Voor koopkrachtcadeautjes is geen ruimte

Hoofdeconoom Voka en auteur van 'Terug naar de feiten'

Het beleid moet veel meer inzetten op gerichte koopkrachtmaatregelen voor de beperkte groep van kwetsbaarste gezinnen.

Als een van de antwoorden op de coronacrisis zijn de voorbije maanden allerlei voorstellen opgedoken om de koopkracht te ondersteunen, zoals consumptie- en horecacheques en btw-verlagingen.

Het idee dat de koopkracht ondersteund moet worden, is politiek interessant. Maar het steunt op een verkeerde inschatting van de crisis en dreigt vooral uit te monden in een verspilling van middelen.

©RV DOC

Het Planbureau verwacht dat het gemiddeld reëel beschikbaar inkomen, de beste indicator van de gemiddelde koopkracht, in 2020 amper afneemt (-0,3%). De komende jaren zou de koopkracht weer toenemen (met 1,6% per jaar in 2021-2025). Dat soort vooruitzichten zijn in de huidige context onzeker, maar ze geven wel aan dat er geen sprake is van een breed koopkrachtprobleem.

Het gemiddelde cijfer verbergt wel een zeer uiteenlopende impact voor verschillende groepen in de samenleving. Volgens enquêtes van de Nationale Bank geeft 71 procent van de Belgische gezinnen aan geen inkomensverlies te ondervinden door de crisis. Voor nog eens 9 procent blijft het inkomensverlies beperkt tot minder dan 10 procent. Daartegenover staat dat 8 procent van de gezinnen meer dan 30 procent van hun inkomen verloren ziet gaan. Een grote meerderheid van de gezinnen is financieel niet of nauwelijks geraakt door de coronacrisis.

Gezondheid

Een andere enquête van de Nationale Bank bevestigt dat de belangrijkste redenen waarom de gezinnen minder uitgeven liggen in de coronamaatregelen en in de vrees voor de gezondheid. In die zin zal extra koopkrachtsteun voor het merendeel van de gezinnen weinig uitmaken voor hun uitgavenpatroon.

De echte koopkrachtproblemen zitten bij een beperkt deel van de gezinnen, de kwetsbaarsten, die wel hard geraakt worden. Opnieuw volgens de Nationale Bank ondervindt 9 procent van de gezinnen een inkomensverlies van meer dan 10 procent, terwijl ze over een spaarbuffer beschikken van maximaal drie maanden uitgaven.

Dat heeft gevolgen voor de beleidskeuzes. De overheidsfinanciën staan zwaar onder druk, maar dat betekent niet dat de overheid geen ruimte meer heeft om de economie te ondersteunen. Het betekent wel dat de overheid verstandig moet omspringen met de middelen. De focus moet vooral liggen op ingrepen die onze economie en samenleving versterken

Voor de koopkracht betekent dit dat het beleid veel meer dan vandaag moet inzetten op gerichte koopkrachtmaatregelen voor de beperkte groep kwetsbare gezinnen. Voor politiek aanlokkelijke koopkrachtcadeautjes voor iedereen is geen ruimte.

Bart Van Craeynest

Hoofdeconoom bij Voka en auteur van het boek 'Terug naar de feiten'.

Lees verder

Gesponsorde inhoud