We gaan niet goed om met falen, hoewel dat net bij ondernemen hoort

Waarom is het zo moeilijk mensen aan te zetten tot ondernemerschap en jongeren voor Science, Technology, Engineering and Mathematics (STEM) te laten kiezen? Omdat onze maatschappij niet goed omgaat met falen.

Het is de tijd van de nieuwjaarsrecepties. Zalen vol mensen luisteren naar speeches met grote dromen, goede voornemens en gebalde uitspraken. Dit jaar wijzen de toespraken vooral op de nood aan meer ondernemerschap. Zonder ondernemers geen ondernemingen die omzet en winst genereren, belastingen betalen en mensen tewerkstellen die op hun beurt consumeren en belastingen betalen. Al die bedrijven hebben ook veel goedgeschoolde werknemers nodig, liefst met een stevige STEM-achtergrond (Sci­ence, Tech­no­lo­gy, En­gi­nee­ring and Mathematics). Het tekort aan STEM-profielen wordt almaar nijpender, ook door de staat van ons onderwijs.

Waarom is het zo moeilijk mensen aan te zetten tot ondernemerschap en jongeren voor STEM te laten kiezen? Beide hebben te maken met hetzelfde fenomeen: een maatschappij die niet goed omgaat met falen.

Zo snel mogelijk proberen we alle issues die tot falen kunnen leiden te remediëren, zelfs met medicatie.

We kunnen Vlaanderen moeilijk een toonbeeld noemen van de cultuur van ‘fail fast and start over’ die we van Silicon Valley kennen. Als we één ding met man en macht proberen te vermijden, dan is het wel falen.

Dat begint al heel vroeg, van bij onze eerste stappen op school. Zo snel mogelijk proberen we alle issues die tot falen kunnen leiden te remediëren, als het nodig is zelfs met stevige medicatie.

Dat zet zich door tot in de naschoolse activiteiten. In de tekenschool leveren kinderen geen kliederblaadjes meer af, maar ware kunstwerkjes die doen dromen van een exposé in de Tim Van Laere-gallery. Wedstrijden van de U12 moeten het voetbal van de Rode Duivels laten verbleken tot een ordinair potteke stamp. Het geschreeuw van trainers die hun pupillen aanvoeren, laat niets aan de verbeelding over. Ben je niet goed genoeg, dan vlieg je er onverbiddelijk uit. Ruimte om in iets te groeien is er niet, het moet onmiddellijk spot on zijn.

Als de ouders geen fan van wiskunde of fysica zijn, of hun eigen schoolloopbaan niet altijd even gemakkelijk verliep, als er niet veel budgettaire ruimte is om eens een jaartje in het hoger onderwijs over te doen en als oma en opa de wenkbrauwen fronsen als de punten toch niet zijn wat ze moeten zijn, is de keuze voor zogenaamd gemakkelijker vakken op de middelbare school snel gemaakt.

Steve Jobs

Maar menig ondernemer weet dat het onmogelijk is vanaf dag een alles juist te hebben. Bill Gates richtte samen met Paul Allen eerst een ander bedrijf op, Traff-O-Data. Dat faalde, maar ze leerden uit hun fouten om daarna Microsoft uit de grond te stampen. Steve Jobs werd zelfs ontslagen bij Apple. Dichter bij huis hebben de founders van Cowboy samen eerst Take Eat Easy opgericht. Die ervaring vormde de basis, creëerde het netwerk en legde de contacten om daarna succesvol Cowboy uit de grond te stampen.

Ik mis in al die nieuwjaarsspeeches woorden als ‘proberen’, ‘uitzoeken’ en ‘zien waar het ons brengt’.

Ondernemerschap is net de guts hebben om te falen. Elke dag opnieuw. En telkens jezelf bijeen te rapen, te leren van wat is misgegaan, opnieuw te proberen en mogelijk opnieuw te falen. Op repeat, tot het werkt. Of soms niet.

In kranten als De Tijd lezen we graag over successen, maar achter elk verhaal van een gevierde ondernemer ligt een slagveld van falen. Van financiering die er niet kwam. Van slechte momenten en tegenslag. Daarover zwijgen we, althans voor de buitenwereld, want hier faalt men niet.

Maar echt falen zit in het niet proberen. Daarom mis ik in al die nieuwjaarsspeeches woorden als ‘proberen’, ‘uitzoeken’ en ‘zien waar het ons brengt’. Die brengen opening. Ruimte voor experiment en falen. Voor het niet weten en voor niet slagen. Voor groei en leren. Vooruitgang. Van dat soort ruimte wil ik meer in 2024.

Gesponsorde inhoud