Onderzoeksjournaliste

België, of toch een deel, doet op 8 maart voor het eerst mee aan de vrouwenstaking. Vrouwen zouden die dag stoppen met werken, studeren, hulp verlenen of het huishouden doen. Met dat protest wil het feministische Collecti.e.f 8 maars aantonen dat ‘de wereld stopt met draaien als de vrouwen stoppen’.

De gelijke verloning van mannen en vrouwen is een van de eisen op deze nationale vrouwenstaking. Het is onder meer een terechte aanval op het infame glazen plafond dat de carrière van veel vrouwen heeft gefnuikt. Dat glazen plafond vormt niet één geheel. Voor vrouwen met een achtergrond in de arbeidersklasse of de migratie, of beide, zijn er diverse laagjes glazen plafonds. Die vormen elk op zich een extra remmende factor in de vaart naar de top.

In hun boek ‘The Class Ceiling: Why it Pays to be Privileged’ (2019) tonen de sociologen Sam Friedman en Daniel Laurison aan dat vrouwen uit de witte middenklasse een groot voordeel hebben op hun zusters wier wiegje in een arbeiderswoning stond. Een klassenplafond als het ware. In topsectoren als rechten, geneeskunde en financiën verdienen de eersten jaarlijks gemiddeld tot 7.500 pond (8.560 euro) meer. Wat wel nog behoorlijk minder is dat de 11.000 pond die mannen met een gelijkaardige achtergrond meer verdienen.

Vrouwen uit een migrantengezin zien nog een derde obstakel op hun parcours naar de top. De kloof tussen hun gemiddelde jaarloon en dat van een man bedraagt niet minder dan 18.000 pond. Wat maakt dat ze jaarlijks liefst 14.500 pond minder trekken dan vrouwen met wortels in de blanke middenklasse.

Voor vrouwen met een migratieachtergrond of een achtergrond in de arbeidersklasse, of beide, zijn er diverse laagjes van glazen plafonds.

Intersectionaliteit, heet dat. Naarmate men tot meer minderheidsgroepen behoort, ondervindt men meer obstakels die de normale gang van zaken in het leven beknotten. Dat maakt dat je als migrantendochter met enkele meters achterstand aan de grote race van het leven moet beginnen. Als het daar al bij blijft. Sommigen werden door het lot en onze maatschappij zo schamel bedeeld dat ze starten zonder loopschoenen of met zware metalen bollen aan hun enkels gekluisterd.

Dat dat verschil in verloning net in de topberoepen zo hoog oploopt, is geen toeval. Het is alsof men op weinig subtiele manier aan kinderen van migranten (en arbeiders) duidelijk wil maken dat ze te hoog mikken. Dat ze proberen te klimmen naar een plaats op de sociale ladder die niet voor hen voorbestemd is. De geprivilegieerde voorste rijen voorbijsteken is not done.

Bibliotheek

Ik maak er een punt van om in columns zo weinig mogelijk over mezelf te schrijven. Maar nu wil ik even een uitzondering maken. Ik ben een kind van migranten dat opgroeide in een sociale wijk. Mijn ouders hadden het hoegenaamd niet breed en hobby’s had ik niet. Tenzij één, omdat die zo goed als gratis was: lezen in de bibliotheek. Lang, heel lang, ben ik vaag gebleven over wat ik in mijn vrije tijd deed. Weinig, want sociale activiteiten kostten geld, en dus had ook ik het zogezegd druk-druk-druk. Die schijn hield ik mooi op, want drukte hoort bij hoge status. Ik ontwikkelde een klassegebonden schaamte die ik - het moet gezegd - meesterlijk wist te maskeren.

En toch koos ik om te werken in de media, in een precaire sector voor freelancers. Precair geboren koos ik voor het precariaat. In feite deed ik aan zelfkastijding, want ik verdiende niet beter, dacht ik. Dat ik met drie lagen plafonds - geslacht, klasse en afkomst - in dé media mocht werken, beschouwde ik als een voorrecht. Ik voelde me geen witte raaf, maar een eenhoorn. Lieflijk anders, nergens thuis, alleen in fantasie.

Ongeacht wie we zijn of vanwaar we komen, vrouwen verdienen beter. Punt. Lieflijk kunnen we zijn, maar anders zijn we niet. Een wet op gelijke verloning, laat dat geen fantasie zijn.

Gesponsorde inhoud