Wie zal dat betalen?

Hoofdeconoom Econopolis en auteur van 'Superstaat'

De tweewekelijkse grafiek van Bart Van Craeynest

Vorige week betoogden 25.000 à 40.000 mensen in Brussel tegen het pensioenbeleid van de regering. De betogers hadden ook een aantal eisen mee over hoe dat beleid er dan wel moet uitzien: hogere pensioenen en niet langer werken dan 65.

Concreet eisen ze een minimumpensioen van 1.500 euro, een kwart hoger dan het huidige gemiddelde werknemerspensioen en bijna het dubbele van het zelfstandigenpensioen.

Daarnaast willen ze de verhoging van de pensioenleeftijd tot 67 jaar, die pas in 2030 ingaat, terugdraaien. Landen als Denemarken, Italië, Nederland, Noorwegen en het VK hebben vandaag al een normale pensioenleeftijd van 67.

Vreemd genoeg bleven de betogers vaag over de financiering van hun eisen. Er valt inderdaad veel te zeggen voor hogere pensioenen in België, maar als daar geen financiering tegenover staat, houdt het snel op. Nog opmerkelijker is dat in het kader van de betoging amper gesproken werd over de vergrijzing, met ruime voorsprong de belangrijkste uitdaging voor ons pensioenstelsel.

Bij de opzet van onze pensioenen werd gekozen voor een repartitiesysteem. Dat betekent dat de huidige werkenden de pensioenen van de huidige gepensioneerden betalen, en in ruil daarvoor krijgen ze pensioenbeloftes die door de volgende generatie betaald zullen worden.

Zo’n systeem werkt fantastisch zolang er weinig gepensioneerden zijn en er jaar na jaar meer werkenden dan gepensioneerden bijkomen. Maar zo’n systeem komt in financiële moeilijkheden als die demografische dynamiek keert.

©Mediafin

De veroudering van de bevolking zorgt de komende jaren onvermijdelijk voor extra overheidsuitgaven voor pensioenen en gezondheidszorg. Ramingen van die jaarlijkse extra overheidsuitgaven variëren van 19 miljard tot 35 miljard in euro’s van vandaag tegen 2060. In het beste geval komt dat overeen met het volledige budget van defensie, openbare veiligheid, milieu en cultuur. In het slechtste geval komt dat overeen met het volledige budget voor onderwijs, milieu en cultuur.

Het eerste scenario steunt op nogal optimistische hypothesen rond productiviteit en werkgelegenheidsgroei. Het tweede scenario is eerder een soort ‘worst case’ van de Europese Commissie. De realiteit licht allicht ergens tussenin.  

Om gewoon nog maar het huidige pensioensstelsel te behouden staat de overheid voor een enorme financiële uitdaging. Extra pensioeneisen duwen de uitgaven op termijn alleen maar nog hoger. De Belgische overheid heeft vandaag inderdaad geen coherent plan om de betaalbaarheid van de pensioenen te verzekeren. De betogers hebben dat nog veel minder.

De droom dat we dat makkelijk kunnen financieren met extra belastingen op vermogen is een illusie: daarvoor moeten die belastingen meer dan verdubbelen, terwijl die vandaag al tot de hoogste van Europa behoren. De enige haalbare financiering vertrekt van veel mensen veel langer aan het werk te houden, zodat de financieringsbasis voor de overheidsuitgaven breder wordt.

Er is inderdaad nood aan meer acties en betogingen tegen het huidige pensioenbeleid. Het is een schande dat ons pensioenstelsel nog altijd niet goed voorbereid is op uitdagingen die we al meer dan twintig jaar op ons af zien komen. Die acties moeten eisen dat er veel sneller hervormd wordt, niet dat de eerste bescheiden stapjes op dat vlak teruggedraaid moeten worden.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud