Als het enigszins kan, openen de scholen best voor iedereen de deuren. Al is het maar omdat we de kostprijs van leerachterstand dreigen te onderschatten.

Het zijn rare tijden als 1 september op de vijftiende mei valt, maar dat is het gevoel dat veel kinderen in de lagere school vrijdag hadden. Voor het eerst na twee maanden thuisonderwijs betraden ze opnieuw de klaslokalen. De eerste reacties bij de onderwijskoepels leren dat dat doorgaans vlot liep. Als eerste test voor volgende week is dat goed nieuws.

Het is belangrijk dat het volgende week even goed loopt. Als dat het geval is, kan rond Hemelvaart beslist worden de schooldeuren wijder open te gooien. Dat maakt het mogelijk, laat het ons hopen, dat alle kinderen in juni nog een maand les krijgen.

De beslissing die daarover moet worden genomen is lastig, omdat de voor- en nadelen asymmetrisch zijn. De voordelen zijn snel waarneembaar en dagelijks opvolgbaar. Het zijn de dagelijkse ziekenhuisrapporten, die nu al weken in de goede richting evolueren maar vatbaar zijn voor een nieuwe piek.

De nadelen van een lockdown in de klas zijn tweeërlei. Een deel is wel nog tastbaar: de moeilijkheden voor veel ouders om het werk op een normale manier te hervatten, zonder thuis te moeten blijven om hun kinderen les te geven of minstens op te vangen. Dat zet een rem op iets wat dringend nodig is, de economische herstart.

Daarin zit overigens helemaal geen tegenstelling tussen 'mens en economie'. Werk gaat over gezinsinkomen en beroepstrots, over collectieve welvaart en geld verdienen waarmee ook de overheid wordt ondersteund. 

Leerachterstand

We moeten het voordeel van de twijfel gunnen aan diegenen die de scholen voor iedereen snel willen heropenen.

Maar het lastigste deel van de onderwijsbeslissing wordt het onzichtbare: de leerachterstand van wie misschien een half jaar - van maart tot september - geen klaslokaal van de binnenkant zal hebben gezien.

Een van de weinige experimenten dat daarover iets zinnigs leert, is de grote staking in het Franstalig onderwijs van 1990. Jaren later zijn de gevolgen daarvan nog altijd zichtbaar. Scholieren studeerden aan het einde van hun schoolloopbaan gemiddeld een half jaar later af. Wie naar de universiteit ging, had een grotere kans op falen. 

Toegegeven: in 1990 was er geen internet en liep thuisonderwijs nog lastiger. Maar in deze mag het voordeel van de twijfel best wel bij de toekomstkansen van het kind worden gelegd. Het zou dus moeten worden gegund aan diegenen die de scholen snel voor iedereen willen heropenen.

Wat een rationele beslissing moet zijn, valt vaak ten prooi aan irrationele en emotionele impulsen. Dat gebeurt vooral als de voor- en nadelen asymmetrisch zijn. Een klassiek voorbeeld is te snel rijden. Het tastbare voordeel van elke dag een paar minuten winst wordt dan te waardevol ingeschat. Het nadeel - dat ene auto-ongeluk - wordt dan niet toegeschreven aan onze slechte keuze maar aan het noodlot.

Met de ontastbare en op dit moment onzichtbare schade van de leerachterstand van onze kinderen in het achterhoofd is dat de fout die we niet mogen maken.

Lees verder

Gesponsorde inhoud