Belfius-dilemma

©Debby Termonia

Het is verleidelijk te denken dat de staat aandelen van Belfius kan verkopen en toch zijn inkomsten uit dividenden op peil kan houden. Die logica kan Belfius kwetsbaar maken.

Kan je de kip met de gouden eieren slachten en toch de eieren blijven rapen? Volgens de zakenbanken die de regering bij de privatiseringsplannen voor Belfius adviseren, kan het wel degelijk. Bank of America Merrill Lynch en JPMorgan achten het namelijk mogelijk dat Belfius zijn aandeelhouders een groter deel van de winst uitkeert.

Dat zou de regering de kans bieden een deel van de aandelen te verkopen zonder dat ze haar jaarlijkse inkomsten uit Belfius-dividenden ziet afnemen. Ze zou dan een kleiner deeltje krijgen van een veel groter bedrag, waardoor ze op het eind van de rit evenveel overhoudt.

Het is een gevaarlijke redenering. Ze dient de belangen van de overheid op korte termijn, maar ze kan de belangen schaden van Belfius zelf en van iedereen die zich bij Belfius financiert. Dat zijn gezinnen, bedrijven, verenigingen, lokale besturen en ziekenhuizen.

Toen tien jaar geleden de financiële crisis losbarstte, werden we er pijnlijk aan herinnerd dat banken kunnen omvallen en stevig moeten staan. Bij Belfius deed dat de politieke discussie losbarsten of de bank in overheidshanden moet blijven, dan wel de ambitie moet hebben terug naar de markt te gaan.

Dat dilemma is een vals dilemma. Alleen al de voorgeschiedenis van Belfius leert dat: Dexia wás feitelijk in overheidshanden. Een van de grootaandeelhouders was de Gemeentelijke Holding, waarin de lokale besturen participeerden. Een andere grootaandeelhouder van Dexia was de christelijke arbeidersbeweging, die deel uitmaakt van CD&V - toen nog een staatsdragende partij.

Al die linken met de overheid hebben niet verhinderd dat Dexia twee keer moest worden gered.  Zelfs in de VS zaten twee door de overheid ondersteunde banken - de hypotheekverleners Freddie Mac en Fannie Mae - in het hart van de financiële crisis. Dat de overheid eigenaar is van de bank is geen garantie dat ze niet ten onder kan gaan.

Veel belangrijker is hoe de banken worden gereguleerd. Daar ligt een rol voor de overheid als scheidsrechter van het economische spel. Eveneens cruciaal is de vraag hoeveel druk de aandeelhouders op de bank uitoefenen. Hier ligt - in het geval van Belfius - een rol voor de overheid als speler van het economische spel.

De politieke valkuil is dat het belang van de bank niet zal vooropstaan bij de privatiseringsplannen. De politieke logica van CD&V is bijvoorbeeld dat er een oplossing moet zijn voor de Arco-aandeelhouders van het oude Dexia voor Belfius naar de beurs kan. De zakenbanken zijn het daarmee niet eens en vinden een beursgang ook zonder Arco-oplossing mogelijk.

Net daarom is het een valkuil dat de overheid als aandeelhouder van Belfius een te groot dividend zou vragen om haar inkomsten op peil te houden. Zoiets kan wat geld opleveren op korte termijn, maar het betekent dat er minder winst overblijft om bijvoorbeeld de kapitaalbuffers te verstevigen.

Als de regering écht het goede voorbeeld wil geven als bankier, moet ze redelijk blijven in haar dividendbeleid en de overheidsbedrijven niet zien als een sluitpost voor de begroting. De ervaring met Proximus leert hoe groot die verleiding kan zijn. Maar wie denkt dat je tegelijk aandelen kan verkopen en de dividendstroom op peil kan houden, vermindert de weerbaarheid van de bank.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content