De vraag van 33 miljard

De vraag is niet of het de goede beslissing is dat de overheid in de strijd tegen corona voor 33 miljard euro in het rood gaat. De vraag is hoe ze het geld best besteedt.

Nadat het grootste bedrijf van België, AB InBev, al zijn jaarvooruitzichten schrapte, hakte de uitbraak van het coronavirus donderdag ook in de industriële sterkhouders van ons land. De materialengroep Umicore trekt een dikke streep door de prognoses voor 2020 én door het dividend. Ook Bekaert vaart voorlopig blind en zegt dat de fabriekssluitingen dit jaar de resultaten stevig naar beneden halen, zonder al te kunnen zeggen met hoeveel.

Dat toont dat we het ergste van deze coronacrisis nog niet gezien hebben. Niet alleen het schaderapport wordt iedere dag langer, ook het wapenarsenaal om de schade te beperken wordt iedere dag groter. De Europese Centrale Bank koopt nu ongelimiteerd staatsobligaties op. Na de banken loodsen ook de verzekeringsbedrijven mensen met betalingsproblemen doorheen de crisis. En de federale regering ziet haar begroting dit jaar naar een tekort van 33 miljard euro duikelen.

Vooral dat laatste cijfer doet duizelen, omdat we er de context van kennen. Een van de belangrijke redenen van de politieke crisis die in mei uitbrak was de opdracht om zowat 11 miljard euro aan uitgaven te schrappen of aan extra belastingen te innen. Nu zitten we aan 33 miljard.

Toch is het de goede beslissing dat te doen. Omdat het alternatief erger zou zijn. Er is maar één manier om een economische schok van deze omvang op te vangen, en dat is door hem allemaal samen collectief op te vangen.

Zolang de 33 miljard eenmalig is, is ze bovendien betaalbaar. De Belgische overheid heeft in februari geld geleend op 46 jaar aan 0,8 procent rente. Aan vergelijkbare tarieven van pakweg 1 procent op 50 jaar kost die 33 miljard euro een halve eeuw lang een behapbare 330 miljoen euro rente per jaar. En die 33 miljard aan kapitaalaflossing is binnen een halve eeuw nog een habbekrats. Maar het moet dan wel bij één keer blijven.

Er is maar één manier om een economische schok van deze omvang op te vangen, en dat is door hem collectief op te vangen.

Zo komen we bij de echte vraag: hoe spenderen we die 33 miljard euro het best? Crisismaatregelen behoren aan drie vereisten te voldoen: ze zijn tijdelijk, ze worden tijdig genomen en ze zijn doelgericht. Vooral dat laatste is lastig, omdat deze crisis ongezien en in volle ontwikkeling is.

De overheid moet tegelijk de medische capaciteit opdrijven, mondmaskers kopen voor preventie, via technische werkloosheid, ziektekosten en hinderpremies de schok op de bedrijfs- en gezinsbudgetten dempen, via garanties vermijden dat de kredietverlening stilvalt en via betalingsuitstel helpen deze periode te overbruggen. Ze moet daarbij een wankel evenwicht behouden, waarbij wie niet kan werken geholpen moet worden, maar de economie niet harder mag stilvallen dan medisch nodig. In een latere fase zal wellicht steun aan bedrijven nodig zijn of zelfs hulp bij transformatieplannen in sectoren die nooit meer dezelfde dreigen te zijn, zoals de luchtvaart en het toerisme.

Het is niet de vraag of 33 miljard euro veel is. Wel hoe we ze het best spenderen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud