Als klein land midden in de Europese Unie heeft België steeds belangrijke handelsrelaties met het buitenland onderhouden, in de eerste plaats met onze buurlanden. De grens is altijd nabij.

Door Caroline Ven, econoom en bestuurder van vennootschappen

Voor België is internationale handel vanzelfsprekend. We zijn doordrongen van het belang van open grenzen en het wegwerken van handelsbelemmeringen. Ook de eenheidsmunt in de eurozone biedt ons veel voordelen, al is het door de lagere transactiekosten.

We hechten daarom veel belang aan onze competitiviteit. De focus ligt op de kostenaspecten: onze goederen en diensten mogen niet duurder zijn dan die bij de concurrenten, of de kwaliteit ervan moet hoger zijn. Het verklaart waarom in werkgeversmiddens zo veel belang gehecht wordt aan de hoge loonkosten in ons land. Die zijn vaak doorslaggevend in de prijs van het eindproduct.

Een versnelling van overheidsinvesteringen in goed gekozen projecten lijkt meer dan ooit het overwegen waard.

Onze centrale ligging in Europa maakt ons land aantrekkelijk voor buitenlandse investeerders. We hebben ons steeds weinig aangetrokken van nationalistische reflecties. Maar competitiviteit betekent meer dan deelnemen aan het spel van de vrijhandel, onder meer dankzij efficiëntie en comparatieve kostenvoordelen. Het gaat ook over de mate waarin ons land in staat is de toekomstige welvaart - ook die van de volgende generaties - te vrijwaren. Dan duiken meer kwalitatieve en strategische elementen op.

De internationale en politieke context en de ruimere geopolitieke ontwikkelingen mogen geen blinde vlek zijn. Lange tijd was zelfvoorzienend zijn of de verankering van beslissingscentra in eigen land geen beleidsprioriteit. Zelfs in sectoren met een hoog maatschappelijk of wetenschappelijk belang of voor kritische infrastructuur hebben we ons tegenover buitenlandse spelers steeds open opgesteld.

Energiesector

Terwijl in Frankrijk al jarenlang aandacht gaat naar de bescherming van het wetenschappelijk economisch potentieel, lijkt dat in België een marginaal aandachtspunt. De energiesector is een goed voorbeeld. Door de historische nucleaire capaciteit was België steeds een belangrijke netto-uitvoerder van elektriciteit. Inmiddels zijn de grootste energieproducenten in buitenlandse handen en voeren we netto elektriciteit uit het buitenland in.

Terwijl in Frankrijk al jarenlang aandacht gaat naar de bescherming van het wetenschappelijk economisch potentieel, lijkt dat in België een marginaal aandachtspunt

Dat we onze energieproductie onder druk van de klimaatvereisten moeten vergroenen, heeft daar ook iets mee te maken. De nucleaire centrales moeten op termijn sluiten en plaats ruimen voor hernieuwbare energiebronnen. Geografisch hebben we een comparatief nadeel: weinig zon en weinig ruimte voor windenergie.

Dus moeten we voluit de kaart trekken van een grotere interconnectiviteit van ons elektriciteitsnetwerk met het buitenland en moeten we ons op het eerste gezicht niet blindstaren op zelfvoorzienendheid. De broodnodige bevoorradingszekerheid voor een energie-intensieve economie als de Belgische betekent niet dat die niet uit het buitenland kan komen.

Aan het keren

De politieke omgeving, zowel mondiaal als in Europa, is aan het keren. Internationale handel en globalisering kregen sinds de jaren 90 de wind in de zeilen dankzij technologische ontwikkelingen die communicatie en transport fors vergemakkelijkten. Technologie en beleid versterkten elkaar in dit proces dankzij onder meer de val van de Berlijnse Muur, de Europese eenheidsmarkt en de ontsluiting van China.

Dat zelfs de overname van het Nederlandse PostNL door Bpost op zo’n politiek protest bij onze noorderburen stootte, doet de wenkbrauwen fronsen.

Sinds de financiële crisis van 2008-2009 is die realiteit gekeerd. Nationalistische en protectionistische reflexen steken de kop op, in de Verenigde Staten maar ook in Europa. Dat zelfs de overname van het Nederlandse PostNL door Bpost op zo’n politiek protest bij onze noorderburen stootte, doet de wenkbrauwen fronsen.

Voor onze bevoorradingszekerheid, onder meer voor energie maar ook voor andere kritische voorzieningen, moeten we nadenken over voldoende autonomie. Voor energie liggen er gelukkig nog andere pistes open, zoals geothermie. Maar ondanks de succesvolle proefprojecten in de Kempen horen we daar te weinig over.

In plaats van vele versnipperde subsidies aan verschillende projecten lijkt een versnelling van overheidsinvesteringen in goed gekozen projecten meer dan ooit het overwegen waard.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud