlijk hebben ze geen keuze, maar ze doen het. En ze stralen.

Het is al te makkelijk jonge mensen hier in Vlaanderen rond de oren te slaan met een verwijzing naar zij die het minder hebben. Maar het is de realiteit. Mijn jonge overzeese kennissen denken niet in termen van verworvenheden. Ze zetten hun ambities en realisaties niet op de tijdlijn waarop het pensioen aan de einder lonkt. Ik wil onder geen beding met hen ruilen, maar ik wil wél hun vechtlust en soms naïeve ambitie. Ik wens hen - mannen en vrouwen - toe dat ze meer rechten en keuzemogelijkheden opbouwen, én dat ze er goed en bewust mee omgaan.

Ik wens hen ook verantwoordelijke werkgevers toe. Die kunnen bij ons nog heel wat opsteken: hoe verantwoordelijk omgaan met je medewerkers, veiligheid op het werk (dank u Europa!), voorzieningen en terugvalposities op kwetsbare momenten (zwangerschapsrust, weerom: dank u Europa!), opleiding, zeggenschap en overleg over een uitdagende job die permanent mag evolueren.

Want hier spoort mijn overtuiging niet met die van minister De Coninck. Zeggen: ‘We moeten af van de citroenloopbaan waarin we tussen 20 en 45 alles moeten geven en dan aan de deur vliegen’, is net zo karikaturaal als de klacht van Sofie.

Bij ons gaat het voor het grote deel van de werkende en geschoolde jonge mensen niet om pamper of pauper. Ze kunnen échte keuzes maken. Een kleine groep jongeren kan dat niet. Op deze groep moeten we volop inzetten: opvang, onderwijs, taalonderricht, gezondheidszorg.

Verpamperen, verpauperen. Eén letter anders, maar een wereld van verschil.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud