We zijn digitaal nultolerant geworden

In volle Ciara-storm-ochtendspits viel maandagochtend de website van de NMBS plat. Zoeken op een mogelijke trein leverde doodleuk deze foutmelding op: ‘Geen resultaten. Onbekende fout. Probeer het later opnieuw.’

De app van de NMBS was morsdood en gaf geen enkele nuttige informatie meer. Op Twitter deed het socialemediateam van de NMBS er echt alles aan om reizigers te helpen, maar dat was natuurlijk een doekje voor het bloeden. Alle respect daarvoor, maar hoongelach alom natuurlijk. ‘Zijn jullie webservers ook al omgevallen door de felle wind?’, of ‘Is al jullie data weggevlogen door Ciara misschien?’. Toen stuurde de NMBS-account deze tweet uit: ‘Onze app en website werken niet, misschien is het beter Google Maps te gebruiken als alternatief.’

Toen stuurde de NMBS-account deze tweet uit: ‘Onze app en website werken niet. Misschien is het beter Google Maps te gebruiken als alternatief.’

Dit weekend bestond Google Maps 15 jaar. Toen het werd gelanceerd was het nog gewoon een website. Twee jaar laten begon het pas echt te groeien als mobiele applicatie, toen de introductie van de iPhone de smartphonerevolutie op gang trapte.

Ik kan me nog herinneren dat ik naar mijn eerste sollicitatiegesprek moest bij 'Den Bell' in Antwerpen, en ik de avond ervoor mijn weg probeerde uit te stippelen in een voor mij onbekende stad met een van die rode 'De Rouck'-kaarten.

Nu kan ik me een wereld zonder Google Maps niet meer voorstellen, en niet alleen om mijn weg te vinden. Als ik een restaurant nodig heb, gebruik ik het. Ik kan direct zien wanneer het er druk is. Ze contacteren voor een reservatie, of kijken naar foto’s van het eten of het interieur. Ik probeer zelf ook zoveel mogelijk foto’s te delen, en onlangs kreeg ik van Google het fijne bericht dat die meer dan 100.000 keer waren bekeken op hun platform. Als ik de openingsuren van Bpost moet vinden in mijn dorp, gebruik ik Google Maps, want dat is veel makkelijker dan dat via bpost.be te proberen.

Virtuele file

Vorige week haalde de Duitse ‘conceptuele’ kunstenaar Simon Weckert nog het wereldnieuws omdat hij Google had ‘gehackt’. Hij had op Google Maps een virtuele file veroorzaakt door heel traag door Berlijn te trekken met een rood karretje dat gevuld was met 90 smartphones. Weckert wou aandacht voor het feit dat wij met zijn allen de informatie leveren, waar een bedrijf als Google rijk van wordt.

Tja. Wellicht. Maar het is voor ons ook wel bijzonder handig. Toen ik de tip van de NMBS volgde, zag ik op Google Maps dat ik veel beter naar Brussel met de auto kon rijden dan de trein te nemen. Dankzij de collectieve informatie van mijn mede-Belgen, ben ik nog nooit zo vlot naar Brussel gereden. En dankzij Waze was ik precies op tijd waar ik moest zijn.

We zijn zo verknocht aan het digitale dat het ook altijd moet werken.

En het werkt ook altijd. Ik heb in die 15 jaar nog geen enkele keer Google Maps gebruikt en de boodschap gekregen: ‘Geen resultaten. Onbekende fout. Probeer het later opnieuw.’ Ik zou heel erg ongerust zijn mocht dat gebeuren. Vergelijk het met die oude films over de Koude Oorlog; als mensen daarin de ‘vaste’ telefoon opnamen en geen kiestoon meer hoorden, wist men hoe laat het was. Gegarandeerd was de nucleaire holocaust dan begonnen.

Digitaal is het nieuwe normaal geworden, maar belangrijker is onze ‘nultolerantie’ voor digitaal falen. We zijn zo verknocht aan het digitale dat het ook altijd moet werken. Het is gewoon ergerlijk als een bancaire applicatie even niet beschikbaar is, of als een reservatiesysteem blijf haperen. En vooral als iedereen tegelijkertijd wil bekijken of zijn trein tijdens de storm zal blijven rijden, met als resultaat dat zowel de app als de website platgaan. Nultolerantie. Dat woord kennen ze bij de NMBS nog niet denk ik.

Lees verder

Gesponsorde inhoud