Dat het minimumpensioen omhoog moet tot 1.500 euro netto, daarover bestaat grote eensgezindheid. Over al de andere elementen in het pensioendebat is die er veel minder.

Een pensioen van ten minste 1.500 euro netto per maand voor iedereen. Het is een doelstelling waar je niet tegen kan zijn. Dat is het budget dat nodig is om de gewone kosten van het levensonderhoud - voeding, kleding, huisvesting, verwarming, elektriciteit, internet, water - te dekken.

Een ontwikkeld land dat prat gaat op zijn systeem van sociale bescherming zou zijn burgers dat pensioenbedrag moeten kunnen garanderen. Toch krijgt in België een op de twee gepensioneerden een uitkering die lager ligt. Daar kunnen verschillende op het eerste gezicht goede redenen voor zijn. Maar het houdt wel in dat het wettelijk pensioensysteem in België ontoereikend is.

Voorstellen om de pensioenen te hervormen zijn voor politici dé manier om zich onpopulair te maken.

Wie a zegt, moet echter ook b zeggen. Aan het optrekken van het minimumpensioen tot 1.500 euro hangt een prijskaartje van 1 tot 3 miljard euro per jaar, afhankelijk van de ramingen. Waar dat geld vandaan moet komen, daarover is minder eensgezindheid.

Gewoon uit de schatkist, is een eerste piste. Maar die is leeg. En de oplopende kosten van de vergrijzing zullen er de komende decennia een nog groter gat in slaan. Daar valt dus niet veel te rapen.

De hoogste pensioenen aftoppen om de laagste te kunnen verhogen is een tweede piste. Maar dat impliceert dat gedane pensioenbeloftes verbroken worden. En het kan ook onrechtvaardig zijn. De pensioenen nivelleren kan neerkomen op een verregaande ongelijke behandeling. Dat is ook het geval als wie gespaard heeft voor een aanvullend pensioen moet opdraaien voor wie dat niet heeft gedaan.

Een derde piste bestaat erin selectiever te zijn met het uitkeren van pensioenen, bijvoorbeeld door de leeftijd te verhogen waarop iemand recht krijgt op het wettelijk pensioen.

Bijzonder gevoelig

Het pensioenthema ligt echter bijzonder gevoelig. Iedereen wil wel een hoger pensioen. Maar weinigen zijn bereid daar financiële inspanningen voor te doen, of er meer of langer voor te werken. Kijk wat de Franse president Emmanuel Macron zich op de hals haalde met zijn voorgestelde pensioenhervorming. Massabetogingen en dagenlange stakingen waren zijn deel. Voorstellen om aan de pensioenen te sleutelen, ook al is dat nodig om de houdbaarheid van het pensioensysteem veilig te stellen, is dé manier voor politici om zich onpopulair te maken. Daarom wagen weinigen er zich aan, uit vrees hun vingers te branden.

De Belgische gezinnen beschikken over 400 miljard euro spaargeld en hebben voor 300 miljard euro spaar-, beleggings- en pensioenverzekeringen. Ze nemen dus hun verantwoordelijkheid.

Dat is de reden waarom ook het debat in België daarover niet echt van de grond komt. Er zijn al verschillende grote conferenties over gehouden en vuistdikke expertenrapporten over geschreven. Maar de échte stappen voor een modernisering, vereenvoudiging en versterking van het pensioensysteem zijn nog niet gezet.

Misschien kan het helpen dat het debat wat wordt opengetrokken. Is het louter een opdracht voor de overheid iedereen een comfortabel pensioen te garanderen? Of is dat niet voor een stuk ook een verantwoordelijkheid van de individuele burgers zelf? De Belgische gezinnen beschikken over 400 miljard euro spaargeld en hebben voor 300 miljard euro spaar-, beleggings- en pensioenverzekeringen. Ze nemen dus hun verantwoordelijkheid. Het bredere pensioenplaatje in ons land kleurt niet zo zwart.

Lees verder

Gesponsorde inhoud