De werknemers motiveren om aan de slag te blijven is in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van de bedrijven zelf.

Om te vermijden dat de corona-epidemie de economie volledig in elkaar doet klappen is het cruciaal dat bedrijven die kunnen blijven draaien binnen de beperkingen die de overheid oplegt, dat ook doen. Dat geldt in de eerste plaats voor de ondernemingen in essentiële sectoren - toeleveranciers aan de medische sector, landbouwbedrijven, de voedingsindustrie, de supermarkten - maar ook voor andere.

Evident is dat niet. Heel wat bedrijven kampen met een stijgend absenteïsme. Werknemers blijven afwezig omdat ze ziek zijn, of omdat ze zeggen dat ze ziek zijn. Schrik om besmet te worden houdt hen thuis, en het is moeilijk te controleren wie echt ziek is en wie niet.

Het steekt sommige werknemers ook de ogen uit dat anderen niet meer moeten komen werken en op tijdelijke werkloosheid zijn gestuurd met een vergoeding die niet veel lager is dan wat wie aan de slag blijft, ontvangt - een gevolg van het feit dat de federale overheid en de regio's op een weinig gecoördineerde manier tegemoetkomingen zijn beginnen uit te delen aan wie tijdelijk werkloos is. En dus willen zij die gewoon voortwerken ook een extraatje. 

Die vraag is in een aantal gevallen gerechtvaardigd. In sommige bedrijven leveren de werknemers vandaag extra inspanningen. In andere gevallen is de vraag niet gerechtvaardigd en profiteren de vakbondsvertegenwoordigers van de situatie om extra eisen te stellen.

Om de werknemers te motiveren om op de bedrijfsvloer te blijven, stelt de Vlaamse werkgeversorganisatie Voka voor hen een premie te geven van 150 euro per maand. Bibbergeld. Voka ziet dat als een algemeen incentive en vraagt dat de federale overheid dat betaalt.

De factuur bij de overheid in de bus deponeren, is al te gemakkelijk.

Dat is een brug te ver. Ondernemingen die een deel van hun personeel op tijdelijke werkloosheid sturen, krijgen indirect steun van de overheid. Maar dat betekent niet dat de koe van de overheid uitgemolken moet worden door bedrijven die wel voort kunnen werken. De overheid doet al heel wat om de bedrijven te helpen, onder meer door betalingsuitstel te geven voor fiscale en sociale bijdragen en door het waarborgsysteem voor kredieten dat ze samen met de banken heeft opgezet.

Het is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de ondernemers zelf om oplossingen te zoeken. Dat houdt ondernemerschap toch in? Het is ook in hun eigen belang dat ze manieren vinden om hun werknemers gemotiveerd te houden. In de bedrijven waar de werkgever op goede voet staat met zijn personeel, moet dat zeker kunnen.

Er kan worden gedacht aan het toekennen van extra verlofdagen als de crisis voorbij is, of aan een geldpremie, waarom niet. Dat zal het bedrijf wel iets kosten. Maar van de ondernemingen mag toch ook enige solidariteit worden gevraagd? De factuur bij de overheid in de bus deponeren is al te gemakkelijk.

In Frankrijk heeft een aantal supermarktketens beslist zijn personeel een premie te geven van 1.000 euro. En de overheid doet een kleine duit in het zakje door die premie onbelast te laten. Dat lijkt een aanvaardbare verdeling van de lasten.

Lees verder

Gesponsorde inhoud