Waterstoffabrieken zijn geen slag in het water

Vlaanderen investeert mee in modelprojecten om de haalbaarheid van grootschalige waterstofproductie te testen. Het levert onze bedrijven basiskennis waarmee ze wereldwijd toonaangevend kunnen worden.

Tenzij het coronavirus het verhindert, zijn het deze zomer Olympische Spelen in Japan. En zal de olympische vlag voor het eerst op waterstof branden. Ook de energie voor het olympisch dorp en het vervoer van spelers en bezoekers zullen op waterstof draaien.

Hoewel Japan claimt de schoonste Spelen ooit te organiseren, klinkt ook kritiek. Het olympische waterstof wordt aangevoerd uit Australië, waar het wordt opgewekt uit bruinkool. Bij dat proces komt nog altijd CO2 vrij. Nochtans zijn er intussen al tal van modelprojecten om waterstof niet langer uit fossiele brandstoffen te produceren, maar via elektrolyse uit hernieuwbare wind- of zonne-energie, zogenaamde groene waterstof.

Ook voor ons land biedt de technologie kansen. Vlaamse bedrijven die in de blauwe economie actief zijn, zijn inmiddels wereldleiders in offshore windenergie. Ze hebben die leiderspositie kunnen opbouwen dankzij hun ervaring in de eerste windmolenparken op het Belgisch continentaal plat, die al hun tiende verjaardag vierden.

De offshore windparken zijn onmisbaar om de Belgische doelstellingen voor hernieuwbare energie te behalen. Het komende decennium zal de capaciteit van de windparken in de Belgische Noordzee nog verdubbelen. De subsidie van de belastingbetaler die nodig was om de offshore windenergie te ontwikkelen, heeft zich via het scheppen van heel wat toegevoegde waarde en werkgelegenheid onrechtstreeks terugverdiend.

Ook wereldwijd zal de nood aan hernieuwbare energie in eerste instantie moeten komen van offshore en onshore windmolenparken (zoals in Argentinië en Azië) maar ook van zonne-energie (in het Midden-Oosten en Afrika). Daarbij zal het omzetten van elektriciteit in groene waterstof ook aan belang winnen.

Innovaties en nieuwe systemen hebben niet alleen supporters, maar ook flink wat critici. Zoals de offshore windenergie destijds op tegenstand botste, wat de opstart aardig bemoeilijkte, is er weerstand tegen de komst van waterstoffabrieken op hernieuwbare energie.

Het hoofdargument is dat we onze hernieuwbare energie beter inzetten voor de rechtstreekse aanlevering van groene elektriciteit voor gezinnen dan voor een dure en energetisch minder efficiënte omzetting naar waterstof. Maar waterstof heeft troeven in toepassingen waarvoor elektriciteit niet geschikt is, zoals het transport van energie op grote afstand via schepen. Het is ook een onmisbare bouwsteen voor de omslag naar een klimaatneutralere chemie, die er noodzakelijkerwijze aankomt.

Net daarom zijn de kennisopbouw en de eigen ontwikkeling van groene waterstof in ons land van strategisch belang. Waterstof kan niet alleen worden ingezet als energiedrager, bijvoorbeeld voor de walstroom van schepen. Het biedt ook de mogelijkheid CO2 grootschalig en economisch om te zetten in nieuwe groene grondstoffen voor de chemische industrie. Zo wordt het concept circulaire economie uitgebreid naar de problematiek van de klimaatverandering.

Grootschalige opwekking van hernieuwbare energie met bijkomende windparken in de Noordzee - voor de Belgische kust maar ook voor onder meer de Schotse kust - moet toelaten ook in West-Europa groene waterstof te produceren tegen concurrentiële prijzen en op grote schaal.

Lees verder

Gesponsorde inhoud