Een ontslag van de ministers Geens en Jambon zou de oorlog tegen terreur op dit uitzonderlijke moment niet vooruithelpen. Maar dat maakt de blamage er niet minder om.

Een zware schok verwerken gebeurt op twee manieren. Enerzijds is er het onmetelijke gevoel van verdriet en rouw. Anderzijds is er de woede, en met de woede komen de vragen of de ramp die ons overkwam te vermijden was geweest. Zo ging het ook gisteren: we zagen opnieuw de rituelen van verdriet, troost, de minuten stilte en de wakes. Een student is dood. Een ambtenaar. Een vader, een moeder, altijd iemands kind.

En er is het zoeken naar de fout. Een reeks tekortkomingen van ons veiligheids- en justitieapparaat is aan het licht gekomen sinds de tragische aanslagen op 22/3. ‘Bij het doorgeven van de informatie is men trager gegaan dan men zou hebben mogen verwachten’, gaf minister van Justitie Koen Geens toe. Ook minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon volgde in het toegeven dat er fouten zijn gemaakt.

Foute of veel te late doorstroming van informatie over gevaarlijke terreurverdachten tussen Turkije en België en in België zelf, de centrale afdeling voor terrorisme van de federale politie die zware steken liet vallen, voorlopige invrijheidstelling met voorwaarden waarmee een loopje genomen wordt. We kunnen op dit moment niet zeggen dat er geen aanslagen geweest zouden zijn als die fouten niet gemaakt waren. Het terreurnetwerk van Syriëstrijders is een veelkoppig monster dat zeer goed is uitgerust en ook in een resem andere landen helaas al moordende aanslagen heeft gepleegd. Maar er zijn fouten gemaakt. En er zijn meer dan 30 doden en 200 gewonden gevallen. Dat is een harde waarheid.

Ministers kunnen ook op andere manieren hun verantwoordelijkheid nemen dan met een ontslag.

Die waarheid leidde er al toe dat Jambon en Geens gisteren verklaarden dat ze hun ontslag hadden aangeboden aan de premier, maar dat die dat weigerde. Zou een ontslag ‘een signaal’ zijn? Ja. Zowel naar de slachtoffers, de bevolking die zich vragen stelt als naar de harde buitenlandse critici. Maar een ontslag zou de strijd tegen de terreur in de ‘noodtoestand’ die we nu beleven, niet vooruithelpen. De dreiging is er en zal ook nog een tijdlang aanhouden. Op zo’n moment je twee belangrijkste ministers in de strijd tegen terreur laten opstappen, is een prijs die premier Charles Michel niet wil betalen. Iemand die zich op Justitie en/of Binnenlandse Zaken opnieuw 100 dagen moet inwerken, dat lost op zich niets op.

Maar dat betekent niet dat de fouten in het systeem niet zeer ernstig zijn en dat ze moeten worden aangepakt. Voor Jambon en Geens wordt het uitkijken of er in de komende uren of dagen nog nieuwe bezwarende elementen opduiken. Een ontslag als symbool voor ons falen zou de nabestaanden van de slachtoffers misschien even troost bieden. Maar ministers kunnen ook op andere manieren hun verantwoordelijkheid opnemen. Als het dan geen ontslag is, laat het dan zijn door die informatie-uitwisseling op alle niveaus nu eens echt te laten slagen, met al wat daarvoor nodig is, zonder compromissen. En door de zwakke schakels in het systeem doortastender weg te werken. Maar de blamage blijft.

Lees verder

Tijd Connect