Vrede is pas mogelijk als Israëlische omerta ophoudt

Politicoloog

Stilaan raakt meer bekend over de Nakba, de etnische zuivering waarbij honderdduizenden Palestijnen uit hun woonplaats verdreven werden. Zelfs de toenmalige Israëlische regering was geschokt door de gruwelijke feiten, schrijft Fouad Gandoul.

De Palestijnen herdachten deze week de Nakba of de 'catastrofe', de massale etnische zuivering door de Israëli’s in 1948 waarmee het Palestijnse drama begon. In de aanloop naar en vlak na de stichting van de staat Israël werden meer dan 750.000 Palestijnen met bruut geweld uit hun huizen verdreven. Rond die gruwelijke feiten heerste lang een omerta, waarbij de feiten bewust verborgen werden gehouden.

Getuigenissen uit die tijd zijn legio en geheime documenten worden mondjesmaat vrijgegeven. Door onderzoek van Israëlische historici ontstaat stilaan een breder beeld van de slachtpartijen die Israëlische troepen en milities tijdens de onafhankelijkheidsoorlog aanrichtten.

Advertentie

Het lijdt geen twijfel dat de Israëlische founding fathers volledig op de hoogte waren van wat tijdens de bloedige verovering van Arabische dorpen plaatsvond.

De notulen van de kabinetsvergaderingen uit 1948 laten er geen twijfel over bestaan dat de Israëlische founding fathers volledig op de hoogte waren van wat tijdens de bloedige verovering van Arabische dorpen plaatsvond. De etnische zuivering had zo'n impact dat ze er anders door naar hun pasgeboren land gingen kijken. Hun reacties weerleggen de idiote stelling dat het ging om een verdedigingslogica vanwege het Israëlische leger.

In de ziel geraakt

Neem Haim-Moshe Shapira. Als ondertekenaar van de onafhankelijkheidsverklaring van Israël was hij onafgebroken minister van de oprichting van het land in 1948 tot aan zijn dood in 1970. Uit de notulen blijkt dat Shapira zich allerminst kon vereenzelvigen met de bloeddorst van het Israëlische leger en diverse milities. Hij stelde onomwonden dat die alle morele fundamenten van Israël ondermijnden. David Remez, een medeondertekenaar van de onafhankelijkheidsverklaring, merkte op dat 'de daden die zijn verricht ons uit de categorie Joden en uit de categorie mensen verwijderen'.

Mordechai Bentov, een van de grondleggers van Israël, vroeg zich af wat voor soort Joden na de oorlog in het land zouden achterblijven.

Shapira en Remez waren geen uitzonderingen. Mordechai Bentov, ook een van de grondleggers van Israël, vroeg zich af wat voor soort Joden na de oorlog in het land zouden achterblijven. Aharon Zisling, een andere founding father en een minister in de eerste regering van Israël, klaagde over slapeloze nachten. ‘De criminelen’, zei hij, ‘hebben de hele regering in de ziel geraakt.’

Diep geschokt

Heel wat ministers uit de regering-Ben Gurion eisten dat de getuigenissen zouden worden onderzocht en dat de betrokkenen ter verantwoording geroepen zouden worden. Het resultaat was de oprichting van een bijzondere onderzoekscommissie, die de gevallen van massamoord door het leger moest inspecteren.

De getuigenissen over bloedbaden waarbij ongewapende mannen, vrouwen en kinderen - tot baby’s toe - op gruwelijke wijze werden vermoord, stapelden zich op. De gruwel van de massamoord tijdens de operatie-Hiram - waarbij Hoog-Galilea veroverd moest worden - door de Israëlische Carmeli Brigade schokte de stichters van Israël diep.

Toch volgde geen noemenswaardige strafrechtelijke vervolging. Integendeel. Shmuel Lahis, de leidinggevende commandant die op 31 oktober 1948 het Libanese dorp Hula zonder verzet veroverde, er de vrouwen en kinderen verdreef, alle overgebleven mannen tussen 15 en 60 jaar doodschoot en ze begroef in een ​​massagraf, kreeg daarvoor een gevangenisstraf van één jaar. Die werd nadien ingetrokken. De man kreeg gratie van de Israëlische president en werd het hoofd van het Joods Agentschap.

Immens trauma

76 jaar later is bloedvergieten nog altijd de favoriete modus operandi van de antagonisten. De leiders van het heilige land volharden moordlustig in de boosheid, terwijl de passief toekijkende internationale gemeenschap niet verder raakt dan morele afkeur en steriele verklaringen over mensenrechten.

Om het heden te begrijpen, moet je het verleden kennen. Vrede is pas mogelijk als de omerta rond de gruwelijke feiten doorbroken wordt. Vrede vergt heldenmoed en de onwrikbare wil het immense trauma met recht en rechtvaardigheid te beantwoorden. Zoals het er nu uitziet, kan dat alleen nog in een nog op te richten gemeenschappelijke democratische staat, waar Israëli’s en Palestijnen als gelijkwaardige burgers door het leven gaan. Voor we daar geraken, zal nog veel water naar de zee vloeien. Gezegend zijn daarom de vredestichters, vooral in het Heilige Land.

Gesponsorde inhoud
Tijd Connect
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.
Partnercontent
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.