Stefaan Michielsen

De beursgang van Belfius afhankelijk maken van een compensatieregeling voor de Arco-coöperanten is onverantwoorde chantage.

De beursgang van Belfius, zeven jaar nadat de bank door de overheid moest worden gered, wordt dit jaar een hoogtepunt voor de financiële wereld in ons land. De Brusselse beurs krijgt er eindelijk nog eens een klepper bij, de verkoop van een minderheidsbelang in de bank kan de staatskas een kleine 3 miljard euro opleveren.

De regering-Michel heeft in mei vorig jaar principieel het licht op groen gezet voor de operatie. De voorbereidingen lopen al een poos. Zopas zijn de banken aangeduid die de aandelen zullen aanprijzen bij beleggers in binnen- en buitenland. De sterren staan gunstig, want het beursklimaat is uitstekend. Het zou onverantwoord zijn om de beursgang nu niet te laten doorgaan omdat er nog geen regeling is voor de Arco-coöperanten.

Financieel en economisch is het uitblijven van zo’n regeling niet echt een obstakel voor de beursgang van Belfius. De bank, of de voorlopers ervan, is niet verantwoordelijk voor de verliezen die de Arco-coöperanten hebben geleden door de ondergang van Dexia. Sommigen voeren aan door de bank te zijn misleid, omdat ze hen de Arco-deelbewijzen heeft verkocht als een risicoloos spaarproduct. Het bewijs daarvan moet wel nog worden geleverd en door een rechtbank worden aanvaard. De schadeloosstelling waartoe Belfius veroordeeld kan worden, is niet van die aard dat ze een enorme hap zou nemen uit zijn winsten. Het is geen zwaard van Damocles dat het succes van de beursgang hypothekeert.

Er is een politieke deal over. Maar ten gronde is er geen rechtvaardiging om de Arco-coöperanten te vergoeden met belastinggeld.

Politiek is er echter wel een koppeling tussen de beursgang van Belfius en een regeling voor de Arco-coöperanten. CD&V heeft die gemaakt. Om haar coalitiepartners, en vooral de N-VA, onder druk te zetten om de coöperanten - die vooral tot de CD&V-achterban te behoren - te vergoeden, nadat Europa een eerdere afspraak daarover heeft afgeschoten. Nochtans is de overheid niet verantwoordelijk voor het omvallen van Dexia en van Arco, de investeringsmaatschappij van de christelijke werknemersbeweging. Het valt daarom ook niet te rechtvaardigen dat belastinggeld of een stuk van de opbrengst van de verkoop van Belfius gebruikt wordt om de coöperanten te vergoeden.

Minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA), een fel pleitbezorger van de Belfius-beursgang, komt CD&V nu tegemoet met de belofte dat hij voor de zomer een oplossing wil hebben voor de Arco-coöperanten. Maar of dat lukt? Het is een complex dossier. De juridische onderbouw moet stevig zijn en dat is niet evident met het povere materiaal dat daarvoor beschikbaar is. Waar moet het geld vandaan komen? Europa moet zijn toestemming geven, net als de Europese Centrale Bank als Belfius gevraagd wordt mee te betalen. Bovendien moeten de coöperanten akkoord gaan. Dat alles klaarspelen tegen mei, wanneer de beursgang van Belfius is gepland, zou een hele krachttoer zijn. Het is daarom gevaarlijk de beursgang van Belfius daarvan te laten afhangen. De politieke koppeling moet ongedaan worden gemaakt, chantage is hier niet op zijn plaats.

Daarmee is een compensatie voor de coöperanten niet weg. In een politieke koehandel is afgesproken dat er een regeling zou komen. Dat staat in het regeerakkoord. CD&V mag dus eisen dat haar coalitiepartners die afspraak honoreren.

Dat neemt niet weg dat er ten gronde geen rechtvaardiging is om de Arco-coöperanten schadeloos te stellen met belastinggeld.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content