Zwitserland, maar dan met een koning

Geert Noels

Het vlot niet met de regeringsvorming. Zelfs nieuwe verkiezingen zouden daar niets aan veranderen. Die politieke impasse staat hervormingen in de weg, terwijl ze zo nodig zijn. Zwitserland kan ons inspireren.

Na bijna twintig jaar is de reserve die werd opgebouwd om te kunnen toetreden tot de euro opgesoupeerd. De enige manier om België structureel welvarend én samen te houden is het efficiënter te organiseren. De structuur zoals we die nu kennen, kost veel, werkt niet en moedigt toekomstgericht beleid onvoldoende aan.

Zwitserland kan als inspiratie dienen, meer dan Frankrijk of Nederland, die eerder een blauwdruk zijn voor als je het land wil splitsen. Zwitserland is ongeveer even groot als België, heeft dezelfde economische structuur en kent dezelfde complexiteit van drie talen (eigenlijk vier: Duits, Frans, Italiaans en Reto-Romaans) en culturen, met veel concurrentie, twistpunten en transfers tussen de regio’s.

Hoe pakken de Zwitsers het aan? En wat kunnen de Belgen daarvan leren? Ik overloop even de zes grote steunpilaren van het Zwitserse beleidsmodel.

1. Een sterke decentralisatie. Alleen wat niet efficiënter lokaal te organiseren is, wordt federaal geregeld. Onderwijs en tewerkstelling zijn tot op gemeentelijk niveau georganiseerd. Slechts een klein aantal bevoegdheden is federaal, waaronder defensie, binnenlandse en buitenlandse zaken. Concurrentie tussen de kantons bestaat, fiscaal onder meer, en creëert extra stimuli om het goed te doen of zich te specialiseren.

2. Inspraak. Zwitsers zijn niet bang van democratie, het zit in hun cultuur. Critici maken weleens een karikatuur van de Zwitserse referenda, maar zouden de gesofistikeerde, volwassen vorm van inspraak beter proberen te begrijpen. De inspraak werkt en creëert grote betrokkenheid en bijsturing waar nodig. Ze dempt het populisme en het extremisme, zonder het volledig te kunnen bannen.

De Zwitsers geven in procent van het bruto binnenlands product meer uit aan zorg en onderwijs. Toch beslaat de totale overheid er slechts 35 procent, tegenover meer dan 50 procent in België

3. Geen personencultus. De Zwitserse politici zijn niet charismatisch en hebben geen sterrenstatus. Het zijn vooral bestuurders. Ze moeten niet elke dag strijden om de aandacht en worden afgerekend op hun prestaties en de resultaten.

4. Teamwerk. De grote partijen vormen samen de regering, en het voorzitterschap roteert elk jaar. De regeringsvorming duurt niet lang, en ook postjes verdelen gaat snel. Na de verkiezingen is snel duidelijk wie mag/moet regeren. En voor de premier de kans krijgt om te gaan zweven is hij al vervangen door een collega.

5. Efficiëntie. De Zwitsers geven in procent van het bruto binnenlands product meer uit aan zorg en onderwijs. Toch beslaat de totale overheid slechts 35 procent in Zwitserland, tegenover meer dan 50 procent in België en slagen ze er in jaarlijks budgettaire overschotten te boeken.

6. Transparante transfers. Transfers tussen regio’s bestaan in Zwitserland. Ze zijn zelfs substantieel: 5,3 miljard Zwitserse frank in 2020. Maar ze zijn ook transparant en objectief, de hoogte is in functie van afgesproken parameters en ze zetten aan tot verantwoordelijkheid. Daardoor is er een stuk minder irritatie over.

Schamper

Over het Zwitserse model wordt vaak schamper gesproken. Ze leven bij gratie van de banksector, profiteren van fiscale maatregelen, voeren oneerlijke concurrentie met Europa, vormen een natie van onethische mensen in keurige maatpakken. Maar dat is vandaag veel minder, of totaal niet meer het geval. Zwitserland is geen fiscaal paradijs meer, de uitwisseling van financiële gegevens met Europa is compleet, er is gebroken met verkeerde praktijken uit het verleden.

Tegelijk moeten de Zwitsers de nadelen van niet volledig tot de EU te behoren, goedmaken. Dat doen ze met doorgedreven kennis, kwaliteit en stabiliteit. Ook België investeert veel in kennis, maar de jongste decennia laat het zijn onderwijs slabakken. We willen kwaliteit, maar blijven vaak halfweg steken. En we verwarren stabiliteit te veel met immobilisme, terwijl er nochtans een verschil is.

Het Zwitserse en het Belgische treinverkeer kunnen als metafoor dienen voor het verschil in structuur, efficiëntie en aanpak. Zwitserse treinen zijn goed onderhouden en rijden stipt, fijnmazig, snel en veilig. Er zijn nochtans veel - letterlijke - obstakels voor een efficiënt spoorwegnetwerk. In de European Railway Performance Index van de Boston Consulting Group staat Zwitserland op de eerste plaats. België volgt pas op de veertiende stek. Als we naar de hoogte van de uitgaven kijken, zou ons land op vier moeten staan. We betalen veel voor ons bestuur en krijgen er weinig kwaliteit voor terug.

De eerste kritische vraag zal natuurlijk zijn: ‘Waar moeten we beginnen?’ Mijn antwoord is: ‘Als je niet weet waar je naartoe wil, loop je altijd verloren’. Ik wil naar Zwitserland. Wie gaat er mee?

Lees verder

Tijd Connect