Voorbij de stresstest

Zoals bekend wordt het bankentoezicht van de nationale toezichthouders naar de ECB overgeheveld. De centrale bank stond er wel op dat er eerst een doorlichting zou komen van de balansen van de banken. Die werd gekoppeld aan een simulatie om na te gaan of de banken voldoende bestand zijn tegen schokken.

Door Ivan Van de Cloot

©Saskia Vanderstichele

Zoals altijd na een stresstest focust de commentaar zich eerst op de ernst ervan. Zijn de gesimuleerde schokken stressvol genoeg. Is het scenario voldoende zwartgallig: de conjunctuur, koersval van aandelen of obligaties, vastgoed en zoveel meer. Opvallend is dat er in de commentaar vooral veel aandacht gaat naar de stresstest. Dit is nochtans veel minder fundamenteel dan de ‘asset quality review’ op zich. Het simuleren van schokken is voor toezichthouders een recurrente oefening.

Met de resultaten van de bankendoorlichting binnen, laten sommigen zich verleiden om te verklaren dat de periode waarin systeembanken ‘black boxes’ waren achter ons ligt. Voor je het weet, loopt men weer te vertellen dat banken goedehuisvaderaandelen zijn. Dat is althans niet wat men kan besluiten uit de resultaten van zondag. Enerzijds is het niet zo dat het publiek dezelfde toegang krijgt tot de details als de medewerkers van de ECB. In het beste geval kennen de balansen van de grootbanken nu minder geheimen voor de centrale bank, maar niet voor de belegger en de markt. We hebben al zoveel voorbeelden gehad waarbij de publiek beschikbare informatie geen grote verrassingen uitsloot. Een van de laatste incidenten was de derivatenpositie van 7 miljard euro bij Belfius die pas recentelijk in de presentatie van de halfjaarresultaten op 10 september in detail verscheen.

Laten we niet vergeten waartoe de inspanning eigenlijk dient. Namelijk als hoeksteen voor de Europese bankenunie die een einde moet maken aan de vicieuze spiraal tussen banken en overheden. Helaas blijven ook na de doorlichting daarbij belangrijke obstakels overeind. Zo is er geen bereidheid om ook gemeenschappelijk in te staan voor probleemdossiers. Dat betekent dat de band tussen de lidstaat en zijn bankstelsel niet wordt doorgeknipt. Dat werkt overigens in twee richtingen. De voorbije weken zijn er veel pessimistische rapporten verschenen over de kredietwaardigheid van de Franse overheid. Een escalatie op dat vlak zal nog steeds het vertrouwen over Franse banken beschadigen, wat een groot verschil is met de situatie in ontwikkelde federaties zoals de VS. De realiteit blijft dat er uiteindelijk nog steeds geen bereidheid is opdat de Duitse belastingbetaler voor probleemdossiers elders opdraait. Zo is het feitelijk ‘newspeak’ van de Europese instellingen om over een bankenunie te spreken als er geen Europees systeem van depositogarantie komt.

Alle vertrouwen stellen in toezichthouders is echt niet verantwoord. Meer transparantie is niet een eenmalige oefening, maar een permanente opdracht.

We kennen allemaal de beperkingen en complexiteit van het Europese beslissingsproces. Daar zullen we nu eenmaal mee moeten leren leven. Het zou echter al een grote stap vooruit zijn indien we de dingen durven te benoemen zoals ze zijn. En dat is dat zelfs na deze gigantische operatie van de bankendoorlichting we slechts over een bankenunie kunnen spreken die maar half af is. Als we dat durven te erkennen dan betekent dat dat het des te belangrijk is dat er ingezet wordt op meer marktdiscipline om bankontsporingen te voorkomen. Alle vertrouwen stellen in toezichthouders is echt niet verantwoord. Dat betekent op zijn beurt dat meer transparantie niet een eenmalige oefening kan zijn maar een permanente opdracht.

Als dat gepaard gaat met verdere stappen naar werkelijke resolutiemechanismen op Europees vlak om banken bij problemen ordelijk te ontbinden zodat de belastingbetaler niet weer moet bijspringen en het onderbouwen van een Europese infrastructuur voor risicokapitaal zodat onze ondernemingen minder afhankelijk worden van banken, dan hebben we pas echt iets gerealiseerd dat zijn sporen zal nalaten lang nadat deze stresstest al vergeten is.

Ivan Van de Cloot is hoofdeconoom van Itinera Institute en executive professor Antwerp Management School. Auteur van het boek 'Roekeloos, over banken en politiek'.

Lees verder

Gesponsorde inhoud