De opzet van de Turkse president Recep Tayyip Erdogan om via een buitengewone parlementaire meerderheid een presidentieel regime in te voeren, lijkt mislukt. De AKP van Erdogan verloor, volgens de voorlopige uitslagen, de meerderheid in het Turkse parlement. Wat nog niet betekent dat de Turkse democratie is gered.

AKP haalde de slechtste verkiezingsuitslag in twaalf jaar. De linkse Koerdische eenheidspartij HDP slaagde erin om over de hoge kiesdrempel van tien procent te wippen en daarmee  een aanzienlijk deel van de parlementszetels binnen te halen. De Turkse kiezer heeft duidelijk laten merken dat de autocratische trekjes van Erdogan niet door een meerderheid van de bevolking worden aanvaard. De verkiezingsuitslag laat ook een diep verdeeld land zien.

 Met deze verkiezingsuitslag breekt een periode van politieke instabiliteit aan in Turkije. Vermoedelijk wordt een minderheidsregering gevormd en komen er snel vervroegde verkiezingen. Ook dat zijn geen recepten voor stabiliteit.

Tien jaar geleden bestond de hoop nog dat Turkije democratie en islam zou verzoenen en als een soort voorbeeldstaat voor het Midden-Oosten zou fungeren. Die hoop werd vakkundig door Erdogan de kop ingedrukt. Eerst als premier en later als president ontpopte hij zich tot een autoritaire leider die steeds meer de seculiere principes van de stichter van de Turkse staat, Kemal Ataturk, overboord kieperde.

Als de Turkse verkiezingsuitslag op dit moment iets duidelijk maakt, dan is het wel dat we een broze flank hebben in het zuidoosten

In die periode deed Europa evenmin moeite om de banden met Turkije dichter aan te halen. Uiteindelijk kon de EU alleen maar vaststellen dat Turkije steeds verder van Europa was afgedreven.

Die ontwikkeling is gevaarlijk. Turkije ligt letterlijk op een geopolitiek kruispunt, tussen Europa, het Midden-Oosten en Rusland. Niet voor niets is het een van de meest strategische NAVO-partners. De politieke toekomst van het land is dus belangrijk voor Europa.

De eigengereide koers van Erdogan zorgde niet alleen voor fricties met Europa. In het zuiden grenst Turkije aan Irak en Syrië, aan die gebieden waar de terreurorganisatie IS sterk staat en waar de Koerden een eigen regio opeisen. De mate waarin Turkije optreedt tegen de jihadisten die naar Syrië trekken, is voor Europa van levensbelang. De jihadisten gebruiken Turkije nu als transitland. En een vorm van Koerdisch zelfbestuur is nog steeds een groot taboe in Turkije.

In die context probeert de Russische president Vladimir Poetin de banden met Turkije aan te halen. Hoe meer Erdogan in de hoek geduwd wordt, hoe meer kans Poetin daartoe maakt.

De komende maanden zullen cruciaal  zijn, niet alleen voor de Turkse democratie, maar ook voor de plaats van Turkije in het geopolitieke plaatje. En die plaats  is, net als de democratische toekomst, op dit moment verre van duidelijk.

Ironisch gennoeg wankelt ook de oude erfvijand Griekenland op dit moment. Een bankroet wenkt en een ‘grexit’ wordt steeds aannemelijker geacht. Dat zou wel eens kunnen betekenen dat ook Griekenland op zoek gaat naar steun buiten Europa. En dan is Poetin andermaal een optie.

Als de Turkse verkiezingsuitslag op dit moment iets duidelijk maakt, dan is het wel dat we een broze flank hebben in het zuidoosten.

Lees verder

Tijd Connect