Bart Haeck

Als de campagne niet snel naar de essentie gaat, treedt straks een regering aan die aan niemand steun zal hebben gevraagd om te doen wat moet.

Dit weekend begint de laatste week van een campagne, die enkel als bevreemdend kan worden omschreven. Dat komt ten eerste omdat ze heel vroeg begon, met een uitvoerige discussie over migratie naar aanleiding van de val van de regering. Daarna verlegde het debat zich naar het klimaat, het onderwijs en deze week naar de pensioenen. Met nog een week te gaan lijkt het alsof iedereen in de campagne al grotendeels is uitgepraat.

De tweede reden waarom deze campagne zo bizar aanvoelt, is dat iedereen met een wijde boog rond de vraag loopt die er vanaf 27 mei toe doet: wie gaat alles betalen? Het is opvallend dat vijf jaar geleden, na de jaren onder premier Elio Di Rupo (PS), het debat wel uitdrukkelijk ging over de economische keuze tussen minder belastingen en meer besparingen of net het omgekeerde. Nu niet.

Het is veelzeggend dat twee van de grote momenten van de campagne erop neerkwamen dat twee partijen tot hun eigen zenuwachtigheid moesten erkennen dat het manna niet uit de hemel zal vallen. Groen moest erkennen dat wie zijn salariswagen inruilt voor een lager mobiliteitsbudget per saldo loon moet inleveren. N-VA moest erkennen dat we op termijn zo oud worden dat we langer zullen moeten werken dan tot 67 jaar.

Het is veelzeggend dat twee van de grote momenten van de campagne erop neerkwamen dat twee partijen tot hun eigen zenuwachtigheid moesten erkennen dat het manna niet uit de hemel zal vallen.

Vinden de andere partijen dan dat de vergrijzing en het klimaat geld noch inspanningen zullen kosten? Ze proberen in ieder geval te doen alsof. Nog een weekje. Daarna slaat de realiteit terug. In die zin is het interessant te zien dat de vraag of we meer gaan belasten of meer gaan besparen wellicht pas na 26 mei wordt beantwoord.

In Franstalig Belgiƫ droomt PS-boegbeeld Paul Magnette van een PS-Ecolo-regering, die in de peilingen met een meerderheid flirt. In Vlaanderen komt in de allerlaatste peiling voor de verkiezingen het Vlaams Belang als grote winnaar naar voren, waarbij opvalt dat die winst niet volledig ten koste gaat van de N-VA. Beide partijen werden gisteren samen op 43 procent gepeild, vijf procentpunten meer dan vijf jaar geleden.

Wie zich bedrogen voelt door de niet aangekondigde verhoging van de pensioenleeftijd heeft nog niets gezien.

Dat komt in de buurt van wat nodig is om samen de helft van de zetels te bezetten in de kleine commissievergaderingen van het Vlaams Parlement, waar ieder voorstel of ontwerp van decreet moet passeren voor het naar de plenaire kan. Aangezien niemand met het Vlaams Belang wil samenwerken, zou dat betekenen dat de N-VA in dat scenario incontournabel wordt.

Hoe het dan federaal verder moet, wordt een raadsel waarvan de oplossing niet op 26 mei maar in de formatiegesprekken moet volgen. De extra moeilijkheid daarbij is dat geen enkele partij aan de kiezer een helder mandaat heeft gevraagd om te doen wat onvermijdelijk is. Wie zich nu bedrogen voelt omdat niemand vijf jaar geleden voor de verkiezingen heeft aangekondigd dat de pensioenleeftijd tegen 2030 tot 67 jaar zou worden verhoogd heeft nog niets gezien.

De kiesgids van De Tijd

De Tijd doorploegde de 966 pagina's van de Vlaamse partijprogramma's. Geen stemtest, maar een overzicht in 100 relevante vragen .

Lees verder

Tijd Connect