Redacteur Politiek

Moet iedereen maandelijks 500 euro onbelast kunnen bijverdienen? De duivel zal in de details zitten, maar het is de weg naar de oplossing voor een van de grote Belgische problemen.

‘Work. The most important thing is work’, zongen Lou Reed en John Cale in 1990 als eerbetoon aan Andy Warhol. Het zinnetje is evengoed van toepassing op de Belgische economie. Het eenvoudige recept om zowel de begrotingsproblemen onder controle te krijgen als de vergrijzingsfactuur betaalbaar te houden, bestaat erin dat meer Belgen werken, langer werken, extra werken of slimmer werken. Er zijn geen magische oplossingen.

Het rekensommetje is eenvoudig. Wie niet werkt, leeft in veel gevallen van overheidsgeld. Wie wél aan de slag is, betaalt belastingen of doet er betalen: ofwel in de eigen personenbelasting, ofwel via de btw op het geleverde werk, ofwel via de vennootschapsbelasting op de winst die overblijft. Hoe meer activiteit, hoe meer inkomsten voor de overheid en hoe steviger de fundering onder de welvaartsstaat.

Als we een welvaartsstaat willen, moeten we er willen voor werken.

Het is om die reden terecht dat alle regeerakkoorden van de recentste Vlaamse en federale regeringen begonnen met een hoofdstuk werk. Het is eveneens terecht dat een van de belangrijkste verwezenlijkingen van de regering-Michel de taxshift is, die de lasten doet dalen voor wie werkt. En het is om diezelfde reden terecht dat Open VLD-voorzitster Gwendolyn Rutten de knuppel in het hoenderhok gooit en een plan op tafel legt om iedereen - werknemer, zelfstandige of gepensioneerde - tot 500 euro per maand onbelast te laten bijverdienen.

Het voorstel is meer dan welkom, al is het maar om de waarde van ‘werken’ in ere te herstellen. De voorbije weken hoorden we het verhaal over hoe een werkloze vrouw een hoger pensioen kreeg dan haar vriendin die jaren gewerkt had. Gisteren leidde een ander verhaal tot commotie: hoe de arbeidsinspectie de situatie waarbij een tienjarige zoon die hielp in de zaak van zijn vader omschreef als kinderarbeid. Telkens gaat het om vrij geïsoleerde en anecdotische verhalen, maar de onderliggende waarden die ze suggereren - dat je in België de slimste bent als je niet werkt - zijn ondraaglijk.

Het voorstel om tot 500 euro bij te verdienen is eveneens welkom, omdat de regering-Michel wel een duwtje kan gebruiken. De belangrijkste doorbraak om werken aantrekkelijker te maken kwam tot nog toe niet van minister van Werk Kris Peeters (CD&V). Ze kwam van minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) via de taxshift én van Bart Tommelein (Open VLD), die als toenmalig staatssecretaris voor de Bestrijding van Sociale Fraude de flexi-jobs voor de horeca invoerde, een idee waarop Rutten nu voortbouwt.

De duivel zal in de details zitten. Het kan niet de bedoeling zijn dat werknemers hun loon met 500 euro zien dalen, om het dan bij dezelfde werkgever onbelast als extraatje te krijgen. De bedoeling is dat de vrijstelling tot meer activiteit leidt.

Want uiteindelijk is het simpel: als we een welvaartsstaat willen, moeten we er willen voor werken.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud