Stefaan Michielsen

Defensie is een van de kerntaken van de overheid. België kan die taak niet blijven uitbesteden aan andere landen. We zullen onze bijdrage moeten leveren aan de Europese defensie.

Dat de nieuwe Amerikaanse president Donald Trump zijn land uit de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) terugtrekt, is niet erg waarschijnlijk. Hij heeft wel duidelijk laten verstaan dat hij de financiële bijdrage van de VS aan het militair bondgenootschap wil terugschroeven. Hij eist dat de Europese landen een grotere duit in het zakje doen.

Die vraag is niet onterecht. Het is niet meer normaal dat de Europese landen zelf voor hun defensie instaan. Jarenlang hebben ze zich achter de brede Amerikaanse rug kunnen verschuilen, omdat de VS als wereldmacht die macht ook militair wilden tentoonspreiden op verschillende plekken in de wereld, ook in Europa. Maar met een president die ‘America First’ tot zijn leidmotief heeft uitgeroepen, lijken de VS van plan hun bijdrage aan de Europese defensie terug te schroeven. Dat betekent dat de Europese landen hun militaire inspanningen moeten verhogen. In veel van die landen, die niet allemaal een sterke militaire traditie kennen, is dat politiek niet evident.

In België bijvoorbeeld. Ons land huisvest wel het hoofdkwartier van de NAVO en het militair oppercommando SHAPE, maar probeert financieel zijn inspanning beperkt te houden. België besteedt 0,85 procent van zijn bruto binnenlands product (bbp) aan defensie, terwijl dat volgens een NAVO-afspraak 2 procent moet zijn.

Knippen in het defensiebudget was een makkelijke oplossing om de gaten in de begroting te dichten.

Als klein land in Europa rekenen we erop dat anderen voor ons de kastanjes uit het vuur halen. Na de val van het IJzeren Gordijn in 1989 en het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 had Europa opeens geen vijanden meer aan zijn buitengrenzen. Het leek niet meer nodig om nog veel in defensie te investeren. Het leger in ons land werd afgebouwd, de nadruk werd gelegd op humanitaire missies. Defensie werd gezien als een uitgavenpost, waarop ferm bespaard kon worden. In het defensiebudget is de voorbije jaren dan ook zwaar geknipt. Het was een gemakkelijke oplossing om de begrotingsgaten te dichten. En de kiezers mopperden er niet over.

Nu blijkt dat we toch een leger nodig hebben. Om de dreiging van de terreurorganisatie IS te neutraliseren. Bovendien begint ook Rusland tegenover Europa weer met de militaire spierballen te rollen. Daar moet een antwoord op komen. Ook van de Europese landen. België kan zich niet afzijdig houden. We kunnen erop gokken dat de grote landen Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk daarin wel het voortouw nemen - hun belangen worden het meest bedreigd. Maar België zal onvermijdelijk een keer de vraag krijgen om zijn deel van de inspanning te leveren.

Als België zijn defensiebudget moet optrekken tot 2 procent van het bbp, vergt dat 5 miljard euro extra. Dat geld vinden is een uitdaging voor een overheid die krap bij kas zit. Er zullen pijnlijke keuzes moeten worden gemaakt: er zal in andere uitgaven gesnoeid moeten worden of belastingen verhoogd. Want defensie, de verdediging van het land tegen externe agressors, is een van de meeste prioritaire taken van de overheid. Daaraan mag ze niet verzaken.

Lees verder

Tijd Connect