Winst en het algemeen welzijn

Koen Schoors

Bedrijjven die werken voor het algemeen welzijn, kunnen bijvoorbeeld fiscaal beloond worden

Koen Schoors hoogleraar economie UGent

Adam Smith, de grondlegger van de economische wetenschap, beschreef al hoe het nastreven van ons eigenbelang kan leiden tot het maximaliseren van het algemene belang, alsof een onzichtbare hand onze acties stuurt. Elke economiestudent kan je vertellen dat dat maar geldt onder bepaalde voorwaarden. Als bedrijven te veel macht hebben (door kartelvorming of monopolies), economische transacties negatieve of positieve zijeffecten hebben op derden (fijnstof in de lucht, inentingen tegen besmettelijke ziekten) of niet iedereen dezelfde toegang tot informatie heeft (zoals bij insidertrading), dan leidt het nastreven van eigenbelang niet tot het algemeen belang.

©rv

Net daarom creëren we spelregels in de vorm van een competitiebeleid, milieuregels, verplichte inentingen of een verbod op insidertrading. Zo probeert de zichtbare hand van de overheid het algemeen belang te bevorderen als de onzichtbare hand van de markt faalt. De overheid poogt dus om het gedrag van bedrijven en gezinnen bij te sturen in de gewenste richting. Vaak gebeurt dat via belastingverminderingen of bijkomende belastingen. Het eenvoudigste voorbeeld zijn de verlaagde tarieven voor kmo’s in de vennootschapsbelasting. Maar eigenlijk gebruiken we dat eenvoudige instrument te weinig en kunnen we veel verder gaan dan vandaag.

Een maatschappelijke of ethische sturing door de overheid kan het gedrag van bedrijven maar structureel veranderen in de gewenste richting als die richting duidelijk is. Daar knelt helaas dikwijls het schoentje. Als het overheidskompas niet altijd naar dezelfde richting wijst, kan je van bedrijven niet verwachten dat ze investeren om een onzekere en variabele richting te volgen. Precies daar ontstaat ruimte voor initiatieven van burgers en het maatschappelijk middenveld. Een aantal nieuwe denkstromingen komt duidelijk bovendrijven. Een van de opvallendste voorstellen komt van Christian Felber, professor aan de universiteit voor economie en business van Wenen.

Hij stelt voor om bedrijven naast een klassieke balans ook een zogenaamde ‘Common Good Balance’ te laten voorleggen. Ik weet niet wie het onzalige idee had, maar in het Nederlands is dat vertaald naar ‘Gemene Goed Balans’. ‘Algemeen Belang Balans’ of ‘Algemeen Welzijn Balans’ zouden accuratere vertalingen geweest zijn. Een Gemene Goed Balans meet niet zozeer wat een bedrijf doet voor de private aandeelhouder, maar wat het doet voor het algemeen welzijn. Bedrijven die voor dat laatste goed scoren, kunnen we dan op een of andere manier belonen.

Een ‘Gemene Goed Balans’ meet wat een bedrijf doet voor het algemeen welzijn. Bedrijven die er goed op scoren, kunnen we op een of andere manier belonen.

De bijdrage aan het private belang van de aandeelhouder roomt de overheid af via de vennootschapsbelasting. De winst ten bate van het algemeen welzijn, gemeten door de Gemene Goed Balans, wordt integendeel beloond, bijvoorbeeld in de vorm van belastingverlagingen of een prioritaire toegang tot openbare aanbestedingen. Als een bedrijf een dergelijke balans opstelt, creëert het dus niet alleen een gevoeligheid voor maatschappelijke en ethische kwesties die het bedrijfsbelang overstijgen, maar kan het ook een fiscale beloning krijgen. Daardoor sturen bedrijven hun gedrag bij en groeit het algemeen welzijn.

Omdat maatschappelijke winst ook leidt tot lagere overheidskosten, kan de overheid zich de fiscale stimulans veroorloven. Als bedrijven ouderen langer aan het werk houden, dalen de kosten voor zorg en pensioenen. Als bedrijven een betere work-lifebalance voor hun personeel realiseren, krijgen we minder burn-outs en langdurig zieken en dus minder zorgkosten voor de overheid. Als bedrijven minder vervuilen, wordt het goedkoper voor de overheid om de Europese emissienormen te halen. Als we ethischer omgaan met financiële producten, stijgt de financiële stabiliteit en vermijden we de enorme maatschappelijke kosten van financiële instabiliteit.

Veel overheden zijn daar in principe voor gewonnen, maar weten niet hoe eraan te beginnen bij gebrek aan een goede meting. Het is dus zaak om overeen te komen hoe de maatschappelijke winst moet worden gemeten. Daaraan levert het idee van een Gemene Goed Balans een essentiële bijdrage. Voor België is het best gemakkelijk om er snel mee te beginnen, want onze bedrijven stellen al een sociale balans op. We zouden kunnen opschuiven naar de Gemene Goed Balans door er een aantal aspecten aan toe te voegen. Als een bedrijf die weigert op te stellen, kunnen we zijn bijdrage aan het algemeen welzijn niet evalueren en kan het ook niet genieten van mogelijke fiscale bonussen. Eenvoudig. Doen!

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content