Wachten op een Chinastrategie

Hoofdeconoom ING Duitsland

Duitsland kampt al jaren met hoe het moet omgaan met China. De vraag is hoe het zich kan loswrikken uit zoveel afhankelijkheden tegelijk.

Indien niet tijdens de pandemie, dan toch door de oorlog in de Oekraïne. Inmiddels heeft iedereen door wat, naast de grote afhankelijkheid van Russische energie, de grootste achilleshiel van de Duitse economie is. Ze hangt fors af van internationale toeleveringsketens, en nog meer van China. In de jaren 2000 was China de grote suikeroom, die met een grote vraag naar Duitse producten Duitsland hielp na de structurele hervormingen en de financiële crisis snel weer aan te knopen met sterke groei. China was ook een belangrijke factor bij het Duitse Wirtschaftswunder 2.0 tussen 2010 en 2018.

De regering-Scholz had in het coalitieverdrag vastgelegd dat er een Chinastrategie moest komen. Daar is nog niet veel van te merken.

Inmiddels gaat ongeveer 7 procent van de Duitse export naar China. De Duitse automobielindustrie verkoopt bijna 40 procent van alle geëxporteerde auto’s aan China. Bijna nog belangrijker dan de export is de afhankelijkheid van de import uit China. Die is de afgelopen jaren sterk toegenomen. Vooral voor de energietransitie is die import cruciaal. Of het nu elektromotoren, windturbines, technologie voor zonne-energie of robotica zijn, meer dan de helft van alle grondstoffen en halffabrikaten voor die productie komt uit China.

Met de voortschrijdende politisering van de handel neemt ook de druk op Europa en Duitsland toe om minder afhankelijk te worden van China. Eens te meer vanwege de verschillende standpunten over de oorlog in de Oekraïne, de toegenomen spanning over Taiwan, de assertievere houding van de Verenigde Staten en de almaar duidelijker Alleingang van China in de wereld.

Alarmsignaal

Hoe kan Duitsland zich losmaken van zoveel afhankelijkheden tegelijk? Het worstelt al jaren met hoe om te gaan met China. In 2016, toen Chinese investeerders het Duitse roboticabedrijf Kuka wilden overnemen, probeerde de Bondsregering een consortium van Duitse bedrijven bijeen te krijgen voor een tegenbod. Zonder succes. Inmiddels is precies gebeurd wat de regering toen vreesde. De Duitse werknemers werden ontslagen en de technologie kwam in Chinese handen. Voor sommigen een alarmsignaal, maar niet voor Olaf Scholz. Eerder besprak ik in deze column al zijn persoonlijke initiatief waardoor China een participatie kreeg in een containerhaventerminal in zijn thuisstad Hamburg.

Het voorbeeld van buurland Nederland, dat tot de daad overging en de export van geavanceerde chipmachines van ASML naar China aan banden legde, vindt in Duitsland (nog) geen navolging.

De huidige regering had in het coalitieverdrag vastgelegd dat er een Chinastrategie moest komen. Daar is nog niet veel van te merken. Er zijn twee verschillende voorstellen, het ene van het ministerie van Buitenlandse Zaken, het andere van dat van Economische Zaken. Daarin wordt voorgesteld investeringsgaranties van de overheid voor bedrijven te beperken, minder samenwerkingsprojecten tussen China en Duitsland te beogen en Duitse bedrijven die veel zaken doen in China onder een speciale toezichtverplichting te stellen. Het voorbeeld van buurland Nederland, dat tot de daad overging en de export van geavanceerde chipmachines van ASML naar China aan banden legde, vindt in Duitsland (nog) geen navolging.

Eigenlijk is het probleem van Duitsland niet zozeer de afhankelijkheid van Russische of Chinese import of export, maar de hang naar het behouden van het verleden. Die behoudsgezindheid maakt dat Duitsland op dit moment iedereen te vriend wil houden en het gevaar loopt daarmee op den duur alleen maar vijanden te maken.

Gesponsorde inhoud