managing director van A Seat At The Table

De meeste organisaties en sociale ondernemingen in het Vlaamse jeugdwerk draaien op zakgeldbudgetten en geëngageerde vrijwilligers. Zij mogen niet mee het slachtoffer worden van de zaak-El Kaouakibi.

2020 was een rampjaar voor het middenveld. Ook in het Vlaamse jeugdwerk vielen zware klappen. Voor de meeste organisaties bleek het een aartsmoeilijke opdracht overeind te blijven in een jaar geplaagd door lockdowns, beperkte bubbels en samenscholingsverboden. Niet geheel verrassend voor een sector die voornamelijk afhankelijk is van het organiseren van evenementen en buitenschoolse activiteiten voor jongeren.

De perceptie over het klassieke jeugdwerk als een overgesubsidieerde sector waar met geld gesmeten wordt en die amper gecontroleerd wordt, kan moeilijk verder van de waarheid staan.

Het uitbarsten van de zaak-El Kaouakibi bleek een zoveelste mokerslag voor de sector. De hallucinante bedragen die jarenlang naar de vzw Let’s Go Urban en haar satellieten zouden zijn gestroomd leiden tot heel wat wrevel in het jeugdwerk. De perceptie die in de buitenwereld over het klassieke jeugdwerk ontstaan is als een overgesubsidieerde sector waar met geld wordt gesmeten en die amper gecontroleerd wordt, kan moeilijk verder staan van de waarheid.

Het idee dat in het Vlaamse jeugdwerk enorm veel geld omgaat, staat in schril contrast met de werkelijkheid. De grote bedragen gaan al decennia naar een handvol gevestigde spelers, voor nieuwkomers is het zo goed als onmogelijk om daarin in te breken. De meeste organisaties hebben met wat geluk een budget van enkele tienduizenden euro’s en draaien voornamelijk op het enthousiasme van hun vrijwilligers. De meeste projectsubsidies die worden verschaft op lokaal en bovenlokaal niveau schommelen tussen 5.000 en 20.000 euro. Daarnaast zijn er ook strenge controles op de uitgaven van dat geld. Waarom dat niet het geval was bij Let’s Go Urban zal uit verder onderzoek moeten blijken.

De term ‘sociaal ondernemer’ kende de afgelopen weken een sterkere devaluatie dan de Duitse mark tijdens de Weimarrepubliek.

De term ‘sociaal ondernemer’ kende de afgelopen weken een sterkere devaluatie dan de Duitse mark tijdens de Weimarrepubliek. Criticasters van het sociaal ondernemerschap zagen in de onduidelijke geldstromen tussen de vzw en de vennootschappen van El Kaouakibi een aanleiding om heel de sector failliet te verklaren. De meeste sociale ondernemingen hebben een non-profittak waarmee ze publieke opdrachten uitvoeren, en een 'for profit'-tak waarmee ze commerciële taken uitvoeren die helder afgebakend zijn. Dat was duidelijk niet het geval bij Let’s Go Urban.

Strijd om middelen

De commotie van de afgelopen weken legt een duidelijke spanning bloot tussen het klassieke middenveld en sociale ondernemingen. Professor Eric Corijn (VUB) ziet in het sociaal ondernemerschap een ‘liberaal middel om het middenveld te vervangen, te privatiseren en te vermarkten’. Politicoloog Fouad Gandoul verwijt het klassieke middenveld dan weer te teren op ‘laisser-faire multiculturalisme en slachtofferisme’.

De linkerzijde kijkt al jaren met veel argwaan naar vzw’s die samenwerken met het bedrijfsleven om maatschappelijke problemen te tackelen. Ter rechterzijde klaagt men over een gebrek aan resultaten en innovatie. Die discussies verraden voornamelijk de bittere strijd om middelen tussen organisaties die voor hun financiering volledig afhankelijk zijn van de overheid.

Het zou voor onze overheden een koud kunstje moeten zijn om een website te creëren met een overzicht van alle subsidies die in Vlaanderen verschaft worden.

Een doorgedreven rationalisering van de bestaande middelen kan er alleen komen door meer transparantie. Het zou voor onze overheden een koud kunstje moeten zijn om één website te creëren met een overzicht van alle subsidies die in Vlaanderen verschaft worden, de ontvangers, de bedragen en de resultaten van die investeringen.

De personencultus die werd gecreëerd rond de figuur van Sihame El Kaouakibi leidde uiteindelijk mee tot haar ondergang. In onze eeuwige obsessie om de ultieme posterboy/girl van de geslaagde integratie in Vlaanderen te vinden worden rolmodellen uit de allochtone gemeenschap jarenlang kritiekloos opgehemeld. Om nadien genadeloos neergehaald te worden als blijkt dat ze niet voldoen aan de mythe die we zelf rond hen gecreëerd hebben.

De aandacht en de waardering die we geven aan de uithangborden van bepaalde organisaties zou wat gelijker verdeeld morgen worden met de talloze anonieme medewerkers die achter de schermen dag in en dag uit het beste van zichzelf geven. De meeste organisaties en sociale ondernemingen in het Vlaamse jeugdwerk draaien louter op zakgeldbudgetten en geëngageerde vrijwilligers. We moeten te alle prijze vermijden dat zij mee het slachtoffer worden van de zaak-El Kaouakibi.

Youssef Kobo
Managing director van A Seat At The Table



Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud