Bart Haeck

De Belgische overheid betaalbaar maken is al moeilijk genoeg. Het laatste wat we nodig hebben, is regeringsdruk om de cijfers op te smukken.

Probeert de federale regering het technische cijferwerk achter de begroting voor volgend jaar op te smukken, zodat ze kan verhullen dat ze eigenlijk niet meer in staat is een akkoord te vinden over een ernstige inspanning om haar budget wat meer op orde te krijgen? Of anders gesteld: probeert de regering te verbergen hoe groot de factuur is die ze in een verkiezingsjaar wil doorschuiven?

Dat is de vraag die op tafel ligt, nu de technische experts van het Monitoringcomité in hun officieel rapport over de begroting schrijven dat ze het niet eens zijn met hun voorzitter, die volgens hen een te rooskleurig beeld schetst van de financiële situatie van de Belgische overheid. De opstand van de experts, waarover De Tijd berichtte, was donderdag een uur lang voer voor debat in de plenaire vergadering van de Kamer, waarbij ook de meerderheidspartij Open VLD zich zorgen maakte over de onafhankelijkheid van het Monitoringcomité.

De ambitie om de begroting in evenwicht te brengen tegen het jaar voor de verkiezingen is naar aloude Belgische traditie uitgesteld.

Het antwoord van de federale minister van Begroting, Sophie Wilmès (MR), stelt niet volledig gerust. Ze zei dat de hypotheses waarop de begrotingsexperts zich baseren ‘vatbaar zijn voor betwisting’ en dat ‘de regering het wellicht niet zo had aangepakt’, waarmee ze suggereert dat de regering zich wel degelijk wil moeien. Ook andere bronnen getuigen aan De Tijd over die druk. In die zin is het nuttig dat het Monitoringcomité volgende week dinsdag meer uitleg komt geven in het parlement.

Het budget van de Belgische overheid, die nog altijd meer dan de helft van de uitgaven in ons land doet, verdient namelijk een meer dan grondige discussie. Daarbij doet ook de procedure ertoe: eerst schetsen experts een zo neutraal mogelijk beeld van de situatie. Daarna kan het politiek debat losbarsten over de keuzes die nodig zijn of binnen de grenzen van het mogelijke liggen.

Net omdat het over zoiets belangrijks gaat - het betaalbaar maken van de welvaartsstaat - is enige politieke hygiëne in deze cruciaal. Onder het motto ‘de feiten zijn heilig, de opinie vrij’ is het daarom belangrijk dat het cijferwerk zonder politieke druk kan gebeuren. En dat daarna pas het legitieme en noodzakelijke politieke debat kan beginnen over wat de belastingbetaler betaalt en wat hij terugkrijgt.

De regeringsbalans voor de begroting niet echt geweldig, maar het is ook niet rotslecht. Het klopt dat de federale regering het gat in het budget voor een groot deel heeft dichtgereden. Het klopt dat de schuld is beginnen te dalen. Het klopt ook dat andere beslissingen - zoals de taxshift - ertoe leiden dat meer mensen werken, wat uiteindelijk ook voor het overheidsbudget een verschil maakt. Het is allerminst een totale catastrofe.

Maar het klopt ook dat de verwachtingen bij de start van deze regering wel degelijk hoger lagen. Dat de hoop bestond dat de Belgische overheid eindelijk weer eens alleen maar het geld zou uitgeven dat ze ook heeft. Die verwachtingen zijn niet ingelost. De ambitie om de begroting in evenwicht te brengen tegen het jaar vlak voor de verkiezingen, is naar aloude Belgische traditie uitgesteld tot het jaar na de verkiezingen.

Niemand beweert dat de welvaartsstaat betaalbaar maken een makkelijke opdracht is. Dat zal het nooit worden. Maar de opdracht kleiner voorstellen dan ze is, helpt niemand vooruit.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content