Redacteur Politiek

Moeten we Facebook reguleren als een telecomoperator, als een mediabedrijf, als een transportfirma of als een bank? Voor het vertrouwen in de digitale toekomst wordt het een cruciale vraag.

Hoe herstellen we het vertrouwen in digitale technologie? Zo eenvoudig en pertinent de vraag, zo lastig en complex het antwoord. Ursula Von der Leyen, de voorzitster van de Europese Commissie, opende gisteren de officiële zoektocht naar dat antwoord met haar 'digitale strategie'. Die omvat zowat alles, van cyberveiligheid tot digitale infrastructuur, van opleiding tot media, privacy en democratie. Von der Leyen zei dat ze wil dat in het digitale Europa het beste van de EU tot uiting komt. Het moet daarom open zijn, rechtvaardig, divers, democratisch en vol zelfvertrouwen.

Het plan komt niets te vroeg. Er was een tijd dat sociale media en big data het vertrouwen van velen genoten. Tijdens de Arabische lente werd gedacht dat de democratie zich via Twitter zou verspreiden. In Silicon Valley denken de meesten nog altijd dat de belangrijkste manier om de wereld te verbeteren erin bestaat mensen via data te verbinden. Ondertussen weten we dat sociale media ook Russen met slechte bedoelingen kan verbinden met de Amerikaanse kiezer. En dat wat privé moet blijven soms publiek wordt, terwijl wat publiek is - een  verkiezingscampagne - op een ondoorzichtige manier via een privébedrijf - Facebook - loopt. 

De GDPR-wetgeving voor digitale privacy leert dat de Europese Unie de norm kan zetten voor regulering elders in de wereld.

Het is niet de enige bekommernis. Er zijn terechte zorgen over de marktdominantie van Facebook, Apple, Amazon en Google. Er is de onduidelijkheid over hoe de algoritmes van Google en Facebook de manier waarop we de wereld zien, sturen. Er is de onzekerheid of artificiële intelligentie en robots de wereld straks beter of slechter maken.  

Het antwoord op die vraag ligt niet in de technologie zelf, maar in het beleid. Net zoals nucleaire technologie kan worden gebruikt om kanker te bestrijden of om een atoombom te gooien, zal dat ook met de technologie van de toekomst zo zijn. Net daarom is de denkoefening die gisteren is begonnen zo cruciaal.

Een van de centrale vragen wordt hoe we bedrijven als Facebook zien. Is het zoals een telecombedrijf, dat alleen maar de telefoonlijnen beheert maar niet verantwoordelijk is voor wat aan de telefoon wordt gezegd? Is het zoals een mediabedrijf, dat verantwoordelijk is voor elke letter die verschijnt?

Misschien worden andere analogieën relevanter. Kunnen we persoonlijke data even belangrijk vinden als ons persoonlijk spaargeld? En moeten we dan de techgiganten en hun algoritmes reguleren als banken, die onder streng toezicht staan? Vormen industriële data een soort collectieve infrastructuur? En moeten we dan de bigdatabedrijven niet reguleren als transportbedrijven, die via een kilometerheffing betalen om op overheidswegen te rijden en zich aan het verkeersreglement moeten houden?

De Europese GDPR-wetgeving voor digitale privacy leert dat de Europese Unie op dait punt het verschil kan maken en de norm kan zetten voor regulering elders in de wereld. Die zachte kracht is meer dan welkom om het vertrouwen in de digitale toekomst even hard omhoog te stuwen als de beurskoersen van de techreuzen de voorbije jaren.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud