Waterloo

©Emy Elleboog

Vorige week ben ik naar Sydney gevlogen. Leuk aan zo’n lange vlucht is dat je afgesloten bent van de buitenwereld. Geen mails, geen telefoons, je hebt met niemand contact. Je kan naar films kijken, een dutje doen en …

‘Zijn er in België herdenkingen?’ Mijn buur, een Fransman. Ik viel uit de lucht. ‘Je weet toch dat 2015 de tweehonderdste verjaardag van de slag bij Waterloo is?’ ‘Wereldoorlog I krijgt bij ons veel aandacht’, zei ik. ‘Maar Waterloo? Nee. Vergeten omdat er geen foto’s van zijn’, grapte ik. ‘De Krimoorlog, 1853, is de eerste oorlog waarvan de fotografie ons beelden heeft nagelaten’, klonk het academisch.

‘Enchanté, Paul, historicus.’ Ik keek onrustig naar de vliegroute op het scherm. Sri Lanka onder ons, nog elf uur te gaan. Hier zat ik, gevangen in een ijzeren doos naast een praatgrage professor.

‘Wat weet je over Napoleon’, vroeg Paul. ‘Een tiran, hoort in de rij naast Hitler en Stalin.’ Het was eruit voor ik het wist. ‘Sta me toe dat beeld te nuanceren.’ Ik had het zelf gezocht. Paul was nu niet meer te stoppen.

‘Napoleon was pas 27 toen hij aan het hoofd van het Franse leger naar Italië trok. Hij wilde de Franse Revolutie van de straten van Parijs naar Europa brengen. Dat leger was eerst een bende amateurs, maar groeide uit tot een goed gerunde vechtmachine. Vooral de manier van oorlog voeren was nieuw. Denk aan een wervelwind. ‘Benen zijn belangrijker dan de bajonet,’ was het motto.’

‘Napoleon communiceerde supersnel met zijn generaals en speelde flexibel in op wijzigingen op het slagveld. Hij betrok zijn generaals bij al zijn strategieën, want hij kon luisteren en was niet te beroerd om zijn standpunt te herzien. Die generaals waren jong en hadden hun strepen verdiend op het slagveld. Ze waren niet van aristocratische afkomst, zoals vroeger. Ze vochten voor het vaderland, en niet meer voor een koning.’

‘De vele overwinningen gaven het Franse leger vleugels. Door Napoleon stegen de soldaten boven zichzelf uit. Aan de vooravond van een veldslag sliep hij samen met hen op de grond. Een soldaat, wist Napoleon, is geen machine, maar een mens met rede en emotie. Frankrijk kreeg onder zijn leiding hoop op een glorierijke toekomst.’

Ik was verkocht. Paul was een magnifiek verteller. ‘Napoleon was een topmanager’, zei ik. ‘Maar waarom die waanzinnige oorlog tegen Rusland ?’ We vlogen nu boven de evenaar. ‘Napoleon kroonde zichzelf tot keizer in 1804. Hij heerste toen al over half Europa. Maar langzaam werd hij onherkenbaar. Inspraak en overleg verdwenen. Hij zette familieleden op de troon in het buitenland. Wie kritiek gaf, elimineerde hij. Ondanks het protest van zijn generaals besloot hij Rusland aan te vallen. Hij bracht een leger van 500.000 man op de been. Twee derde zou de Russische winter niet overleven. Zijn generaals haakten af of waren gesneuveld. Napoleon raakte geïsoleerd. Frankrijk en heel Europa keerden zich nu tegen hem. Hij werd afgezet en verbannen naar het eiland Elba. Hij kwam nog één keer terug, om uiteindelijk in Waterloo definitief ten onder te gaan.’

‘Verveel ik je’, vroeg Paul. ‘Nee!’ Ik had met open mond geluisterd. Vernieuwing, succes, verblind zijn, ten onder gaan. Het klonk me bekend in de oren. Lernout en Hauspie, Fortis, Alfacam. Vier? Ik hoop van niet. ‘Misschien moet je een boek over management schrijven,’ zei ik. ‘Nee hoor,’ zei Paul, ‘voor mij geen veldslag tegen Rusland.’ Hij lachte. We sliepen en later keken we een film, terwijl we het uitgestrekte Australische continent doorkruisten.

Hans Bourlon is CEO van Studio 100

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud