Zwaar begrotingsverdict voor uittredende regering

Etienne de Callataÿ

Tegen mei moet de kiezer zich een opinie vormen over hoe goed of slecht de uittredende regering de overheidsfinanciën heeft beheerd. Vanzelfsprekend spelen er in de stemkeuze ook andere criteria. En natuurlijk worden de overheidsfinanciën beïnvloed door de beslissingen - of het gebrek eraan - van de deelstaten en tal van andere factoren zoals de nationale en internationale conjunctuur of maatregelen van voorgaande regeringen. En werden de beslissingen genomen door een coalitie, terwijl we stemmen op een partij.

©Photo News

Toch wordt de stem significant beïnvloed - dat zou toch moeten - door de evaluatie die elke inwoner maakt van het werk van de uittredende regering. In deze evaluatie heeft - alweer: dat zou toch moeten - het beheer van de overheid een hoofdrol. De vraag is dus simpel: heeft de regering Michel sinds 2014 de federale overheid goed beheerd?

Het antwoord is minder simpel. Een goed voorbeeld is het recente voorpagina-artikel van De Tijd ‘2018 beste begrotingsjaar in ruim een decennium’ (De Tijd, 2 januari). Het kondigde aan dat het begrotingssaldo voor 2018 nagenoeg nul zou zijn. Een huzarenstuk niet meer gezien sinds 2007. Op basis van de titel zou je besluiten dat de regering goed heeft beheerd.

Een troost is dat Michel niet de zware vergissingen maakte van de regeringen-Verhofstadt tussen 1999 en 2007, toen het budgettair en structureel rapport bijzonder zwak was

De realiteit is meer genuanceerd. In hetzelfde artikel lezen we dat de Nationale Bank zich, bij ongewijzigd beleid, verwacht aan een tekort van 1,6% van het bbp voor 2019. Een toename deels te wijten aan nieuwe maatregelen die de overheidsinkomsten doen dalen en niet gecompenseerd worden door besparingen of een verhoging van andere belastingen. Nog een reden is dat na een forse stijging in 2017 en 2018, de inkomsten uit de vennootschapsbelasting zullen dalen. De stijging wordt immers deels verklaard door de verhoging van de boetes voor onvoldoende voorafbetalingen. Welk deel van de toename te verklaren valt door dit tijdelijk effect is echter onmogelijk in te schatten.

Povere indicator

De overheidsfinanciën evalueren kan dus enkel met een statische en kwantitatieve maatstaf: het begrotingssaldo voor een gegeven jaar. Dat is een povere indicator van de performantie van de beheerders van die financiën. Daarom past men vaak twee correcties toen. Een eerste is abstractie te maken van de intrestlasten. De - soms uitgesproken - jaarlijkse schommelingen hebben nagenoeg niets te zien met merites van onze beheerders. Dit saldo wordt het ‘primair’ saldo genoemd. De tweede correctie zuivert het begrotingssaldo voor conjunctuureffecten en niet-permanente maatregelen zoals ‘inkomsten van een fiscale amnestie’ of ‘verhoogde boetes wegens laattijdige stortingen’. Over het eerste punt is er weinig discussie. En hoewel er over het tweede punt minder eensgezindheid is, blijven de verschillen in de inschatting van specialisten toch beperkt.

De combinatie van beide corrigerende maatregelen is het ‘primaire structurele saldo’. Hoe evolueerde dit onder de regering-Michel? Volgens het IMF (Fiscal Monitor, oktober 2018, tabel A4) nam dat af van 0,3% in 2014 naar 0,1% in 2019. Het verdict is dus zwaar voor de uittredende regering, en wordt nog zwaarder indien men in rekening brengt dat dit saldo in 2011 -1.1% bedroeg, en dus steeg tussen 2011 en 2014. Toen Charles Michel begin november verklaarde: ‘de verbetering van het structureel saldo, door deze regering gerealiseerd, is nogmaals, en ik wik mijn woorden, historisch’ klopt er dus iets niet.

De maatregelen van de regering-Michel gingen in de goede richting en de groei van de overheidsbestedingen werd ingeperkt. Maar de fiscale druk werd verlaagd vooraleer het evenwicht zelfs maar werd benaderd, zonder dat dit een effect had op de groei

Gebruik maken - op een correcte manier - van het structureel saldo bij de evaluatie van het overheidsbeheer is een vooruitgang, maar volstaat niet. Indien de overheid de kwaliteit van de uitgaven verhoogt, bijvoorbeeld met inspanningen om meer mensen te laten genieten van een duurzame en inclusieve economische groei, dan verschijnt dit niet in het jaarlijkse saldo. Tal van voorbeelden zijn mogelijk, zoals een belastingverschuiving naar een belastbare basis die minder schadelijk is voor de economie, of hervormingen in de sociale zekerheid waarvan het positief effect slechts op middellange termijn merkbaar wordt.

In het begrotingsbeleid van de regering-Michel gingen de maatregelen in de goede richting en werd de groei van de overheidsbestedingen ingeperkt. Maar de fiscale druk werd verlaagd vooraleer het evenwicht zelfs maar werd benaderd, zonder dat dit een effect had op de groei. Michel heeft zijn engagementen, of ze nu postelectoraal of Europees waren, niet kunnen waarmaken. Een troost is dat hij niet de zware vergissingen maakte van de regeringen-Verhofstadt tussen 1999 en 2007, toen het budgettair en structureel rapport bijzonder zwak was.

Lees verder

Tijd Connect