Viktor Orbán, een gekozen autocraat

Politiek filosoof

Na de verkiezingszege van de Hongaarse premier Viktor Orbán laait het debat in Europa over zijn regering en zijn partij op. Terecht.

Terecht. De pijlen komen van twee kanten. Er is inhoudelijke kritiek: Orbán heeft onfatsoenlijke standpunten, onder meer over de islam en over vluchtelingen. En er is formele kritiek: hij ontmantelt de democratie, hij bedreigt de rechtsstaat en de vrije pers. Veel aandacht gaat uit naar het eerste, terwijl het tweede erger is. Bij deze verwarring spint Orbán goed garen.

©Dieter Telemans

Het inhoudelijke debat verdeelt de Europese Volkspartij (EVP), de christendemocraten en conservatieven van Angela Merkels CDU, de CD&V van Wouter Beke en het Forza Italia van Silvio Berlusconi. Velen vinden het tijd het Hongaarse Fidesz uit die ‘politieke familie’ te zetten. Anderen blijven een ‘grote tent’ zien met plek voor allen.

Dat Orbán harde standpunten op het democratische speelbord inneemt, is zijn recht. Het verzet tegen de verplichte verdeling van vluchtelingen is legitieme oppositie op inhoud. In deze krachtmeting, ook in de EVP, tussen ‘Barmhartige Samaritanen’ en ‘Bewakers-van-het-christelijke-Avondland’, stond Orbán sterk: er is onder Europese kiezers meer steun voor dichte hekken dan voor onbeperkte opname van vluchtelingen. Dat weten ook Horst Seehofer (Beierse CSU), Sebastian Kurz (Oostenrijkse ÖVP) en Sybrand Buma (Nederlandse CDA). Dat hun partijgenoot in zijn haatcampagne tegen financier George Soros geen antisemitisch cliché over geldbeluste, kosmopolitische landverraders onbenut laat, moeten ze maar met hun geweten rijmen.

Mijn zorg zit elders. Het besmuikte beroep op inhoudelijk verschil miskent de ontmanteling van de Hongaarse democratie. Typerend is het verweer dat CDA-leider Buma op 11 april in NRC Handelsblad aanvoerde: ‘Oost-Europa heeft een andere manier van kijken dan wij. Als wij een opvatting hebben, staat daar een opvatting tegenover.’ Dit is onverwacht ruimdenkend van deze steile, eurokritische protestant. Maar wat vindt hij ervan dat Orbán kieswetten herschreef? De rechterlijke macht aanpakt? Het recht op vrije organisatie inperkt? De media onder controle van bevriende oligarchen bracht? Dat alles betreft niet ‘opvattingen’, maar de voorwaarden voor vrije meningsvorming en democratie. De toetssteen voor een democratie is of de oppositie aan de macht kan komen. Dat wordt in Hongarije twijfelachtig. Daarom raakt de zaak-Orbán niet alleen de christendemocraten en hun inhoudelijke consistentie, maar de hele Unie, als verbond van democratieën.

Orbán geeft zijn politieke model de geuzennaam 'onliberale democratie'. Een slimme retorische zet.

Orbán geeft zijn politieke model de geuzennaam ‘onliberale democratie’. Een slimme retorische zet, waarmee hij als ‘democraat’, dus uit naam van het volk, de aanval belegt tegen de ‘liberalen’, de elites die uit naam van de mensenrechten familie en vaderland verzwakken. Op dat ferme discours, dat dicht bij dat van Poetin of Trump staat, rust Orbáns populariteit bij conservatief en radicaal-rechts in Europa. Jan-Werner Müller schreef in The New York Times: ‘Het is Orbán gelukt het debat over democratische instellingen te kantelen tot een cultuuroorlog.’ Intussen verandert Hongarije volgens de politicoloog van een ‘beschadigde democratie’ in een ‘electorale autocratie’. Dat laatste is een rake term; de kiezersstem, voor de legitimiteit van elke moderne leider onmisbaar, verhuist er stilletjes van substantief (‘democratie’) naar adjectief (‘electoraal). Van de kern naar de franje.

Lees verder

Gesponsorde inhoud