Stefaan Michielsen

België heeft zichzelf buitenspel gezet in de organisatie van Euro 2020 omdat we er niet in slagen in het Belgische moeras een nieuw nationaal voetbalstadion te bouwen. Wat een Belgenmop.

Ons landje had dat aardig voor elkaar gebracht. In 2014 selecteerde de Europese voetbalfederatie UEFA Brussel als een van de dertien gaststeden voor Euro 2020. Er zouden vier wedstrijden van het Europees voetbaltoernooi voor nationale elftallen doorgaan. En als hoofdstad van Europa was Brussel ook kandidaat voor de openingsmatch. De UEFA stelde maar één voorwaarde: er moest een nieuw voetbalstadion met 60.000 plaatsen komen. Maar dat krijgen we niet gefikst, blijkt nu. De UEFA schrapte gisteren Brussel als gaststad. We blijven met lege handen achter. En daar hebben we helemaal zelf voor gezorgd.

Toen Brussel zich kandidaat stelde als gaststad, gebeurde dat met de steun van de federale overheid en de gewesten. Alle neuzen stonden in dezelfde richting. Heel even toch. Het dossier raakte al gauw bezoedeld door politiek gekibbel. Het eens worden over de bouw van een nieuw nationaal voetbalstadion, bleek in dit verdeelde land onmogelijk.

Het dossier werd ook nodeloos complex gemaakt door er allerlei belangenconflicten in te importeren. Zo vatte Brussel het ingenieuze plan op om het stadion te bouwen op een terrein dat zijn eigendom is, maar dat op Vlaams grondgebied ligt. Zo gaf Brussel de beleidsmakers in Vlaanderen - de Vlaamse regering wordt geleid door de N-VA - een instrument om weerwraak te nemen voor de oncoöperatieve opstelling van de stad en het gewest Brussel in andere dossiers, zoals de lawaaihinder van het vliegverkeer van en naar Zaventem en de bouw van het shoppingcenter Uplace in Machelen.

Het dossier werd nodeloos complex gemaakt door er allerlei belangenconflicten in te importeren.
Stefaan Michielsen

De initiatiefnemer van Uplace, vastgoedondernemer Bart Verhaeghe, tegelijk voorzitter van Club Brugge, keerde zich extra tegen het project toen de stad Brussel het nieuwe stadion voor een deel cadeau wou doen aan grote concurrent Anderlecht. En nog meer toen de bouwopdracht via een opake procedure gegund werd aan de rivaliserende bouwondernemer Paul Gheysens. Dat die het Eurostadion niet enkel zag als een voetbaltempel maar als een grootschalig vastgoedproject met commerciële ruimten en kantoorgebouwen, maakte dat de inzet nog groter werd, én de na-ijver.

Het Eurostadion-dossier is verstrikt geraakt in te zeer uiteenlopende belangen van de regionale politici, voetbalbonzen en vastgoedontwikkelaars. Het complexe vergunningenbeleid in ons land dat elk groot infrastructuurproject sowieso tot een uitdaging maakt, was het geschikte instrument om stokken in de wielen te steken.

Tweeënhalf jaar nadat de plannen voor het Eurostadion werden gepresenteerd, is het project nog geen meter opgeschoven. Door de onzekerheid die over het Eurostadion bleef hangen, kon de UEFA niet anders dan Brussel van de lijst van gaststeden schrappen. Het amateurisme en de achterkamertjespolitiek van de Brusselse beleidsmakers heeft dit dossier doen mislopen. Maar er zijn er nog die bijgedragen hebben om er een zootje van te maken.

De wedstrijden die in Brussel gespeeld zouden worden, verhuizen nu naar Londen, naar het land dat beslist heeft uit de Europese Unie te stappen. Wat een blamage. Wat een gemiste kans voor Brussel om zich op een positieve manier weer op de kaart te zetten, wat een deuk voor de reputatie van ons land. En dat hebben wij, petits Belges, deze keer enkel en alleen aan onszelf te wijten.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content