Zijn laatste blik vergeet ik nooit

De dokter lonkt in mijn mond. Hij kijkt naar de rode zwelling op mijn tong die me al weken zorgen baart. ‘Volgens het internet kan het een kwaadaardige tumor zijn’, zeg ik ernstig. ‘Google is het paradijs voor zwartkijkers’, gromt hij. Ik staar verlegen naar het plafond. ‘Dus geen euthanasie voor mij?’, grap ik. Plots blijft het ongewoon lang stil. ‘Gisteren heb ik voor het eerst een euthanasie uitgevoerd,’ zegt de dokter.

©Dries Luyten

Even later zitten we in zijn huiskamer. Ik ken dokter Jan al jaren. Ik ben zijn laatste patiënt die dag. ‘Die man had longkanker,’ zegt Jan. ‘Maar hij had nog een tijd te leven. Hij was actief, zag er nog vrij goed uit.’ Jan dronk zijn glas leeg. ‘Maanden heb ik er alles aan gedaan om hem te genezen. Gisteren heb ik hem doen sterven.’

‘Was je zeker dat hij door die kanker zou overlijden?’, vraag ik. ‘Ja,’ zegt Jan, ‘men kan vandaag bij benadering het moment van de dood voorspellen.’

Ik vertel het verhaal van een collega uit Nederland die een tv-serie maakte over terminale patiënten. De dokters hadden gezegd hoelang ze nog zouden leven. Op basis daarvan had hij zijn budget en zijn planning gemaakt. Maar er gebeurde iets vreemds. Die patiënten kwamen op tv, kregen applaus, werden sterren. En ze bleven maar leven. En mijn collega maar filmen. ‘Nou, aan het eind had ik een megabudgetoverschrijding,’ zei hij. We lachten luid. ‘Dat is ook met Thé Lau gebeurd,’ knikt Jan.

‘Hoe gaat dat praktisch, zo’n euthanasie?’, vraag ik. ‘In Amerika weet men zelfs niet hoe men een terdoodveroordeelde om het leven moet brengen.’ ‘Je moet alles zelf uitzoeken als dokter,’ zegt Jan. ‘Ik had nog nooit zoiets gedaan. Ik heb informatie gevonden op een gespecialiseerde website.’

‘Ik kwam op het afgesproken uur in die huiskamer. Het afscheid was volop bezig. Met champagne en zo. Ik stond er wat onwennig bij. Dan heb ik de familie naar buiten gestuurd. Ik wilde geen pottenkijkers. Ik heb mijn patiënt diep in de ogen gekeken. Gevraagd of hij het echt wilde. Hij knikte. Je gelooft het niet. Ik was bloednerveus en hij zo zelfverzekerd. Zijn laatste blik vergeet ik nooit.’ Jan zwijgt.

‘Ik heb hem dan een zwaar slaapmiddel ingespoten. Hij zakte weg in een diepe coma. Normaal moet dat volstaan. Maar na een paar minuten ademde hij nog. Ik hoorde het verdriet van zijn familie aan de andere kant van de deur. Dan heb ik bovenop nog een spierverlammer toegediend. Zijn adem stokte. Het was voorbij. Ik was zo opgelucht.’ Stilte.

‘Ik bewonder u,’ zeg ik, ‘en iedereen die uw beroep uitoefent.’

‘Euthanasie vloekt met wat ik al heel mijn carrière doe’, zegt Jan heftig. ‘Ik haal alles uit de kast om mensen in leven te houden. Zoals de eed van Hippocrates voorschrijft. En nu heb ik iemand gedood. Iemand die er zelfs nog goed uitzag.’ Dan kordaat. ‘Maar ik zou het opnieuw doen. Waarom mensen laten uitteren en afzien ? Zelfs honden doet men dat niet aan.’

‘Euthanasie is vandaag aanvaard. Sinds Hugo Claus zelfs bejubeld. Mensen willen hun lot zelf bepalen. Wie vroeger zelfmoord pleegde, mocht zelfs niet op het kerkhof begraven worden. Het geloof heeft geen enkele impact meer.’

‘Maar huisdokters worstelen daarmee. Ik schat dat de helft van mijn collega’s geen euthanasie wil uitvoeren. Om godsdienstige of ethische redenen, zeggen ze. Maar ik denk dat ze het niet aankunnen, dat ze niet durven.’

Bij het naar buiten gaan vraag ik : ‘En die rode zwelling op mijn tong, dokter ?’ ‘Volgende keer in uw boterham bijten,’ zegt Jan en hij knipoogt.

Hans Bourlon  is CEO van  Studio 100

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud